An independent member of MOORE Global
WVDB International MijnWVDB Werken bij WVDB

WEBINAR: NOW-regelingen, reorganisatie en ontslag in de voortdurende crisis

Kijk het webinar terug

Coronadesk

Contractuele afspraken

Omdat wij ontwikkelingen op de voet volgen plaatsen wij nieuwe vragen en antwoorden direct bovenaan onderstaande lijst. Houd deze pagina de komende dagen dus goed in de gaten.

 

Bekijk hieronder de meest recente updates

Een huurder mag de huur niet zomaar opschorten. Dit mag pas indien het opschorten van de betaling in voldoende nauw verband staat met de verbintenis die de verhuurder niet nakomt. Daarnaast moet de tekortkoming de opschorting rechtvaardigen. Huurders kunnen niet snel overgaan tot opschorting van het betalen van de huur.

De brancheorganisaties van verhuurders, vastgoedbeleggers en retailers hebben op 10 april 2020 een akkoord bereikt over steunmaatregelen voor winkels die door de coronacrisis in ernstige problemen zijn gekomen. In het steunakkoord werd afgesproken dat winkels die tussen april 2020 en juni 2020 als gevolg van de coronacrisis te maken krijgen met een omzetdaling van meer dan 25%, drie maanden uitstel van betaling krijgen van tenminste 50% van de huursom.

Op 3 juni 2020 is bekend geworden dat er een tweede steunakkoord is bereikt, waarin is afgesproken dat de huur over april 2020 en mei 2020 voor de helft wordt kwijtgescholden en dat de huur over juni 2020 voor de helft wordt uitgesteld tot het voorjaar van 2021.

Voornoemde steunmaatregelen betreffen slechts een dringend advies en kunnen niet worden afgedwongen, echter zal het al snel onredelijk worden geacht om een huurder aan te spreken op volledige betaling van de huur. De brancheorganisaties stellen dat gezamenlijk moet worden gezocht naar oplossingen gedurende deze crisis, en afspraken op maat genieten daarbij nog steeds de voorkeur.

Informatie bijgewerkt op 3 juni 2020

Klanten en leveranciers

Ja, ook in deze bijzondere situatie zijn de mededingingsregels van toepassing. Wel heeft toezichthouder ACM gezegd soepeler met de regels om te gaan en zich flexibel te willen opstellen, klik hier om het artikel te bekijken. Een goed voorbeeld van een samenwerking die nu is toegestaan is dat banken gezamenlijk onderling hebben besloten kleinere ondernemingen uitstel te geven voor het aflossen van leningen, klik hier om het artikel te bekijken. 

Onder omstandigheden is het ook mogelijk voor ondernemingen om een crisiskartel te sluiten (dit is dan een uitzondering op het kartelverbod dat samenwerking tussen ondernemingen verbiedt als dat de onderlinge concurrentie beperkt). Voor alle samenwerkingsvormen geldt dat het verstandig is advies in te winnen over de mededingingsrechtelijke gevolgen daarvan. Als de mededingingsregels niet goed in acht worden genomen staan hierop hoge boetes. 

Update: in heel Europa zullen mededingingsautoriteiten niet optreden tegen noodzakelijke en tijdelijke samenwerkingen tussen ondernemingen om de distributie van schaarse goederen mogelijk te maken, klik hier om het artikel te bekijken.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

De beantwoording van deze vraag is afhankelijk van het feit of u in de overeenkomst afspraken heeft gemaakt over de (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst. Indien dit het geval is, verwijzen wij u naar punt A van dit antwoord. Indien u geen afspraken heeft gemaakt over de (tussentijdse) beëindiging, valt u terug op de wet en verwijzen wij u naar punt C van dit antwoord.

A.          contractuele afspraken

Indien u een overeenkomst heeft gesloten met een partij is het gebruikelijk dat deze overeenkomst een bepaling bevat over de gronden waarop de overeenkomst kan worden opgezegd of ontbonden (beëindigd). Deze bepaling kan per overeenkomst verschillen. Het komt regelmatig voor dat de gronden op basis waarvan de overeenkomst tussentijds kan worden beëindigd in de overeenkomst expliciet zijn vermeld. Mogelijk zijn deze gronden van toepassing onder de huidige (uitzonderlijke) omstandigheden. Hanteert u of uw contractspartij algemene voorwaarden, dan dienen deze ook te worden geraadpleegd. Algemene voorwaarden bevatten doorgaans ook mogelijkheden om de overeenkomst te beëindigen.

B.          wederzijds goedvinden

Indien geen contractuele afspraken zijn gemaakt (over beëindiging), dan is het raadzaam om met uw contractspartij in overleg te treden. Eventueel kan de overeenkomst met wederzijds goedvinden van de contractspartijen worden gewijzigd of beëindigd. Het is van belang dat u de beëindiging met wederzijds goedvinden schriftelijk vastlegt, zodat misverstanden hierover in de toekomst zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Daarnaast is het van belang om afspraken te maken over de gevolgen van de beëindiging van de overeenkomst. U kunt hierbij denken aan het terugleveren van producten en een verdeling van de eventuele schade.

