WEBINAR: NOW-regelingen, reorganisatie en ontslag in de voortdurende crisis

Kijk het webinar terug

Coronadesk

Uitstel van betaling/aanslagen

Indien u eerder bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis heeft gekregen en dit uitstel inmiddels is geëindigd, heeft u mogelijk op 1 mei 2021 een brief ontvangen van de Belastingdienst. In deze brief wordt dringend geadviseerd om uw bijzonder uitstel van betaling te verlengen. Wat deze brief voor u betekent is afhankelijk van de periode nadat uw uitstel is geëindigd.


U heeft alle belastingen tijdig betaald na afloop van het uitstel

In dit geval is het advies om verlenging van het uitstel aan te vragen in beginsel niet op u van toepassing. Indien u na afloop van het uitstel weer aan uw lopende verplichtingen kunt voldoen is er geen noodzaak – en wellicht geen mogelijkheid – om verlenging van het uitstel aan te vragen. Indien u de belastingen tijdig blijft betalen, kunt u voor de belastingschulden waarvoor u uitstel heeft gekregen gebruik maken van de betalingsregeling. Zie voor meer informatie over de betalingsregeling ‘Wanneer moet ik mijn belastingschulden terugbetalen?’

Wij merken op dat in de brief van de Belastingdienst wordt aangegeven dat u de belastingen waarvoor u uitstel heeft gekregen in één keer moet terugbetalen indien u geen verlenging aanvraagt. Dit geldt enkel indien u ná afloop van het uitstel nieuwe belastingschulden opbouwt die niet onder het uitstel vallen. Indien u alle belastingen na beëindiging van het uitstel tijdig betaalt, hoeft u uw schuld dus niet in één keer terug te betalen, maar kunt u gebruik maken van de betalingsregeling.


U heeft de belastingen niet tijdig betaald na afloop van het uitstel

Indien u na het eindigen van het uitstel belastingschulden heeft opgebouwd, omdat u niet tijdig aan uw belastingverplichtingen heeft voldaan, komt u in beginsel niet meer in aanmerking voor de betalingsregeling. U zult uw belastingschuld dan in één keer terug moeten betalen. U kunt dit mogelijk voorkomen door alsnog om verlenging van het uitstel te verzoeken. Indien de verlenging van het uitstel wordt verstrekt, loopt uw uitstel van betaling tot 1 juli 2021. De belastingschulden die u heeft opgebouwd in de periode na einde van het oorspronkelijke uitstel, maar vóór 1 juli 2021 vallen dan ook onder het uitstel. U kunt dan alsnog gebruik maken van de betalingsregeling.

Let op: u kunt enkel om verlenging van het uitstel van betaling verzoeken als u aan bepaalde voorwaarden voldoet. Zie voor meer informatie hierover ‘Ik kan mijn belastingschulden na het uitstel van betaling nog niet betalen, kan ik het uitstel verlengen?’.

Informatie bijgewerkt op 18-05-2021

Vanaf het moment dat het uitstel van betaling is geëindigd, zult u aan uw reguliere betalingsverplichtingen moeten voldoen. Ten aanzien van de belastingschuld die u tijdens de periode van uitstel heeft opgebouwd, geldt - onder voorwaarden -  een betalingsregeling. Dankzij deze betalingsregeling heeft u van 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2024 de tijd om uw belastingschuld af te lossen. U betaalt dan iedere maand een vast bedrag. De eerste termijn moet uiterlijk om 31 oktober 2021 betaald worden.

U mag desgewenst ook sneller of eerder uw opgebouwde belastingschuld aflossen. Vóór 1 oktober 2021 kunt u de reeds ontvangen naheffingsaanslagen betalen. U doet dit door het verschuldigde bedrag onder vermelding van het kenmerk van de naheffingsaanslag over te maken naar de Belastingdienst. Tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2024 kunt u naast het maandelijkse aflossingsbedrag ook extra aflossen.

Voor welke schulden geldt de betalingsregeling?
Indien u uiterlijk op 31 maart 2021 voor het eerst heeft verzocht om bijzonder uitstel van betaling, geldt de betalingsregeling automatisch voor de belastingschuld die u van 12 maart 2020 tot en met de laatste dag van uw bijzonder uitstel heeft opgebouwd voor alle belastingen waarvoor u bijzonder uitstel had. De laatste dag van uw bijzonder uitstel is 3 maanden na de datum van uw aanvraag.

Indien u na 31 maart 2021 voor het eerst heeft verzocht om 3 maanden bijzonder uitstel van betaling, gelden er aanvullende eisen om gebruik te kunnen maken van de betalingsregeling. Dit heeft de staatssecretaris van Financiën in een besluit van 3 maart 2021 aangekondigd. U moet een aanvullend verzoek voor de betalingsregeling indienen vóór 1 juli 2021 en hierbij aantonen dat u voldoet aan de eisen die gelden voor verlenging. Dit betekent dat u aannemelijk moet maken dat uw betalingsproblemen hoofdzakelijk zijn ontstaan door de coronacrisis. Indien uw belastingschuld op het moment van het indienen van het verzoek om bijzonder uitstel van betaling meer dan € 20.000,-- bedroeg, heeft u hiervoor een verklaring van een derde-deskundige nodig.

