An independent member of MOORE Global
WVDB International MijnWVDB Werken bij WVDB

Gebruikelijkheidstoets steeds verder ingekleurd

Gebruikelijkheidstoets steeds verder ingekleurd
Belastingadvies 12 november 2020

Op 11 augustus 2020 heeft Hof Den-Haag verwijzingsuitspraak gedaan over de gebruikelijkheidstoets die geldt bij de toepassing van de werkkostenregeling. Door deze uitspraak wordt het voor u als werkgever moeilijker om aan te tonen dat een eventuele aanwijzing van loonbestanddelen als eindheffingsloon, gebruikelijk is. Als uiteindelijk een aanwijzing als eindheffingsloon ongebruikelijk blijkt, zult u – in het slechtste geval – de loonbestanddelen alsnog moeten bruteren.

Met de invoering van de werkkostenregeling in 2011 (verplicht vanaf 1 januari 2015) heeft u als werkgever de mogelijkheid om bepaalde belaste loonbestanddelen aan te wijzen als eindheffingsloon en zo alsnog onbelast aan uw werknemers uit te betalen. Het aanwijzen als eindheffingsloon is slechts mogelijk als wordt voldaan aan een dubbele gebruikelijkheidstoets.

Gebruikelijkheidstoets binnen de werkkostenregeling

De werkkostenregeling kent een dubbele gebruikelijkheidstoets die moet worden doorstaan om belaste loonbestanddelen aan te kunnen wijzen als eindheffingsloon. Dit betekent dat zowel de aard als de omvang van het aangewezen loonbestanddeel gebruikelijk moet zijn, maar ook dat het feit dat u als werkgever de belastingheffing voor uw rekening neemt moet als gebruikelijk kunnen worden aangemerkt.

De Hoge Raad heeft in zijn eerdere arrest al bepaald dat er diverse aandachtspunten zijn op basis waarvan de gebruikelijkheidstoets moet worden aangelegd:

  • gebruikelijkheid van de aanwijzing van het loonbestanddeel als eindheffingsloon;
  • het beloningsbeleid van andere bij u in dienst zijnde werknemers; en
  • het beloningsbeleid van andere inhoudingsplichtigen die vergelijkbaar zijn met u als werkgever.

Verwijzingsuitspraak biedt nieuwe handvatten

In de verwijzingsuitspraak gaat het Hof nog verder in de uitwerking van de gebruikelijkheidstoets binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Het Hof geeft namelijk aan dat u als werkgever geen zekerheid kunt ontlenen aan de verwerking van loonbestanddelen uit het verleden. Dit betekent dat een eventuele aanwijzing als eindheffingsloon van een bonus of van aandelen in voorgaande jaren, er niet toe leidt dat een aanwijzing als eindheffingsloon van dezelfde loonbestanddelen in het huidige of toekomstige belastingjaren ook als gebruikelijk kwalificeert.

Praktische gevolgen

De verwijzingsuitspraak van Hof Den-Haag kan voor u als werkgever relatief veel impact hebben, omdat u nu voorafgaand aan de aanwijzing van loonbestanddelen eerst moet analyseren of de aanwijzing en de aard en omvang van het loonbestanddeel gebruikelijk zijn. Uiteraard kunt u hierbij gebruik maken van de algemene handvatten waarbij het loonbestanddeel niet meer dan 30% mag afwijken van hetgeen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is, maar ook van de doelmatigheidsmarge van € 2.400 totaal per jaar per werknemer die de Belastingdienst nog steeds hanteert. In situaties waarin voornoemde handvatten geen oplossing bieden, zult u dus een uitgebreid onderzoek moeten doen naar de gebruikelijkheid.

De Belastingdienst heeft echter door de verwijzingsuitspraak meer munitie gekregen om de gebruikelijkheid te betwisten, nu de Belastingdienst gebruik kan en mag maken van zijn informatievoorzieningen over het beloningsbeleid van andere inhoudingsplichtigen. Deze informatieachterstand maakt u als werkgever niet snel goed, dus uw dossiervorming wordt steeds belangrijker.

Tot slot

Mocht u vragen hebben over uw beloningsbeleid of het toepassen van de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling? Neem dan contact op met Eline van Cranenbroek voor een vrijblijvend gesprek via +31 88 194 7708 of stuur een e-mail naar elinevancranenbroek@wvdb.nl

Terug

Juridisch coronanieuws

Lees juridisch coronanieuws op de website van onze strategische alliantiepartner VDB Advocaten Notarissen.

Coronanieuws