C.         wettelijke bepalingen

Als er in de overeenkomst niets is geregeld over (tussentijdse) beëindiging en u komt er met uw contractspartij niet uit, dan valt u terug op de wet. De wet bepaalt in art. 6:265 BW dat u de overeenkomst in beginsel slechts kan ontbinden indien uw contractspartij zijn afspraken niet nakomt, u hem (indien nakoming nog mogelijk is) vervolgens in gebreke heeft gesteld en de mogelijkheid heeft gegeven om alsnog na te komen. U dient schriftelijk mede te delen aan de wederpartij dat u de overeenkomst wilt ontbinden. Wij kunnen u van dienst zijn bij het opstellen van een dergelijke kennisgeving.

Aangezien we ons momenteel in een uitzonderlijke situatie bevinden, is in sommige gevallen een beroep op overmacht (art. 6:75BW) of onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW) een gegronde reden om de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Voor een uitwerking van deze wetsartikelen verwijzen wij u naar de Q&A.

Nota bene kunnen er voor bijzondere overeenkomsten, zoals agentuurovereenkomsten en aanneemovereenkomsten, specifieke regels gelden. Bovendien zijn er bij het contracteren met particuliere afnemers mogelijk aanvullende regels van toepassing. Heeft u hierover vragen, dan kunt u contact met ons opnemen.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Voor de beoordeling van de invloed die het coronavirus kan hebben op uw positie als leverancier in IT-contracten (bijvoorbeeld hosting, het leveren van bepaalde SaaS-diensten of het ontwikkelen van software), zal naar de omstandigheden van het geval en het IT-contract gekeken moeten worden. De verschillende omstandigheden en/of de inhoud van het IT-contract kunnen ertoe leiden dat een beroep op overmacht juist wel of niet zal worden aangenomen.

 

Géén overmachtsbepaling in het IT-contract
Indien er geen overmachtsbepaling in het IT-contract is opgenomen dient teruggevallen te worden op de wet. Er dient dan te worden beoordeeld of het niet kunnen nakomen van de verplichtingen in het IT-contract een direct gevolg is van het coronavirus (causaal verband), of de overmachtssituatie voorzienbaar was en of er alternatieven zijn voor de nakoming van de verplichtingen. Over het algemeen zal gelden dat een beroep op overmacht in de IT-sector niet snel zal worden aangenomen. Een IT-leverancier zou juist moeten voorzien in business continuïteit en er in dat kader voor moeten zorgen dat het mogelijk is om op afstand te werken. Dit zou anders kunnen zijn indien u ter plaatse IT-diensten dient te verrichten, maar dit niet toegestaan is vanwege (maatregelen van de overheid voor de bestrijding van) het coronavirus. 

 

Wél een overmachtsbepaling in het IT-contract
In de gevallen dat in de overmachtsbepaling in het IT-contract is opgenomen dat ziekte, epidemie of pandemie voorbeelden zijn van overmacht, dan kunt u op deze bepaling een beroep doen. Denk hierbij ook aan gevallen van overmacht wanneer uw leveranciers niet meer aan u kunnen leveren. U bent er dan nog niet. Wederom zal gekeken moeten worden of de onmogelijkheid tot nakoming kan worden toegerekend aan het coronavirus, dan wel het niet kunnen leveren door uw leverancier (oftewel, zijn er alternatieven?). Zoals hiervoor al is aangegeven, zal dit verband in IT-contract vermoedelijk niet snel worden aangenomen.

 

Een beperkende overmachtsbepaling in het IT-contract
Soms wordt een beroep op overmacht in een (IT-)contract beperkt of uitdrukkelijk uitgesloten. Een beroep op overmacht kan bijvoorbeeld zijn beperkt tot specifieke gevallen, waar het coronavirus buiten valt. Dit is wettelijk toegestaan. In dat geval zou u een beroep kunnen doen op onvoorziene omstandigheden of kunnen stellen dat uw afnemer deze overmachtsbepaling in het kader van de redelijkheid en billijkheid niet tegen u kan inroepen. Maar, zoals al eerder aangegeven, zou een IT-contract juist moeten voorzien in bedrijfscontinuïteit. Daarnaast gaat de rechter erg terughoudend om met het beroep op de redelijkheid en billijkheid. Een beroep op dergelijke gronden zal dan ook mogelijk niet slagen. Echter is één en ander sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

 

Informatie bijgewerkt op 19 maart 2020

De vraag is of er sprake is van overmacht. Een succesvol beroep op overmacht wordt slechts in uitzonderlijke situaties toegestaan.