Volledigheidshalve merken wij op dat uw precoronaschuld in beginsel niet in aanmerking komt voor de betalingsregeling. Dit is de schuld die u al vóór 12 maart 2020 had moeten betalen, maar waarvoor u bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen. U moet de precoronaschuld dan vóór 1 oktober 2021 volledig hebben afgelost. Indien u echter verlening van het bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen – en derhalve aan alle voorwaarden heeft voldaan – komt ook u ook voor uw precoronaschuld in aanmerking voor de betalingsregeling.

Let op! Vanaf het moment dat het uitstel van betaling eindigt, moet u naast het tijdig indienen van aangiften ook weer tijdig betalen. Indien u dit niet doet, kunt u geen gebruik maken van de betalingsregeling. U zult uw volledige belastingschuld dan reeds vóór 1 oktober 2021 moeten betalen.

De invorderingsrente over uw belastingschuld werd aanvankelijk tot en met 31 oktober 2021 verlaagd van 4% naar 0,01%. Deze verlaging is nu verlengd tot en met 31 december 2022.

Informatie bijgewerkt op 01-04-2021

Voor ondernemers die door de coronacrisis in financiële problemen terecht zijn gekomen of dreigen te komen, is het mogelijk om bijzonder uitstel van betaling aan te vragen voor belastingschuld(en). Dit geldt ook voor ondernemers die al eerder uitstel hebben gekregen op basis van het reguliere beleid (lees: vóór de coronacrisis). Bijzonder uitstel van betaling kan worden aangevraagd voor de volgende belastingen:

  • inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen;
  • vennootschapsbelasting;
  • loonheffingen;
  • omzetbelasting (btw);
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet;
  • assurantiebelasting;
  • kansspelbelasting;
  • verhuurderheffing;
  • milieubelastingen (opslag duurzame energie, energiebelasting, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater);
  • binnenlandse accijnzen (bier, wijn, tussenproducten, overige alcoholhoudende producten, minerale oliën en tabaksproducten);
  • verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken;
  • BPM voor vergunninghouders (sinds 1 mei 2020).

Let op: u kunt geen bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor de dividendbelasting.

 

Om gebruik te maken van het bijzonder uitstel van betaling dient u een verzoek in bij de Belastingdienst. Dit verzoek kan zowel schriftelijk als via een online formulier op de beveiligde website van de Belastingdienst worden ingediend. Het formulier bevat geen bezwaar tegen de verzuimboete, welke u mogelijk zekerheidshalve wel wilt doen. Indien u wenst dat wij het verzoek tot bijzonder uitstel van betaling (inclusief bezwaar tegen de boete) voor u verzorgen zullen wij dit altijd schriftelijk doen.

 

In het verzoek tot bijzonder uitstel van betaling geeft u per belastingsoort aan of u uitstel van betaling wilt. U kunt pas om uitstel van betaling verzoeken als u een aanslag hebt ontvangen. Voor alle aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw) kunt u in één keer uitstel van betaling aanvragen. U hoeft dan ook slechts van één van deze belastingen aan aanslag te hebben ontvangen om een verzoek om uitstel van betaling te kunnen doen.

 

Indien uw onderneming een rechtspersoon (bijvoorbeeld B.V. of N.V.) is en wordt onderworpen aan de vennootschapsbelasting, hoeft u geen melding van betalingsonmacht te doen als u bijzonder uitstel van betaling heeft aangevraagd voor de volgende belastingen: loonheffingen, omzetbelasting, kansspelbelasting, energiebelasting, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater, binnenlandse accijnzen of verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Voor de vennootschapsbelasting hoeft u nooit een melding van betalingsonmacht te doen.

 

U kunt bijzonder uitstel van betaling aanvragen tot en met 1 juli 2021.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Nadat u een verzoek tot bijzonder uitstel van betaling heeft ingediend, ontvangt u een schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Belastingdienst. U ontvangt slechts één ontvangstbevestiging, zelfs als u heeft verzocht om uitstel van betaling voor meerdere aanslagen.

 

Nadat het verzoek is ontvangen wordt direct uitstel van betaling verleend en stopt de Belastingdienst direct de invorderingsmaatregelen. Tevens zal de Belastingdienst de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. Indien eenmaal is verzocht om bijzonder uitstel van betaling worden de invorderingsmaatregelen ten aanzien van toekomstige aanslagen automatisch stopgezet. Ook zal de Belastingdienst een eventuele belastingteruggaaf niet verrekenen met de belastingschuld waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verkregen.

 

Het bijzonder uitstel van betaling wordt automatisch voor een periode van 3 maanden verleend. De aanslagen die aan u worden opgelegd in deze periode hoeft u dus niet te betalen. U zult echter wél tijdig aangiftes moeten indienen. Uitstel van betaling ontheft u niet van deze verplichting.

