Wetsvoorstel inzake UBO-register in behandeling bij Eerste Kamer

Wetsvoorstel inzake UBO-register in behandeling bij Eerste Kamer
Belastingadvies 26 februari 2020 7 min. leestijd

De deadline voor invoering van het UBO-register is op 10 januari 2020 verstreken, maar het wetsvoorstel tot implementatie van het register moet nog worden aangenomen door de Eerste Kamer.

 

Vooruitlopend op de behandeling in de Eerste Kamer hebben VNO-NCW en MKB-Nederland in een brief van 23 januari 2020 vragen gesteld aan de Minister van Financiën. Vervolgens heeft de Eerste Kamer op 28 januari 2020 het wetsvoorstel inzake UBO-register in behandeling genomen en in het verslag van 4 februari 2020 zijn de vragen en opmerkingen van de verschillende fracties opgenomen. Inmiddels heeft Minister van Financiën Hoekstra antwoord gegeven op de vragen van VNO-NCW en MKB-Nederland en de Eerste Kamer.

 

Hieronder volgen eerst de vragen en antwoorden naar aanleiding van de brief van VNO-NCW en MKB-Nederland, gevolgd door een gecategoriseerd overzicht van de belangrijkste vragen van de Eerste Kamer en de antwoorden daarop.

 

VNO-NCW en MKB-Nederland:

Wanneer gaat de overgangsperiode van 18-maanden in?

De overgangsperiode gaat in per datum inwerkingtreding van de wet.

 
Verzoek om de extra waarborgen ter bescherming van de privacy vóór verstrijken van de 18-maanden termijn te implementeren. Het betreffen de verbeterde identificatiemogelijkheid van raadplegers, mogelijkheid om inzicht te krijgen in het aantal raadplegingen en categoriseren van raadplegers.

De verbeterde identificatiemogelijkheid hangt samen met de Wet Digitale Overheid. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting medio dit jaar in werking treden. Uitgaande van een tijdige implementatie is het uitgangspunt dat de verbeterde identificatiemogelijkheid en inzicht in aantal raadplegers voor het verstrijken van de 18-maanden-termijn in werking zijn getreden. Het categoriseren van raadplegers moet nog worden onderzocht. Focus ligt op dit moment op de aanvang van het register.

 
Verzoek om een vergelijkend overzicht te verstrekken van de afschermingsregimes in andere lidstaten.

Een dergelijk overzicht is niet voorhanden. Daarnaast is van belang dat de mogelijkheid tot afscherming van gegevens niet verplicht is.
 

Eerste Kamer:

Privacy

Adequate toetsing aan privacy grondrecht ontbreekt.

Onder verwijzing naar onder andere de nota naar aanleiding van het verslag en de wijzigingsrichtlijn stelt de minister dat het nu aan de Autoriteit Persoonsgegevens en uiteindelijk de rechter is om te beoordelen of een adequate toetsing heeft plaatsgevonden.
Update: Inmiddels overweegt de commissie voor financiën van de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor te leggen aan de Raad van State. Zodra hierover meer te melden is, dan kunt u dat lezen in onze nieuwsberichten.

 
Wat is de meerwaarde van de openbare toegankelijkheid van UBO-informatie en is de privacy van UBO’s voldoende gewaarborgd?

Allereerst is openbaar toegankelijk stellen van het register verplicht gesteld in de anti-witwasrichtlijn. Nederland gaat op dit punt niet verder dan de richtlijn voorschrijft. Daarnaast spelen juist ook de private partijen een belangrijke rol bij het voorkomen van het gebruik van juridische entiteiten voor witwassen een financieren van terrorisme. Denk daarbij onder andere aan Wwft-instellingen en maatschappelijke organisaties die middels het UBO-register een betere afweging kunnen maken of ze wel of geen zaken willen doen met de juridische entiteit. De openbaarheid maakt ook onafhankelijk onderzoek mogelijk, bijvoorbeeld door journalisten.

 
Welke gegevens worden inzichtelijk voor bevoegde autoriteiten en FIU’s van andere lidstaten?

Op grond van de anti-witwasrichtlijn moeten alle gegevens inzichtelijk worden voor de bevoegde autoriteiten en FIU’s van andere lidstaten.
In welke mate kunnen medewerkers van de KvK de gegevens inzien?

Enkel daartoe geautoriseerde medewerkers krijgen de bevoegdheid om het UBO-register in te zien en te muteren. Het op rollen gebaseerde authentiseren van medewerkers en een logbeleid zijn onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid.

 
Hoe wordt voorkomen dat UBO’s makkelijk vindbaar zijn, juist voor hen die terroristische aanslagen overwegen? Enkele jaren geleden hanteerden inbrekers de QUOTE 500 als adressenlijst om in te breken. Welke garantie biedt de overheid dat het nieuwe onbeperkt uitgebreide UBO-register deze taak niet overneemt?