 

Een beroep op overmacht is (slechts) toegestaan indien aantoonbaar is dat het coronavirus nakoming (van de contractuele verplichtingen) onmogelijk heeft gemaakt en er ook geen alternatieven voor nakoming aanwezig zijn. Voor een succesvol beroep op overmacht gelden de volgende voorwaarden: (a) nakoming onmogelijk is geworden, (b) de onmogelijkheid buiten de invloedsfeer van de afnemers liggen, (c) de gevolgen van de onmogelijkheid konden redelijkerwijs niet door de afnemers worden voorkomen, (d) de onmogelijkheid was onvoorzienbaar op het moment van contractsluiting, (e) wet noch overeenkomst bepaalt dat de niet-nakoming voor risico van de afnemers komen.

 

Het is toegestaan dat in een overeenkomst of in algemene voorwaarden (waarvan het belangrijk is dat deze voorwaarden ook rechtsgeldig op de overeenkomst van toepassing zijn verklaard) het overmachtsbegrip en de gevolgen worden beperkt of juist worden uitgebreid. Afhankelijk van de overeengekomen (handels)condities zal een beroep op overmacht vanwege het coronavirus naar onze verwachting zijn toegestaan.

 

Van belang is dat de afnemers u ook (schriftelijk) kenbaar maken dat zij zich wensen te beroepen op overmacht. U kunt op dat bericht schriftelijk reageren. Indien gewenst, beoordelen wij in dit verband overeenkomsten dan wel ondersteunen wij u bij het opstellen van een reactie.

Informatie bijgewerkt op 18 maart 2020

A. Contractuele afspraken

Voor het antwoord op deze vraag dient allereerst te worden gekeken naar de (contractuele) afspraken die u met uw afnemers heeft gemaakt.

Indien bijvoorbeeld een fatale termijn (oftewel: een uiterste leverdatum) in de overeenkomst is vermeld, dan kan van een dergelijke termijn doorgaans niet eenvoudig worden afgeweken. Echter, in algemene (verkoop)voorwaarden wordt veelal vermeld dat contractuele levertijden in géén geval 'fataal' zijn. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan een leverdatum aldus in sommige gevallen worden opgeschort, oftewel: uitgesteld. Dit is uiteraard afhankelijk van het type goed of dienst dat uw onderneming levert.

Allereerst is het daarom van belang om goed na te (laten) gaan welke algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Wellicht hanteert uw afnemer óók eigen algemene (inkoop)voorwaarden. De adviseurs van VDB kunnen u helpen bij het beoordelen van uw overeenkomst(en).

B. Onvoorziene omstandigheden

Indien in uw overeenkomst(en) en/of algemene voorwaarden géén eenduidige regeling voor (uitstel van) de levertermijn is opgenomen, biedt een beroep op 'onvoorziene omstandigheden' in de wet mogelijk uitkomst.

Indien de prestatie (de levering) door uw onderneming als gevolg van achterblijvende toeleveranties onmogelijk wordt, kunnen die omstandigheden een reden vormen om de overeenkomst te (laten) wijzigen. Ook een gedeeltelijke wijziging is denkbaar, bijvoorbeeld uitsluitend ten aanzien van de levertermijn(en). Van onvoorziene omstandigheden kan sprake zijn indien de situatie zodanig is dat uw onderneming een ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst in redelijkheid niet behoeft te verwachten.

Het is van belang dat u, namens uw onderneming, tijdig en schriftelijk een beroep doet op uitstel van levertermijnen en/of (andere) onvoorziene omstandigheden. De adviseurs van onze strategische alliantiepartner VDB kunnen u van dienst zijn bij het opstellen van een kennisgeving aan uw contractspartij(en).

C. Nakoming onmogelijk

Naast wijziging van afspraken is het ook denkbaar dat de gevolgen van achterblijvende toeleveranties voor uw onderneming zodanig zijn dat nakoming (levering) in de richting van uw afnemers volledig onmogelijk wordt.

Ook in die situatie is de vraag of uw onderneming daarvoor aansprakelijk is in de eerste plaats afhankelijk van de contractuele afspraken met uw afnemer. In uitzonderlijke situaties kan een beroep op onvoorziene omstandigheden (als hiervoor vermeld) leiden tot volledige of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst.

Indien u op basis van de gemaakte afspraken (mogelijk) aansprakelijk bent in de richting van uw afnemers ('wanprestatie') dan is het raadzaam om uw toeleverancier daar tijdig van op de hoogte te stellen. In sommige gevallen is het 'doorleggen' van de aansprakelijkheid aan uw toeleverancier geboden. Wij zijn u graag van dienst bij het opstellen van een dergelijke aansprakelijkstelling.

Informatie bijgewerkt op 18 maart 2020

Huurder en verhuurder

Een huurder van een bedrijfsruimte kan aanspraak maken op huurvermindering wanneer er sprake is van een ‘gebrek’. Op de vraag of omstandigheden als teruglopende bezoekersaantallen en het op last van de overheid sluiten van bedrijfspanden kunnen worden gekwalificeerd als een gebrek, kan geen eenduidig antwoord worden gegeven.