 

Na 3 maanden eindigt het uitstel van betaling. Vanaf dat moment bent u niet alleen verplicht om tijdig aangifte te doen, maar zult u wederom tijdig moeten betalen. Indien u dit niet doet, heeft dit grote gevolgen voor de terugbetalingsregeling (zie “Wanneer moet ik mijn belastingschuld terugbetalen?”). Indien u na einde van het uitstel nog steeds financiële problemen ervaart door de Coronacrisis, kunt u (onder voorwaarden) verzoeken om verlenging van het uitstel.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Indien het uitstel van 3 maanden onvoldoende blijkt, kunt u onder voorwaarden verlenging aanvragen. U kunt uiterlijk tot 1 juli 2021 verzoeken om verlenging van het bijzonder uitstel van betaling. U moet hier wederom een verzoek voor indienen.

 

Voor een verzoek om verlenging gelden aanvullende voorwaarden ten opzichte van het eerste verzoek. Welke voorwaarden voor u van toepassing zijn, hangt af van de hoogte van uw belastingschuld op het moment dat u het eerste verzoek om uitstel van betaling heeft ingediend.

 

Indien uw belastingschuld op dit moment minder bedroeg dan € 20.000,--, zult u bij het verzoek om verlenging aannemelijk moeten maken dat uw betalingsproblemen hoofdzakelijk zijn door de coronacrisis. U kunt dit bijvoorbeeld onderbouwen met cijfers waaruit uw omzetdaling blijkt, of bewijsstukken dat uw opdrachten/boekingen de afgelopen maanden zijn verminderd. Aanvullend geldt bij verlenging een verbod op het inkopen van eigen aandelen, het uitkeren van dividenden of bonussen en het uitkeren van winstuitdelingen die kenmerken hebben van bonussen. Dit geldt vanaf het moment dat u het verzoek voor verlening heeft ingediend tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld.

 

Indien uw belastingschuld op het moment van verzoek om verlening meer bedroeg dan € 20.000,--, zult u extra informatie moeten meesturen met uw verzoek. U moet aannemelijk maken dat uw betalingsproblemen hoofdzakelijk zijn door de coronacrisis en bestonden op of vlak na het moment van uw verzoek tot verlenging. U heeft hiervoor een verklaring van een derde-deskundige nodig. Eveneens geldt voor u een verbod op het inkopen van eigen aandelen, het uitkeren van dividenden of bonussen en het uitkeren van winstuitdelingen die kenmerken hebben van bonussen. Dit geldt vanaf het moment dat u het verzoek voor verlening heeft ingediend tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld.

 

Heeft u al eerder verlenging gekregen? In dat geval verlengt de Belastingdienst het uitstel automatisch tot 1 juli 2021.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

De belastingdienst accepteert een verklaring van een derde-deskundige indien de volgende elementen zijn opgenomen:

  • een verklaring dat aannemelijk is dat er sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek om uitstel of naar verwachting op korte termijn daarna. Bij ‘korte termijn’ valt te denken aan de periode waarin de actuele beperkingen van het kabinet ten aanzien van de betreffende ondernemer gelden, zoals de sluiting van de horeca, sportaccommodaties en kinderopvang tot en met 28 april en het verbod op evenementen tot 1 juni;
  • een verklaring dat aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan;
  • een liquiditeitsprognose die volgens de derde-deskundige plausibel is. Deze prognose is opgesteld aan de hand van de feiten en omstandigheden die op het moment van het indienen van het verzoek om uitstel van betaling bekend zijn.

In de toelichting bij de verklaring dient de derde-deskundige aan te geven welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt. Niet vereist is dat de derde-deskundige een zogenoemde assuranceverklaring geeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

