Hoge Raad geeft duidelijkheid over de belastingplicht van buitenlandse vennootschappen die aandelen in een Nederlandse BV houden

Hoge Raad geeft duidelijkheid over de belastingplicht van buitenlandse vennootschappen die aandelen in een Nederlandse BV houden
Belastingadvies 26 februari 2020 3 min. leestijd

Op 10 januari 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vennootschapsbelastingplicht van buitenlandse houdstervennootschappen. Dit arrest zag op een naar Luxemburg verplaatste houdstervennootschap die een aanmerkelijk belang hield in een Nederlandse BV. De Hoge Raad oordeelde dat de Luxemburgse holding vennootschapsbelastingplichtig was voor de dividenden die zij medio 2012 ontving van de Nederlandse BV. In de eerste plaats oordeelde de Hoge Raad dat er in deze specifieke situatie sprake was van misbruik. In de tweede plaats oordeelde de Hoge Raad dat de Nederlandse regeling voor buitenlandse belastingplicht niet in strijd is met Europees recht.

 

De uitspraak

De Hoge Raad herhaalt in dit arrest wanneer er sprake is van misbruik (en dus wanneer een houdstervennootschap buitenlands belastingplichtig is), maar benoemt ook drie situaties waarin dit niet het geval is. Er dient te worden opgemerkt dat de regeling omtrent buitenlandse belastingplicht zoals deze in 2012 van kracht was, slechts toepassing vond indien er sprake was van het ontgaan van Nederlandse belastingheffing. Dit hield onder meer in dat er sprake diende te zijn van een volstrekt kunstmatige constructie.

 

De huidige regeling voor buitenlandse belastingplicht is ten opzichte zijn voorganger uit 2012 maar liefst drie keer gewijzigd (en wel in 2016, 2018 en 2020). Desalniettemin kunnen de door de Hoge Raad geformuleerde rechtsregels gebruikt worden voor de uitleg van de huidige regeling voor buitenlandse belastingplicht.

 

Tot slot

Wat leert dit arrest ons? In de eerste plaats dient te worden opgemerkt dat in alle structuren waarin een functieloze of -arme houdstervennootschap alle aandelen in een Nederlandse BV heeft, er sprake kan zijn van buitenlandse belastingplicht indien de structuur als hoofddoel of een van de hoofddoelen heeft om belasting te ontgaan. Wij raden u aan om de functies van een dergelijke houdstervennootschap goed in te kleden en/of in lijn te brengen met de economische realiteit.

 

In de tweede plaats merken wij op dat de regeling voor buitenlandse belastingplicht tot voor kort niet of nauwelijks werd toegepast, aangezien een buitenlandse vennootschap veelal bescherming kon ontlenen aan een door Nederland gesloten belastingverdrag. Door inwerkingtreding van het Multilateraal Instrument zal een zogenoemde Principle Purpose Test in veel van deze belastingverdragen worden opgenomen. Dit betekent in algemene zin dat verdragsbescherming voor diezelfde vennootschappen zal worden geweigerd indien de antimisbruikregeling zonder verdrag van toepassing zou zijn.

 

Contact

Heeft u vragen over de mogelijke belastingplicht van buitenlandse vennootschappen die aandelen in een Nederlandse BV houden en/of de gevolgen van bovenstaand arrest voor uw situatie? Neem dan contact op met Jeroen Rooijakkers

Terug

Juridisch coronanieuws

Lees juridisch coronanieuws op de website van onze strategische alliantiepartner VDB Advocaten Notarissen.

Coronanieuws