 

In een zeer recente uitspraak van 27 mei jl. heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland de sluiting van een cafépand aangemerkt als een gebrek. Met deze uitspraak is wellicht de deur op een kier gezet voor een beroep op  huurprijsverminderingen als gevolg van de corona-uitbraak. Of een beroep op huurprijsvermindering zal slagen, zal echter altijd afhangen van de feiten en omstandigheden van het geval.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Een huurder kan zich tegen een vordering tot nakoming van de huurbetalingsverplichtingen mogelijk verweren met een beroep op de onmogelijkheid van de nakoming (overmacht). Voor een geslaagd beroep op overmacht is vereist dat de tekortkoming niet het gevolg is van een belemmering die huurder had moeten en kunnen voorkomen, of waarvan hij de gevolgen had moeten en kunnen verhinderen.

 

In de rechtspraak is (nog) geen duidelijk antwoord te vinden op vraag of de coronacrisis kwalificeert als ‘onvoorziene omstandigheid’. Wel heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland in haar uitspraak van 27 mei jl. inmiddels een poging gewaagd door te overwegen dat “het in de rede ligt om de Coronacrisis te kwalificeren als een onvoorziene omstandigheid omdat partijen een dergelijke situatie niet voor ogen zullen hebben gehad en niet in hun overeenkomst zullen hebben verdisconteerd.”

 

Ook moet er rekening mee worden gehouden dat partijen contractuele afspraken kunnen maken over de vraag voor wiens risico bepaalde omstandigheden dienen te komen. Daarnaast kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn wanneer een verhuurder onder de gegeven omstandigheden de volle huurprijs zou verwachten.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Huurders kunnen te maken krijgen met inkomensverlies als gevolg van het coronavirus zelf of als gevolg van de maatregelen omtrent het coronavirus. De overheid, verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen zijn van mening dat niemand op straat moet belanden door de coronacrisis. Zij hebben samen een statement op te stellen. Hierin geven zij aan tijdelijk geen huisuitzettingen te doen ten aanzien van huurders die door de coronacrisis niet de maandelijkse huur kunnen betalen.

 

Huisuitzettingen worden uitgesteld, tenzij er evidente redenen zijn zoals extreme overlast of criminele activiteiten. Ook is de afspraak gemaakt dat verhuurders geen incassokosten doorberekenen aan huurders die door het coronavirus in de problemen zijn gekomen. Deze afspraak geldt voor huurders die huren van een verhuurder die is aangesloten bij een van deze verhuurdersorganisaties, welke ruim 80% van de huurhuizen in Nederland vertegenwoordigen. Wanneer blijkt dat afspraken niet nageleefd worden of verhuurders die niet aangesloten zijn bij een verhuurderorganisatie toch overgaan tot huisuitzettingen, is een wettelijke maatregel volgens de overheid niet uitgesloten. Voor procedures tot huisuitzetting die voor 12 maart reeds liepen zal de verhuurder de individuele situatie beoordelen.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

In veel huurovereenkomsten is een exploitatieplicht opgenomen. Een huurder is dan verplicht om de bedrijfsruimte te gebruiken overeenkomstig de huurovereenkomst.

 

Indien het gehuurde gesloten is op grond van een overheidsvoorschrift, zoals ten aanzien van de horeca, dan levert dit overmacht op. Een huurder kan daardoor niet gehouden worden aan zijn exploitatieverplichting en de huurder verbeurt geen boetes. Indien de huurder zelf besluit om het gehuurde te sluiten levert dit meer discussie op. Op zijn minst genomen bestaat de mogelijkheid dat verbeurde boetes (sterk) gematigd worden gelet op de omstandigheden.

 

Wij adviseren huurders om voorafgaand aan een voorgenomen sluiting in overleg te treden met hun verhuurders om zo tot een passende oplossing te komen.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

Het is op dit moment niet mogelijk om een tijdelijk huurcontract te verlengen voor een korte periode. Omdat niet alle verhuurders hun pand voor onbepaalde tijd zullen willen verhuren, zal deze huidige wetgeving voor veel verhuurders een reden zijn om huurcontracten op te zeggen. Dit is niet wenselijk gezien het feit dat er door de coronacrisis veel huurders zullen zijn die vanwege de afloop van een tijdelijke huurovereenkomst hun woning moeten verlaten, maar die niet kunnen verhuizen. Om er voor te zorgen dat huurders niet in de problemen komen is de spoedwet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten in het leven geroepen. Op basis van deze wet krijgen huurders de mogelijkheid om ten aanzien van huurcontracten die eindigen tussen 1 april 2020 en 30 juni 2020 eenmalig een tijdelijke verlenging aan te vragen bij hun verhuurder. Ga dus op tijd in gesprek met uw huurder/verhuurder!

Informatie bijgewerkt op 7 april 2020

Op 15 april 2020 heeft de Tweede Kamer tijdens een debat haar steun uitgesproken voor de spoedwet waardoor tijdelijke huurcontracten eenmalig met drie maanden kunnen worden verlengd. Huurders mogen tijdens de coronacrisis niet op straat komen te staan omdat hun huurcontract verloopt.