De staatssecretaris heeft aangegeven dat het onwenselijk is dat ondernemers aan wie bijzonder uitstel van betaling is verleend, worden beboet voor het niet tijdig betalen. Hij heeft daarom goedgekeurd dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen in de periode van 12 maart 2020 tot aan de datum waarop de regeling voor bijzonder uitstel van betaling eindigt, worden geacht niet te zijn opgelegd. Mocht toch een verzuimboete worden opgelegd, dan zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd. Deze goedkeuring geldt voor alle belastingmiddelen waarvoor de tijdelijke bijzondere uitstelregeling geldt. De goedkeuring is daarom ook van toepassing op de BPM met betrekking tot van betalingsverzuimen die zijn begaan ten aanzien van tijdvakken waarvoor uitstel van betaling is verleend.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Begin 2021 is het van essentieel belang om een juiste aanslag op te laten leggen, gezien de belastingrente. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting is per 1 oktober 2020 vastgesteld op 4% en zal gelden tot 31 december 2021. Het percentage belastingrente bedraagt voor de overige belastingen eveneens 4%.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Mogelijk is er reeds een voorlopige aanslag inkomsten- en vennootschapsbelasting voor het jaar 2021 opgelegd. Mocht blijken dat de winstverwachting als gevolg van het coronavirus achterblijft, kan een verzoek bij de belastingdienst worden ingediend om de voorlopige aanslag inkomsten- en/of vennootschapsbelasting te verminderen. Reeds betaalde belasting wordt dan terug ontvangen of de komende betaaltermijnen worden verminderd. De winstverwachting dient te worden gebaseerd op een enigszins redelijke schatting. Indien opzettelijk om een (veel) te lage herziening van de reeds opgelegde voorlopige aanslag wordt verzocht, is de belastingdienst bevoegd om een vergrijpboete op te leggen. Gelet op de onzekere omstandigheden en de aangekondigde maatregelen omwille het coronavirus bestaat echter de verwachting dat de belastingdienst zich coulant zal opstellen indien de geschatte winstverwachting niet geheel in overeenstemming is met het uiteindelijk verschuldigde bedrag aan inkomsten- en/of vennootschapsbelasting. Wij verlagen om deze reden enkel de aanslagen na opgaaf van reden, waarbij enkel verwijzing naar Corona niet voldoende is.

 

Begin 2022 is het van essentieel belang om een juiste aanslag op te laten leggen over 2021, gezien de belastingrente.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Het verzoek tot vermindering van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting is geen verzoek tot uitstel van betaling. Er wordt dan ook niet automatisch uitstel van betaling verleend door de Belastingdienst. Indien de vermindering ná de betalingstermijn van de huidige aanslag wordt opgelegd, dient dus tijdig (vóór einde betalingstermijn) een separaat schriftelijk verzoek te worden ingediend. Aangezien het uitstel van betaling veelal urgentie zal hebben is het raadzaam om een dergelijk verzoek tegelijkertijd met het verminderingsverzoek op te pakken. Om zeker te zijn dat het verzoek bij de belastingdienst wordt ontvangen, kan het verzoek aangetekend verstuurd worden.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

De betalingskorting op een voorlopige aanslag is afhankelijk van de invorderingsrente. Omwille van de coronacrisis is de invorderingsrente verlaagd naar 0,01% (tot 31 december 2022). Dit zou betekenen dat er nagenoeg geen betalingskorting meer wordt verleend.

 

Vanaf 1 juni 2020 hebben belastingschuldigen nagenoeg geen aanspraak meer op betalingskorting. Deze situatie eindigt als na de coronacrisis de in rekening te brengen invorderingsrente weer naar het oude niveau wordt verhoogd.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Inkomstenbelasting

Voor hypotheken die vanaf 2013 zijn afgesloten, geldt voor de aftrek van de hypotheekrente een aflossingsverplichting. Vanwege de coronacrisis bieden banken nu hun klanten aan om gedurende een periode van maximaal twaalf maanden hun rente- en aflossingsverplichting op te schorten. Om te voorkomen dat dit tot verlies van aftrek van de hypotheekrente lijdt, is de verplichting om aflossingsverplichting versoepeld. Dit betekent dat de regels rond de inhaalaflossing zijn versoepeld.

Als door toedoen van de coronacrisis de hypotheekrente en aflossing niet kan worden betaald kan met de kredietverstrekker mogelijk een ‘betaalpauze’ van maximaal twaalf maanden worden overeengekomen. Door deze ‘betaalpauze’ wordt tijdelijk niet voldaan aan de rente- en aflossingseis. Op grond van de huidige wettelijke regeling moet een aflossingsachterstand die is opgelopen in 2020 vóór 31 december 2021 zijn ingelopen, om te blijven voldoen aan de rente- en aflossingseis. Als dat niet lukt dan kan pas per 1 januari 2022 een nieuw aflossingsschema worden overeengekomen. De staatssecretaris acht dit niet wenselijk en heeft daarom de volgende twee goedkeuringen opgenomen, waaruit de belastingplichtige kan kiezen om de aflossingsachterstand in te halen:

  • Enerzijds staat de staatssecretaris toe dat na afloop van de uitstelperiode zo snel mogelijk een nieuw aflossingsschema kan worden overeengekomen waarbij de resterende schuld wordt uitgesmeerd over de resterende looptijd van de lening.
  • Daarnaast staat de staatssecretaris toe dat de resterende lening wordt opgesplitst, zodat twee leningdelen ontstaan:
    • Namelijk een leningdeel met betrekking tot de resterende hoofdsom zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand. Voor dit leningdeel blijft het bestaande aflossingsschema van toepassing.
    • Daarnaast ontstaat voor het deel van de aflossingsachterstand een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen aflossingsschema. De looptijd bedraagt maximaal de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom. Indien gewenst, kan de looptijd van de nieuwe lening van de aflossingsachterstand korter zijn dan de looptijd van de hoofdsom.

