Commissarissen en toezichthouders: meer duidelijkheid over de btw-positie

Commissarissen en toezichthouders: meer duidelijkheid over de btw-positie
Belastingadvies 25 mei 2021

Op 6 mei 2021 is een nieuw besluit gepubliceerd over de btw-positie van commissarissen en toezichthouders. Het besluit moet nadere duidelijkheid verschaffen na een lange periode van onduidelijkheid. In dit artikel informeren we u over de belangrijkste punten.


Wenst u meer informatie over BTW-advies? Bezoek de pagina! 

Situatie tot op heden

Sinds 2013 geldt het beleid dat commissarissen en toezichthouders voor hun activiteiten kwalificeren als btw-ondernemer. Zelfs al bij het vervullen van één commissariaat. In 2019 is dit beleid op losse schroeven komen te staan naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie .

Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat de betreffende commissaris over onvoldoende zelfstandigheid beschikte om als btw-ondernemer te kwalificeren. Met name vanwege het ontbreken van individuele verantwoordelijkheid voor de beslissingen of werkzaamheden en het feit dat de handelingen niet op eigen naam of voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd hebben tot dat oordeel geleid. In het geval van commissarissen en toezichthouders wordt namelijk de verantwoordelijkheid en het (economische) risico veelal gedragen door het orgaan waarvan zij deel uitmaken.

Het besluit

In het besluit worden vier categorieën onderscheiden waarbij de leden over onvoldoende zelfstandigheid beschikken om als btw-ondernemer te kwalificeren.

1.       Toezichthoudend orgaan met wettelijke grondslag

De toezichthouder of commissaris treedt niet zelfstandig op indien deze zijn werkzaamheden verricht als statutair lid van het toezichtsorgaan en het toezichtsorgaan juridisch vertegenwoordigt op basis van een wettelijke grondslag. De werkzaamheden worden volledig uitgevoerd onder de vlag van het toezichthoudend orgaan en dit moet blijken uit de statuten/reglementen.  In dat geval is er geen btw-ondernemerschap.

2.       Toezichthoudend orgaan zonder wettelijke grondslag

De zelfstandigheid van een natuurlijk persoon die op persoonlijke titel benoemd is tot commissaris of toezichthouder ontbreekt in dit geval indien uit de statuten blijkt dat de werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van het orgaan worden verricht en er geen enkele individuele verantwoordelijkheid wordt gedragen door de commissaris of toezichthouder voor de handelingen van het orgaan. Door het ontbreken van de zelfstandigheid, wordt de commissaris of toezichthouder niet aangemerkt als btw-ondernemer.

3.       Bezwaaradviescommissies, adviescolleges met wettelijke taak

Voor de voorzitters en leden van deze commissies ontbreekt zelfstandigheid indien uitsluitend namens de commissie wordt opgetreden en niet voor eigen rekening en risico.  Er is dan voor de voorzitter en leden geen sprake van btw-ondernemerschap

4.       Toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies

Voor de voorzitters en leden van deze commissies ontbreekt zelfstandigheid indien individuele externe taken en/of verantwoordelijkheden ontbreken. Ook dan kan niet van btw-ondernemerschap worden gesproken.

Overige situaties

Voor leden van een Raad van Commissarissen of een Raad van Toezicht die niet voldoen aan de bovengenoemde criteria, zal op basis van de feiten en omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld of sprake is van btw-ondernemerschap. Voor deze gevallen biedt het besluit derhalve nog geen directe verduidelijking.

Terugwerkende kracht

Het besluit is met ingang van 7 mei 2021 in werking getreden en werkt terug tot 13 juni 2019, de dag dat het Europese Hof van Justitie haar arrest publiceerde. Mogelijk blijkt dus achteraf voor deze periode geen sprake te zijn van btw-ondernemerschap voor de commissaris of toezichthouder. De staatssecretaris heeft een goedkeuring verleend om correcties voor de periode van 13 juni 2019 tot en met 7 mei 2021 achterwege te laten, indien de commissaris of toezichthouder in deze periode wel btw in rekening heeft gebracht over zijn toezichthoudende werkzaamheden en naar aanleiding van het besluit wordt vastgesteld dat dit onterecht is.

De terugwerkende kracht is met name aantrekkelijk indien de toezichthoudende diensten zijn verleend aan een organisatie die de in rekening gebrachte btw niet in aftrek kon brengen. Voor deze organisaties vormt de btw immers een kostprijsverhogende factor. Afhankelijk van de feitelijke situatie zal beoordeeld moeten worden of het corrigeren van de eerder in rekening gebrachte btw voordelig is. 

Bent u lid van een RvC dan wel RvT of heeft uw onderneming een RvC of ander toezichtsorgaan en vraagt u zich af wat de gevolgen voor uw situatie zijn? Neem dan gerust contact op met Anton van Dijk via antonvandijk@wvdb.nl of + 31 881 948 279 of Verena van Rijen via verenavanrijen@wvdb.nl of + 31 881 948 534.

Terug

Juridisch coronanieuws

Lees juridisch coronanieuws op de website van onze strategische alliantiepartner VDB Advocaten Notarissen.

Coronanieuws