In het debat van 15 april 2020 sprak de Kamer verder nog over het nemen van eventuele generieke coronamaatregelen voor alle huurders, zoals het bevriezen van de jaarlijkse huurverhoging. Per 1 juli zijn in de sociale huursector namelijk prijsverhogingen van 5,1% tot 6.6% toegestaan. Ook in de vrije huursector zullen de huren aanzienlijk worden verhoogd. Minister Ollongren gaf echter geen steun voor dit soort maatregelen omdat ze wil voorkomen dat woningcorporaties te weinig geld binnenkrijgen om nieuwe woningen te bouwen en de bestaande voorraad te verduurzamen. Ollongren is van mening dat er voor de huurders die door de coronacrisis in de financiële problemen komen al allerlei inkomensmaatregelen worden genomen, en dat er ook een grote groep huurders is die niet in de financiële problemen komt. Vooralsnog ziet het er dus naar uit dat het verhogen van de huurprijs tijdens de coronacrisis gewoon is toegestaan.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

 Een huurder van een bedrijfsruimte kan aanspraak maken op huurvermindering wanneer er sprake is van een ‘gebrek’. Op de vraag of omstandigheden als teruglopende bezoekersaantallen en het op last van de overheid sluiten van bedrijfspanden kunnen worden gekwalificeerd als een gebrek, kan geen eenduidig antwoord worden gegeven.

In een zeer recente uitspraak van 27 mei jl. heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland de sluiting van een cafépand aangemerkt als een gebrek. Met deze uitspraak is wellicht de deur op een kier gezet voor een beroep op  huurprijsverminderingen als gevolg van de corona-uitbraak. Of een beroep op huurprijsvermindering zal slagen, zal echter altijd afhangen van de feiten en omstandigheden van het geval.

Een huurder kan zich tegen een vordering tot nakoming van de huurbetalingsverplichtingen mogelijk verweren met een beroep op de onmogelijkheid van de nakoming (overmacht). Voor een geslaagd beroep op overmacht is vereist dat de tekortkoming niet het gevolg is van een belemmering die huurder had moeten en kunnen voorkomen, of waarvan hij de gevolgen had moeten en kunnen verhinderen.

In de rechtspraak is (nog) geen duidelijk antwoord te vinden op vraag of de coronacrisis kwalificeert als ‘onvoorziene omstandigheid’. Wel heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland in haar uitspraak van 27 mei jl. inmiddels een poging gewaagd door te overwegen dat “het in de rede ligt om de Coronacrisis te kwalificeren als een onvoorziene omstandigheid omdat partijen een dergelijke situatie niet voor ogen zullen hebben gehad en niet in hun overeenkomst zullen hebben verdisconteerd.”

Ook moet er rekening mee worden gehouden dat partijen contractuele afspraken kunnen maken over de vraag voor wiens risico bepaalde omstandigheden dienen te komen. Daarnaast kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn wanneer een verhuurder onder de gegeven omstandigheden de volle huurprijs zou verwachten.

Een huurder mag de huur niet zomaar opschorten. Dit mag pas indien het opschorten van de betaling in voldoende nauw verband staat met de verbintenis die de verhuurder niet nakomt. Daarnaast moet de tekortkoming de opschorting rechtvaardigen. Huurders kunnen niet snel overgaan tot opschorting van het betalen van de huur.

De brancheorganisaties van verhuurders, vastgoedbeleggers en retailers hebben op 10 april 2020 een akkoord bereikt over steunmaatregelen voor winkels die door de coronacrisis in ernstige problemen zijn gekomen. In het Steunakkoord voor de Nederlandse retailsector is afgesproken dat winkels die tussen april 2020 en juni 2020 te maken krijgen met een omzetdaling van meer dan 25%, drie maanden uitstel van betaling krijgen van tenminste 50% van de huursom. Hoe groot de huuropschorting is, verschilt per geval en hangt af van allerlei factoren zoals draagkracht en eigendomsstructuur. Voorwaarde is wel dat het omzetverlies een direct aantoonbaar gevolg is van de coronacrisis. Daarnaast is afgesproken dat verhuurders geen winkeliers uit hun zaak zetten en dat winkeliers daartegenover hun zaak op een veilige manier zo veel mogelijk open proberen te houden. Na afloop van de periode van drie maanden wordt een eventuele kwijtschelding van betalingsverplichtingen beoordeeld.

Belangrijk bij dit Steunakkoord is de steun van banken en de overheid. Banken tonen flexibiliteit en bereidheid tot het maken van maatwerkafspraken met betrekking tot grotere financieringen. Ook ondersteunen banken de maatregelen door voor een periode van zes maanden uitstel van aflossing te verschaffen aan verhuurders. De overheid roept vastgoedfinanciers op om banken te volgen met deze aflossingsvrijstelling.

Ondernemingsbestuur

Indien uw onderneming failliet gaat, gaan ook de kroonjuwelen verloren. De curator zal deze namelijk verkopen om de schuldeisers te betalen. Het kan handig zijn om deze kroonjuwelen veilig te stellen (zelf al te verkopen). U moet dan wel rekening houden met de gezamenlijke schuldeisers van de onderneming. Doet u dit niet, dan bent u wellicht in privé aansprakelijk. Een curator kan dan de verkoop wellicht terugdraaien.