De goedkeuring mag worden toegepast indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • De woningeigenaar meldt tussen 12 maart en 31 maart 2021 bij zijn geldverstrekker dat vanwege de coronacrisis betalingsproblemen zijn ontstaan/dreigen te ontstaan;
  • De betaalpauze gaat uiterlijk op 1 april 2021 in;
  • De betaalpauze heeft een maximale looptijd van twaalf maanden en moet schriftelijk door de geldverstrekker worden bevestigd.

Wanneer sprake is van een niet officiële kredietverlener (dus bijvoorbeeld een eigen BV of een familielid), dan moet daarnaast nog worden voldaan aan de volgende voorwaarde:

  • De woningeigenaar heeft/verwacht redelijkerwijs door de coronacrisis een terugval van minimaal 20% in zijn arbeidsinkomen over een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden. Hierbij moet het aaneengesloten tijdvak van drie kalendermaanden starten tussen 1 maart 2020 en 1 april 2021. De terugval van het arbeidsinkomen wordt vergeleken met 25% van het totale arbeidsinkomen over 2019 of het arbeidsinkomen in de maanden 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020;

Moment van aftrek van uitgestelde rente

Naast de gemiste aflossingen moet ook de gemiste rente worden betaald aan de kredietverstrekker. De uitgestelde rente is volgens de reguliere regels aftrekbaar wanneer deze alsnog is betaald. Het hangt van de hypotheekovereenkomst af wanneer de rente aftrekbaar is. Dit kan op het moment van rentedragend schuldig worden of op het moment van de feitelijke betaling.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben recht op ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en oudedagsreserve) indien ze gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uren aan hun onderneming besteden (het urencriterium). De staatssecretaris heeft besloten dat ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht worden ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed. Deze maatregel is inmiddels verlengd voor 2020. In de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 worden ondernemers geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.

 

Dit urenaantal is gekozen om dat dit het wekelijks gemiddelde is van 1225 uur op kalenderjaarbasis. De ondernemer die in aanmerking komt voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid kent een urencriterium van 800 uur. Deze groep ondernemers wordt gedurende periode van 1 maart tot en met 30 september 2020 en 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geacht om 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Voor seizoensgebonden ondernemers is een aanvullende regeling worden getroffen. Zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren plegen te doen. De ondernemer kan aan de hand van de administratie van 2019 inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode 1 maart tot en met 30 september 2019. Voor het urencriterium in 2021 geldt dat de ondernemer aan de hand van de administratie van periode 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019 het aantal besteedde uren aannemelijk kan maken. 

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

In 2020 gold een versoepelend beleid voor de geruisloze omzetting, bedrijfsfusie juridische fusie of splitsing met terugwerkende kracht. Dit beleid hield in dat de termijn waarbinnen alle juridische handelingen moesten worden afgerond, werd verlengd. Een dergelijk versoepelend beleid geldt niet voor 2021.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Vennootschapsbelasting

De staatssecretaris heeft aangegeven dat het wenselijk is dat zoveel mogelijk liquide middelen bij de ondernemingen blijven. Een onderneming die belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, kon daarom onder voorwaarden het verwachte verlies over het boekjaar 2020 al verrekenen in het boekjaar 2019 door middel van het vormen van een “coronareserve”. Het verlies van 2020 wordt hierdoor gelijkmatiger over 2019 en 2020 verdeeld. Normaliter kunnen verliezen pas achteraf worden verrekend bij het doen van aangifte vennootschapsbelasting, wat voor de huidige situatie pas een teruggaaf van liquiditeiten in 2021 of later zou betekenen.

Er kan een fiscale coronareserve worden gevormd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Voor het boekjaar 2020 wordt een coronagerelateerd verlies verwacht. Er moet dus sprake zijn van een verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis;
  • Het verwachte coronagerelateerde verlies mag niet groter zijn dan het totale verwachte verlies over het boekjaar 2020. Het vormen van een coronareserve is dus niet mogelijk wanneer een positief resultaat wordt verwacht voor het boekjaar 2020. De belastingplichtige maakt zelf een zo goed mogelijke inschatting van de verwachte omvang van het coronagerelateerde verlies;
  • De fiscale coronareserve kan maximaal de omvang hebben van de winst in het boekjaar 2019 (vóór het vormen van de coronareserve);
  • De coronareserve valt in het boekjaar 2020 volledig en verplicht vrij;
  • In de aangifte vennootschapsbelasting 2019 wordt de dotatie aan de fiscale coronareserve opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves. In de aangifte vennootschapsbelasting 2020 wordt de vrijval als onttrekking opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves.

Belastingplichtigen met een gebroken boekjaar kunnen een coronareserve vormen indien het laatste boekjaar eindigt in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2020.

Een belastingplichtige die een beroep op de reserve wil doen, kan verzoeken tot herziening van de voorlopige aanslag of een aangifte vennootschapsbelasting over 2019 indienen. Indien de aangifte vennootschapsbelasting 2019 reeds is ingediend, dan kan een aanvulling op de aangifte worden ingediend.

