An independent member of MOORE Global
WVDB International MijnWVDB Werken bij WVDB

Verhuurt u via Airbnb? Lees dan snel verder!

Verhuurt u via Airbnb? Lees dan snel verder!
Belastingadvies 23 december 2020

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de inkomsten uit de verhuur van (een deel van) uw eigen woning worden belast in box 1. Indien u bijvoorbeeld een tuinhuis tijdelijk verhuurt, dan heeft de uitspraak mogelijk ook gevolgen voor uw situatie. Op basis van een recente uitspraak van de Hoge Raad zal de kamerverhuurvrijstelling bij Airbnb-verhuur veelal geen toepassing vinden. Wij adviseren u dan ook om de gevolgen voor uw persoonlijke situatie te bespreken met uw adviseur. In dit bericht leest u wat de invloed van de uitspraken van de Hoge Raad is op de (tijdelijke) verhuur van (een deel van) een eigen woning.

De uitspraak van de Hoge Raad – tijdelijke verhuur van een tuinhuis via Airbnb

Het arrest gaat over een echtpaar dat via Airbnb een tuinhuis verhuurt. Het tuinhuis behoort tot de eigen woning van het echtpaar (aanhorigheid). Zij hebben de verhuurinkomsten niet in de aangifte inkomstenbelasting opgenomen. De inspecteur is van mening dat de huuropbrengsten progressief belast zijn in box 1 op basis van het wetsartikel dat betrekking heeft op de tijdelijke verhuur van de eigen woning. Op basis van dat wetsartikel dienen de huuropbrengsten voor 70%  in box 1 in aanmerking te worden genomen. Het echtpaar is van mening dat dit artikel enkel van toepassing is indien de gehele woning wordt verhuurd. Het echtpaar verhuurt slechts een gedeelte van haar eigen woning, namelijk het tuinhuis.

De Rechtbank oordeelde eerder dat het inkomen uit de verhuur niet is belast in box 1 (inkomen uit werk en woning) en eveneens niet in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Het Hof heeft vervolgens het oordeel van de Rechtbank bevestigd dat géén sprake is van box 1 inkomen. Het Hof was daarentegen wél van mening dat het tuinhuis tot de grondslag van box 3 behoort.

De Hoge Raad heeft onlangs haar eindoordeel gegeven. Zij is van mening dat de inkomsten uit de verhuur via Airbnb tot het inkomen uit werk en woning (box 1) moeten worden gerekend, en wel als inkomsten uit tijdelijke verhuur van de eigen woning. Hierdoor wordt 70% van de verhuurinkomsten in box 1 belast. De inspecteur is dus door de Hoge Raad in het gelijk gesteld.

Tijdelijke verhuur belast

Voorheen was het mogelijk om het standpunt in te nemen dat de inkomsten uit tijdelijke verhuur van een aanhorigheid niet in aanmerking genomen hoefde te worden in box 1 en box 3, indien sprake was van verhuur van een gedeelte van de eigen woning.

De Hoge Raad heeft daar nu een einde aan gemaakt. Verhuurinkomsten uit tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning, worden in box 1 belast. Het gaat hierbij om situaties waarbij het gedeelte dat wordt verhuurd kwalificeert als een aanhorigheid, zoals het tuinhuis in voornoemde situatie. Indien geen sprake is van een aanhorigheid, dan zal het verhuurde behoren tot de grondslag van uw inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

De uitspraak van de Hoge Raad – kamerverhuurvrijstelling

De Hoge Raad heeft recent arrest gewezen met betrekking tot de voorwaarden voor de toepassing van de kamerverhuurvrijstelling. Deze vrijstelling is van toepassing indien een niet-zelfstandige woonruimte deel uitmaakt van de eigen woning en voor langere tijd aan een ander wordt verhuurd. De huuropbrengsten mogen daarbij op jaarbasis tevens niet meer dan € 5.506,-- bedragen. De wet stelt verder de voorwaarde dat zowel de verhuurder als de huurder gedurende de verhuurperiode op hetzelfde woonadres moeten zijn ingeschreven in de basisregistratie personen (de inschrijvingseis). Indien de vrijstelling kan worden toegepast, dan worden de huuropbrengsten niet belast.

In onderhavige zaak werd via Airbnb een gedeelte van de eigen woning verhuurd. Er was daarbij niet voldaan aan de inschrijvingseis. Het Hof oordeelde dat de inschrijvingseis voor de kamerverhuurvrijstelling slechts een bewijsfunctie heeft. Het enkel ontbreken van de inschrijving in de basisregistratie personen zou daarom volgens het Hof onvoldoende zijn om de kamerverhuurvrijstelling te weigeren. De Hoge Raad komt echter tot een ander oordeel. De inschrijvingseis heeft volgens de Hoge Raad niet slechts een bewijsfunctie, maar vormt een formeel vereiste om de kamerverhuurvrijstelling toe te mogen passen. De kamerverhuurvrijstelling mocht in casu dus niet worden toegepast.

Airbnb en de kamerverhuurvrijstelling

Uit de uitspraak van de Hoge Raad is gebleken dat de kamerverhuurvrijstelling enkel kan worden toegepast indien de huurder en verhuurder beiden op het woonadres staan ingeschreven in de basisregistratie personen. Uit deze zaak blijkt eveneens dat er geen sprake mag zijn van verhuur voor korte duur. Woningen die via Airbnb worden aangeboden, lenen zich voornamelijk voor vakantie- en seizoensbewoning. De kamerverhuurvrijstelling zal daarom veelal niet toegepast kunnen worden indien u via Airbnb een onderdeel van uw eigen woning tijdelijk verhuurt.

Heeft u vragen over de arresten of wilt u meer weten over de fiscale gevolgen van (tijdelijke) verhuur in uw situatie? Neem dan gerust contact op met Cindy van de Mortel via +31 881 948 861 of cindyvandemortel@wvdb.nl

Terug

Juridisch coronanieuws

Lees juridisch coronanieuws op de website van onze strategische alliantiepartner VDB Advocaten Notarissen.

Coronanieuws