Informatie bijgewerkt op 1 april 2020

Op grond van de managementovereenkomst is de opdrachtnemer verplicht werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de opdrachtgever en is de opdrachtgever verplicht om maandelijks een managementfee te betalen aan de opdrachtnemer. Als de werkzaamheden afnemen die de opdrachtnemer voor de opdrachtgever verricht kunnen de contractuele afspraken tussen partijen aangepast worden. Dat kan overigens niet eenzijdig en zal met inachtneming van de voorwaarden en bepalingen in de managementovereenkomst dienen plaats te vinden. Bij 100% terugval in werkzaamheden zal nagegaan kunnen worden of de managementovereenkomst kan worden opgezegd en wat de daarvoor geldende bepalingen zijn. Let op! Uw managementovereenkomst kan niet met terugwerkende kracht worden aangepast.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020

Indien de vergoeding die de opdrachtgever aan de opdrachtnemer verschuldigd is wordt schuldig gebleven, dan ontstaat er een vordering en schuld. In gelieerde gevallen wordt deze mogelijk verrekend in de rekening-courantverhouding die tussen de BV’s bestaat. Zorg in ieder geval voor een vastlegging van de vordering en schuld in een overeenkomst op zakelijke grondslagen.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020

Houdt u minimaal 5% van de aandelen in opdrachtgever?
De hoogte van uw managementfee moet ten minste voldoen aan het loon dat u wordt geacht te ontvangen op basis van de gebruikelijk loonregeling. Kort gezegd dient u op basis van deze regeling ten minste 75% van het loon te genieten dat iemand anders in een vergelijkbare functie ontvangt, uitzonderingen daargelaten. Het is in beginsel niet mogelijk om uw managementfee te verlagen tot een bedrag onder het gebruikelijk loon, als uw onderneming incidenteel verlieslijdend is of te maken heeft met teruglopende liquiditeiten. Als u een te laag loon geniet zult u toch loonheffing moeten afdragen over het niet-genoten gebruikelijk loon. De overheid heeft op dit moment nog geen specifieke regels en/of beleid aangekondigd ten aanzien van de verlaging van een managementfee in verband met de coronacrisis.

Mocht sprake zijn van een teruggang in werkzaamheden van fulltime naar parttime, dan kan de managementvergoeding in beginsel pro rata worden verlaagd, mits de managementovereenkomst hiertoe de mogelijkheid biedt. Uiteraard dient deze afspraak vervolgens wel schriftelijk te worden vastgelegd in een addendum op de managementovereenkomst, alvorens het salaris pro rata kan worden verlaagd.

Houd u geen of minder dan 5% van de aandelen in opdrachtgever?
Mocht sprake zijn van een teruggang in werkzaamheden van fulltime naar parttime, dan kan de managementvergoeding in beginsel pro rata worden verlaagd, mits de overeenkomst van opdracht hiertoe de mogelijkheid biedt Uiteraard dient deze afspraak vervolgens wel schriftelijk te worden vastgelegd in een addendum op de managementovereenkomst, alvorens het salaris pro rata kan worden verlaagd.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020

De omzetbelasting moet in rekening worden gebracht over de overeengekomen managementfee.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020, 13:32 uur

Voor de vennootschapsbelasting geldt een zakelijkheidstoets voor de transacties tussen gelieerde partijen. Gelet op de huidige situatie omtrent het coronavirus zal een discussie omtrent de zakelijkheid van de verlaging van managementfee tussen gelieerde partijen mits onderbouwd en met inachtneming van de afspraken tussen partijen - zie vraag ‘Kan ik mijn managementfee aanpassen nu ik minder omzet verwacht?’ - naar onze mening niet snel aan de orde zijn.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020, 13:33 uur

Aangezien u wel recht heeft op de managementfee maar de betaling uitstelt, moet de opdrachtnemer en/of de opdrachtgever desondanks gewoon loonheffingen inhouden en afdragen.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020

Omzetbelasting is verschuldigd over de contractuele overeengekomen vergoeding tenzij de prestatie niet wordt geleverd. Dan is er geen sprake van een belastbaar feit voor de heffing van omzetbelasting.   

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020

Indien de opdrachtnemer en opdrachtgever tot een fiscale eenheid vennootschapsbelasting behoren dan zijn er in beginsel geen fiscale gevolgen voor de vennootschapsbelasting. Indien er geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting bestaat dan wordt de vergoeding geacht te zijn ontvangen op het tijdstip dat zij verschuldigd/verrekend is en behoort deze tot de winst. Vervolgens wordt einde boekjaar beoordeeld of de vordering volwaardig is. De praktijk leert dat de belastingdienst niet snel afwaarderingen van vorderingen tussen gelieerde partijen accepteert.