Een belangrijk aandachtspunt is dat het vormen van deze coronareserve mogelijk van invloed kan zijn op andere regelingen in de vennootschapsbelasting. De staatssecretaris heeft aangegeven dat het aan belastingplichtige is om hier rekening mee te houden. De belastingdienst gaat op het Forum Fiscaal Dienstverlener in op twee van deze regelingen:

1. Verliesverdamping

De coronareserve vermindert de winst over 2019. Daarmee vermindert ook de mogelijkheid om nog onverrekende verliezen uit oudere jaren in aanmerking te nemen in 2019. Verliezen uit oudere jaren zijn maar een beperkt aantal jaren vooruit te wentelen. Het is daarom mogelijk dat de coronareserve zorgt voor verliesverdamping. De belastingdienst adviseert daarom een dusdanig bedrag aan de coronareserve te voegen, dat verliesverdamping wordt voorkomen.

2. Stichtingen en verenigingen: vrijstelling

Voor stichtingen en verenigingen is de coronareserve alleen van belang als zij belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Voor stichtingen en verenigingen geldt een wettelijke vrijstelling als de winst niet meer bedraagt dan € 15.000 of € 75.000 over het jaar en de 4 voorafgaande jaren. Als het vormen van de reserve over 2019 ertoe leidt dat de winst lager is dan deze bedragen, geldt automatisch de vrijstelling. Dat leidt tot eindafrekening in het daaraan voorafgaande boekjaar. Eindafrekening kan worden voorkomen door een zodanig bedrag te kiezen dat de vrijstelling niet intreedt of door gelijktijdig met de toevoeging aan de coronareserve de inspecteur te verzoeken de vrijstelling niet toe te passen.

 

Naast deze voorbeelden kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de renteaftrekbeperking op grond van de earningsstrippingmaatregel alsmede de innovatiebox.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

In 2020 gold een versoepelend beleid voor de geruisloze omzetting, bedrijfsfusie juridische fusie of splitsing met terugwerkende kracht. Dit beleid hield in dat de termijn waarbinnen alle juridische handelingen moesten worden afgerond, werd verlengd. Een dergelijk versoepelend beleid geldt vooralsnog niet voor 2021.

Informatie bijgewerkt 03-02-2021

Loonbelasting, pensioen en verzekering en arbeidsrecht

Veel werkgevers hebben met hun werknemers afgesproken dat zij een vaste reiskostenvergoeding krijgen voor bijvoorbeeld het woon-werktraject. Als gevolg van de coronacrisis heeft voor veel medewerkers een wijziging in het reispatroon plaatsgevonden. Formeel gezien moet een werkgever daardoor de reiskostenvergoeding aanpassen. Het kabinet heeft echter goedgekeurd dat gedurende de corona-crisis de vaste reiskostenvergoeding onbelast kan worden doorbetaald, ondanks een wijziging in het reispatroon van een werknemer als gevolg van corona.

Deze goedkeuring is van toepassing tot 1 april 2021 en ziet enkel op vaste reiskostenvergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg. Indien een werknemer na 12 maart 2020, bijvoorbeeld via een cafetariaregeling, heeft gekozen voor een vaste reiskostenvergoeding geldt deze goedkeuring niet. Ook voor werknemers die na 12 maart 2020 in dienst zijn getreden kan de goedkeuring niet worden gebruikt.

 

Afwezigheid door ziekte

Bij langdurige afwezigheid als gevolg van ziekte, kan de reiskostenvergoeding niet langer onbelast worden doorbetaald. De vaste reiskostenvergoeding kan onbelast door worden betaald zolang er sprake is van ‘kortdurende afwezigheid’ (maximaal 6 aaneengesloten weken). Als verwacht wordt dat een werknemer langer dan 6 weken afwezig zal zijn moet de vaste reiskostenvergoeding onder normale omstandigheden worden aangepast na de lopende en eerstvolgende kalendermaand. Afhankelijk van de arbeidsrechtelijke afspraken moet deze reiskostenvergoeding dan worden stopgezet of worden aangewezen ten laste van de vrije ruimte of als belast loon worden gekwalificeerd.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Een werkgever mag gedurende het jaar 2020 naast de vaste reiskostenvergoeding ook andere vaste vergoedingen ongewijzigd voortzetten en daarvoor blijven uitgaan van de aangenomen feiten waar de vergoeding op gebaseerd is. De goedkeuring geldt niet voor een vergoeding voor extraterritoriale kosten (30%-regeling).

 

Ook deze goedkeuring ziet alleen op vaste kostenvergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg. Indien een werknemer na 12 maart 2020, bijvoorbeeld via een cafetariaregeling, heeft gekozen voor een vaste kostenvergoeding geldt deze goedkeuring niet.

 

Let op: de goedkeuring geldt enkel voor 2020. Voor het jaar 2021 is deze goedkeuring dus niet van toepassing!

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Het kabinet heeft geen nieuwe regeling in het leven geroepen ten aanzien van thuiswerkvergoedingen zoals bijv. de vergoeding die is berekend door het NIBUD. Wel kan er gebruik worden gemaakt van reeds bestaande regelingen in de werkkostenregeling.