Door derden kan niet op persoonsgegevens worden gezocht, maar enkel op entiteitbasis. Bij verstrekking van informatie wordt aan derden nooit een adres verstrekt. Voorts kunnen personen die onder politiebescherming staan om afscherming verzoeken. Daarnaast moeten raadplegers van het register zich identificeren en worden hun gegevens bewaard voor het geval deze nodig zijn voor onderzoek door autoriteiten.
 

Inhoudelijk

Verzoek tot verduidelijking rondom de UBO-definitie met betrekking tot:

  • cumulatief preferente aandelen: zowel het recht op jaarlijkse uitkeringen als liquidatie-uitkeringen kunnen tot kwalificatie als UBO leiden. De houder van cumulatief preferente aandelen kan derhalve als UBO kwalificeren indien hij is gerechtigd tot meer dan 25% van de winst of het overschot.
  • STAK: wanneer de STAK slechts als doorgeefluik fungeert, wordt de certificaathouder in de regel niet als UBO van de STAK, maar als UBO van de onderliggende vennootschap aangemerkt (als de door hem gehouden certificaten een eigendomsbelang van meer dan 25% vertegenwoordigen).
  • pseudo-UBO: indien op andere wijze geen UBO kan worden aangewezen, worden alle leden van het bestuur als pseudo-UBO aangemerkt en niet enkel de bestuursvoorzitter. In het geval het bestuur van een rechtspersoon door een andere rechtspersoon wordt bekleed, moet het voltallige bestuur daarvan worden aangemerkt als pseudo-UBO.
  • aandelen gehouden door een trust: Als een trust aan een structuur van rechtspersonen wordt toegevoegd, moet daar ‘doorheen worden gekeken’. Overigens moet Nederland ook een UBO-register van trusts en soortgelijke juridische constructies opzetten. Deze verplichting zal door middel van een separaat wetsvoorstel worden geïmplementeerd.

 
Moet van een buitenlandse vennootschap de UBO worden geregistreerd als zij naar Nederland wordt verplaatst?

De verplichte UBO-registratie hangt samen met de verplichting tot inschrijving in het Handelsregister. Beide verplichtingen gelden derhalve voor alle entiteiten die hun zetel in Nederland hebben, dus ook voor een buitenlandse vennootschap die naar Nederland wordt verplaatst.

 
100% dochtermaatschappijen van beursgenoteerde vennootschappen zijn uitgezonderd van de registratieplicht. Geldt deze uitzondering ook voor 100% (achter)kleindochters en andere verhoudingen waarbij de beursvennootschap uiteindelijk 100% van de aandelen houdt?

De uitzondering geldt voor alle juridische entiteiten die in een 100%-verhouding tot de beursgenoteerde vennootschap staan.
 

Invoering

Bestaande entiteiten krijgen 18 maanden de tijd voor de inschrijving van hun UBO. Entiteiten zijn echter verplicht binnen één week opgave te doen van wijziging van de UBO. Hoe verhoudt deze termijn van één week zich tot de overgangsperiode van 18 maanden? Moet dan enkel de nieuwe UBO of ook de UBO ten tijde van inwerkingtreding worden ingeschreven?

De termijn van één week voor doorgeven van wijziging van de UBO geldt voor bestaande entiteiten pas na afloop van de overgangsperiode van 18 maanden. Bij de eerste inschrijving wordt opgave gedaan van de UBO die op dat moment aan de definitie voldoet.

 
Vanaf welk moment geldt de terugmeldplicht: vanaf inwerkingtreding of na verloop van 18 maanden, als het register is gevuld?

De terugmeldplicht geldt vanaf inwerkingtreding van het UBO-register. Er wordt wel rekening gehouden met de overgangsperiode van 18 maanden. Als in die periode nog geen UBO-gegevens zijn geregistreerd, is het niet mogelijk om een terugmelding te doen.
 

Uitvoering

Van ongeveer 1,5 miljoen in het handelsregister ingeschreven ondernemingen en rechtspersonen moeten UBO-gegevens worden opgenomen in de registers. Het Bureau Economische Handhaving (BEH) van de Belastingdienst zal belast worden met de handhaving. Zijn hier gezien de perikelen bij de Belastingdienst handhavingsfricties te verwachten?

Voor de handhaving worden 26 fte geworven. Er worden geen handhavingsfricties verwacht.
 

Wij kijken met belangstelling uit naar het vervolg van de behandeling door de Eerste Kamer. U hoort van ons! Voor vragen kunt u contact opnemen met Mathieu Neve.

 

Terug

Juridisch coronanieuws

Lees juridisch coronanieuws op de website van onze strategische alliantiepartner VDB Advocaten Notarissen.

Coronanieuws