Informatie bijgewerkt op 31 maart 2020

Onder omstandigheden kan selectieve betaling leiden tot aansprakelijkheid van de bestuurder, bijvoorbeeld als u selectieve betalingen doet in het zicht van faillissement. Dan kunnen uw schuldeisers (of benadeelde derden) u aansprakelijk stellen. U kunt in geval van faillissement zelfs aansprakelijk zijn voor het boedeltekort. Ook kan op dat moment een curator uw bestuurshandelingen van vóór het faillissement vernietigen. Voor meer informatie klikt u hier.

Informatie bijgewerkt tot 24 maart 2020

Bouwsector

Op grond van de UAV 2012 heeft een aannemer recht op termijnverlenging indien door overmacht niet van hem kan worden gevergd dat het werk tijdig wordt opgeleverd. Het is van belang om op tijd in gesprek te treden met uw contractspartij(en) over een eventuele termijnverlenging. Het is daarbij wel van belang dat het verzoek concreet wordt onderbouwd. De aannemer dient aan te geven welke oorzaak heeft geleid tot welke (onvermijdelijke) vertraging.

Indien de UAV 2012 niet van toepassing is, kan de aannemer mogelijk een beroep doen op onvoorziene omstandigheden.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

De corona-uitbraak levert veel problemen op als het gaat om beschikbaarheid van personeel en levering van materialen en grondstoffen uit landen waarin de productie hinder ondervindt van de uitbraak van het coronavirus (denk bijvoorbeeld aan China). Hierdoor zullen aannemers én opdrachtgevers worden geconfronteerd met de nadelige gevolgen van vertragingen en prijsverhogingen. Het is daarom verstandig om bij het aangaan van nieuwe contracten maatwerkafspraken te maken over bijvoorbeeld levertijden, bouwtijden en prijsstijgingen. Gezien de huidige situatie is het verstandig om een specifieke bepaling op te nemen waarin afspraken worden gemaakt over de gevolgen van het coronavirus.

Geef hierbij duidelijk aan wat de gevolgen zijn van eventuele vertragingen of verstoringen door de coronacrisis en voor wiens risico deze gevolgen komen. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op de te volgen planning. Ook kunnen partijen afspreken of er door de gevolgen van de Coronacrisis ‘onwerkbare dagen’ zijn. Dit zal bijvoorbeeld het geval zij indien door een gehele lock-down de bouwplaats wordt gesloten.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

Wanneer een aannemer is genoodzaakt om extra kosten te maken als gevolg van de corona uitbraak kan deze op grond van de wet of op grond van de UAV 2012 recht hebben op verhoging van de aanneemsom. Het moet dan gaan om: (1) kostenverhogende omstandigheden, die (2) pas na het sluiten van de overeenkomst zijn ontstaan of aan het licht zijn gekomen, welke (3) niet aan de aannemer kunnen worden toegerekend.

Het is raadzaam om zo snel mogelijk het gesprek aan te gaan met uw contractspartij(en). In deze uitzonderlijke situatie verdient een door beide partijen gedragen oplossing altijd de voorkeur boven een oplossing via de juridische weg.

Informatie bijgewerkt op 25 maart 2020

Wanneer de bouwplaats dicht moet op last van de overheid omdat deze is gelegen in een quarantainegebied dan wel omdat sprake is van een lock-down, levert dit overmacht op voor alle bij het werk betrokken partijen.

Informatie bijgewerkt op 25 maart 2020

Ondernemen en de overheid

In het geval van overmacht mogen beslistermijnen worden opgeschort (artikel 4:15 lid 2 onder c Awb). Uit rechtspraak blijkt dat (structureel) ziekteverzuim geen beroep op overmacht rechtvaardigt. Het is echter goed mogelijk dat de bestuursrechter bij het coronavirus er heel anders over denkt.

Uiteindelijk is het aan de rechter om te oordelen of in een concreet geval terecht een beroep is gedaan op overmacht (door corona).

Op grond van de Spoedwet digitale besluitvorming is het vanaf 1 april mogelijk geworden voor publieke organen om digitaal besluiten te nemen. Dit opent de deur voor online vergaderingen. Zo zou vertraging door onmogelijkheid om besluiten te nemen, kunnen worden voorkomen.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

Het voldoen aan instructies (in het bestuursrecht de zogenaamde: “last”) van het bestuursorgaan is voor sommige bedrijven onmogelijk. Als het bestuursorgaan toch wenst te handhaven dan moet het bedrijf de onmogelijkheid om te voldoen aan de instructies op tijd aan het bestuursorgaan kenbaar maken en vragen om de instructies aan te passen (artikel 5:34 Awb). Lasten die opgelegd worden in verband met 'corona-regelgeving' zullen naar verwachting streng gehandhaafd worden, de dan opgelegde dwangsommen (en boetes!) zullen naar verwachting zonder meer worden geïncasseerd.