 

Als er sprake is van een Arbo-voorziening of ICT-middelen, kan er onder voorwaarden een gerichte vrijstelling worden toegepast. Daarnaast kan er via de vrije ruimte een onbelaste vergoeding worden gegeven om tegemoet te komen voor de kosten als gevolg van het thuiswerken. Via de vrije ruimte van de werkkostenregeling kan een werkgever namelijk onbelast vergoedingen en verstrekkingen aan haar werknemers geven, zonder dat deze worden belast. Voor zowel het jaar 2020 als het jaar 2021 heeft het kabinet de vrije ruimte verhoogt voor de eerste € 400.000 van de totale loonsom van 1,7% naar 3%.

 

Het kabinet kijkt in samenspraak met maatschappelijke organisaties en partners naar een structurele regeling voor na de coronacrisis.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Op basis van de Wet op de loonbelasting bent u als DGA verplicht om een gebruikelijk loon te genieten en hierover loonbelasting af te dragen. Onder normale omstandigheden bestaat fiscaal de mogelijkheid om pas in december dit gebruikelijk loon te bepalen en uit te keren. Om zo veel mogelijk liquiditeiten te behouden in de vennootschap, kan er dan ook voor gekozen worden om voorlopig naar de toekomst geen salaris (meer) uit te keren of het salaris te verlagen. Dit heeft tot gevolg dat er tijdelijk geen of minder loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen. Het bepalen (en uitbetalen) van het gebruikelijke loon kan dan in december van dat jaar plaatsvinden.

 

Let op! Het tijdelijk stopzetten of verlagen van uw loon moet u vooraf schriftelijk vastleggen.

 

Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet een regeling gepubliceerd die het mogelijk maakt voor u als DGA om uw gebruikelijk loon te verlagen.

 

Gebruikelijk loon 2020

Door deze regeling kan het gebruikelijk loon dat in 2019 was genoten evenredig worden verlaagd naar gelang de omzet is gedaald. Hierbij wordt uitgegaan van de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019 en 2020. Deze regeling kan zonder overleg met de inspecteur worden toegepast. Indien u uw gebruikelijk loon wilt verlagen is het van belang dat u op geen enkele andere wijze gelden onttrekt uit uw onderneming. Dit betekent dat u in die gevallen geen dividend kunt uitkeren maar dat ook uw rekening-courantschuld bij de onderneming niet mag oplopen. Verder geldt als voorwaarde dat de omzet in 2019 en 2020 niet is beïnvloed door bijzondere oorzaken, zoals bijvoorbeeld oprichting of een fusie. Voor deze speciale verlaging geldt ook dat, indien het feitelijk genoten loon hoger is dan het loon dat op grond van deze regeling mag worden vastgesteld, het hogere loon geldt. Indien gebruik wordt gemaakt van de NOW kan zich deze situatie voordoen. Een eventuele TOZO-uitkering telt niet mee als genoten loon uit de dienstbetrekking.

Gebruikelijk loon 2021

Gezien de aanhoudende gevolgen van het coronavirus heeft het kabinet de mogelijkheid om het gebruikelijk loon te verlagen verlengd. Ten opzicht van 2020 wordt de maatregel op twee punten aangepast:

  • Voor de omzetdaling dient de omzet van het gehele jaar 2019 te worden vergeleken met de omzet van het gehele jaar van 2021;
  • Er geldt een toegangsdrempel, waardoor deze maatregel enkel kan worden toepast indien het omzetverlies in 2021 ten minste 30% bedraagt ten opzichte van 2019.Reeds uitgekeerd salaris In veel gevallen ontvangt u als DGA maandelijks uw salaris, wat in veelal ook zo is overeengekomen met de werkmaatschappij dan wel de holding. Als u als DGA voorlopig geen (of minder) salaris en/of management fee wil ontvangen dan dienen deze afspraken (notulen/management overeenkomst en/of arbeidsovereenkomst) vooraf te worden aangepast, om te voorkomen dat voor loonheffing doeleinden het salaris als genoten moet worden beschouwd (waardoor alsnog loonheffingen verschuldigd zijn). Het gebruikelijk loon kan nooit met terugwerkende kracht worden verlaagd, dus reeds uitgekeerd salaris kan niet meer worden teruggedraaid.

    Voordat u besluit uw gebruikelijk loon te verlagen of tijdelijk stop te zetten is het van belang dat de mogelijkheden in uw specifieke situatie worden getoetst zodat vervolgens de afspraken op de juiste manier kunnen worden vastgelegd. Neem in die gevallen contact op met een van onze loonheffingenspecialisten.Als het salaris voorlopig op nihil wordt gesteld, dan blijft de aangifteverplichting nog steeds doorlopen. U zult in die gevallen nihilaangiftes moeten indienen. Informeer dus altijd tijdig uw salarisverwerker over de aanpassing van het salaris. Zorg ook dat u deze schriftelijke aanpassing van het gebruikelijk loon ondertekend vastlegt in de loonadministratie.