Op 22 april jl. heeft de rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat in het geval dat een persoon een vakantiehuisje illegaal permanent bewoonde, de dwangsommen werden geschorst tot 1 juli 2020. De dwangsommen die hij reeds moest betalen, bleef de bewoner wel verschuldigd. De rechter gaat er wel van uit dat de gemeente wacht met het innen van deze dwangsommen tot 1 juli 2020.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

Ja, deze zijn van toepassing. Wel geldt tijdelijk een soepeler regime. De Europese Commissie heeft op 19 maart het reeds aangekondigde Tijdelijke Steunkader voor Covid-19 maatregelen goedgekeurd, waarvoor artikel 107, lid 3 VWEU de grondslag is.

Het steunkader maakt het voor lidstaten mogelijk ondernemingen met liquiditeitsproblemen als gevolg van de corona pandemie te steunen met een maximumbedrag van € 800.000 per onderneming. Voor ondernemingen in de sectoren landbouw, visserij en aquacultuur geldt een aangepast regime.

Dit Tijdelijk Steunkader biedt de lidstaten de mogelijkheid binnen de grenzen van het staatssteunrecht crisissteun te verlenen, naast de mogelijkheden die het staatssteunrecht al kende voor verenigbare en toegelaten steunmaatregelen.

Vanaf 3 april is dit Steunkader verruimt. De volgende soorten steunmaatregelen vallen nu ook onder de regeling:

  • steun voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) rond het coronavirus;
  • steun voor de bouw en opschaling van testfaciliteiten;
  • steun voor de productie van producten om de uitbraak van het coronavirus te bestrijden;
  • gerichte steun in de vorm van betalingsuitstel voor belastingen en/of opschorting van betaling van sociale premies; en
  • gerichte steun in de vorm van loonsubsidies voor werknemers.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020 

Op het moment dat een onderneming een uitkering van dividend wil doen, moet het bestuur van de onderneming daar eerst goedkeuring voor geven (zie artikel 2:216-2 BW). Het bestuur weigert de goedkeuring alleen als zij weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na uitkering niet kan voortgaan met het betalen van de schulden. Dit wordt in de praktijk de uitkeringstoets genoemd. Bij het uitvoeren van deze zogenaamde uitkeringstoets moeten nu ook de gevolgen van de huidige coronacrisis worden meegenomen.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Ondernemer

Dat hoeft niet zo te zijn. Indien uw vermogenssituatie nadien (aanzienlijk) wijzigt en u na de datum waarop u in eerste instantie zou gaan trouwen niet nadrukkelijk heeft besproken dat de huwelijkse voorwaarden niet hoeven te worden gewijzigd, kan het zo zijn dat de huwelijkse voorwaarden niet gelden voor uw huwelijk dat u op de later geplande datum sluit. Dat kan dus betekenen dat alsnog de wettelijke regeling op uw huwelijk van toepassing is.
Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Vanwege Corona zou het zo kunnen zijn dat het eerder vastgestelde alimentatiebedrag niet meer klopt en verlaging daarvan in de rede ligt. De huidige alimentatieverplichting blijft gelden, totdat er 1) met uw ex een afspraak wordt gemaakt over een lager alimentatiebedrag of 2) (als uw ex geen afspraak wil maken) de rechter oordeelt dat u een lager alimentatiebedrag mag betalen.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Alimentatie is altijd maatwerk. In beginsel werkt het als volgt. Aan de hand van door u aan te leveren gegevens kan een herberekening van de alimentatie worden gemaakt. In eerste instantie zal in overleg met uw ex worden geprobeerd om tot een nieuwe afspraak over de alimentatie te komen. Lukt dit niet, dan kan bij de rechtbank een verzoek tot wijziging van de alimentatie worden ingediend.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Een testament en levenstestament is niet hetzelfde. Een levenstestament werkt alleen tijdens uw leven en eindigt direct op het moment dat u overlijdt. Een testament werkt juist ná uw overlijden. Als u iemand wil aanwijzen die bijvoorbeeld uw taken overneemt als u in het ziekenhuis ligt, dan heeft u een levenstestament nodig. De door u aangewezen persoon kan dan bijvoorbeeld uw belastingaangifte ondertekenen of uw facturen betalen.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Een testament aanpassen kan ook tijdens de coronamaatregelen. Om uw wensen te bespreken kunt u een afspraak maken. Dat kan ook op korte termijn. Bent u fysiek niet in staat om naar kantoor te komen of durft u het niet aan vanwege besmettingsgevaar? Dan kan de bespreking ook telefonisch of met een videoverbinding plaatsvinden. Indien u uw testament niet op ons kantoor wil of kunt ondertekenen, kunt u een plaats afspreken waarbij de notaris met eigen ogen kan zien dat u de akte daadwerkelijk zelf ondertekent. Dit kan bijvoorbeeld in uw eigen woonkamer met de notaris op veilige afstand aan de andere kant van het raam.
Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Onze adviseurs
mensen met vakkennis

Zoek een adviseur

Gemotiveerde specialisten leveren geïntegreerde dienstverlening. Kennis maken en vooral kennis delen, speelt een centrale rol in alles wat wij doen.