 

Informeer altijd uw (salaris)adviseur!

Voordat u besluit uw gebruikelijk loon te verlagen of tijdelijk stop te zetten is het van belang dat de mogelijkheden in uw specifieke situatie worden getoetst zodat vervolgens de afspraken op de juiste manier kunnen worden vastgelegd. Neem in die gevallen contact op met een van onze loonheffingenspecialisten.

 

Als het salaris voorlopig op nihil wordt gesteld, dan blijft de aangifteverplichting nog steeds doorlopen. U zult in die gevallen nihilaangiftes moeten indienen. Informeer dus altijd tijdig uw salarisverwerker over de aanpassing van het salaris. Zorg ook dat u deze schriftelijke aanpassing van het gebruikelijk loon ondertekend vastlegt in de loonadministratie.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

 

Normaal gesproken moet u als werkgever aan alle administratieve verplichtingen voldoen die voortvloeien uit de Wet op de Loonbelasting. Als u niet, niet volledig of niet op tijd aan deze verplichtingen voldoet heeft dit tot gevolg dat u voor de werknemer(s) het anoniementarief van 52% moet toepassen in uw salarisadministratie. Door de maatregelen die diverse overheden hebben getroffen om de uitbraak van het coronavirus te vertragen/te stoppen is het soms niet mogelijk om aan deze administratieve verplichtingen te voldoen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat uw nieuwe werknemer door reisbeperkingen niet naar Nederland kan afreizen waardoor u uw nieuwe werknemer niet kunt identificeren, of dat uw nieuwe werknemer in Nederland fysiek geen bsn-nummer kan aanvragen. Om te voorkomen dat in deze gevallen het anoniementarief moet worden toegepast heeft de Staatssecretaris goedgekeurd dat de Belastingdienst een soepel standpunt inneemt als u door de huidige situatie niet, niet op tijd of niet volledig aan uw administratieve verplichtingen kunt voldoen. Hierbij is het wel van belang dat u dit zo snel mogelijk herstelt zodra dit mogelijk is. Om eventuele discussie met de Belastingdienst te voorkomen is het raadzaam om wel tijdig en volledig aan alle administratieve verplichtingen te voldoen die u bijvoorbeeld digitaal kunt nakomen.

 

De goedkeuring is van toepassing vanaf 12 maart 2020 en vervalt op 1 juli 2021.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Geld op een G-rekening waar bedragen aan te betalen loonheffingen en/of btw tegenover staat, kan in beginsel niet van de G-rekening af worden gehaald. Voor een overtollig deel op de G-rekening is wel wettelijke voorzien in de mogelijkheid om te deblokkeren. Vanwege de coronacrisis is goedgekeurd dat het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verleend voor de loonheffingen en/of btw, ook kan worden vrijgegeven.

 

Ons advies is om een verzoek tot deblokkeren in te dienen als u het geld op de G-rekening nodig heeft om aan andere verplichtingen te voldoen. Indien u een verzoek tot deblokkeren wenst te doen, dan helpen wij u hierbij graag. Neem dan contact op met uw adviseur. U kunt ook zelf een verzoek opstellen met een formulier dat kan worden gedownload op de website van de belastingdienst.

 

Deblokkering van de G-rekening blijft mogelijk voor indien en voor zover er uitstel van betaling is verleend en de ondernemer zich houdt aan de betalings- en aflossingsverplichtingen als gevolg van het verleende uitstel.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Ja, de oorzaak van de ziekte van uw personeel is niet relevant.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Een verzuimverzekering dekt de loondoorbetalingsverplichting in geval van ziek personeel. De oorzaak van de ziekte is niet relevant voor de verzuimverzekering wat betekent dat de verzuimverzekering ook uitkeert als uw werknemer het coronavirus heeft opgelopen.

De verzuimverzekering keert echter niet uit als uw werknemer niet in staat is om zijn werk te verrichten omdat hij in quarantaine is geplaatst of een bepaald gebied niet mag verlaten.

Wanneer uw werknemers niet thuis kunnen werken, maar u hen ook niet naar het werk wilt laten komen, zal dit niet vallen onder de dekking van de verzuimverzekering. De werknemers zijn in dat geval immers niet ziek.

Informate bijgewerkt op 03-02-2021

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering dekt inkomensverlies ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid. Indien u preventieve maatregelen neemt omdat u bijvoorbeeld vreest voor het coronavirus en daardoor geen werk kunt verrichten, zal de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet uitkeren. Ook als u om preventieve redenen in quarantaine moet blijven, of een bepaald gebied niet mag verlaten, valt dit niet onder de dekking.

Vermoedt u echter dat u besmet bent met het coronavirus? Meldt dit dan bij uw huisarts. Dat is noodzakelijk voor een eventuele uitkering wegens inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Bij corona gelden dezelfde regels als bij andere virus- of bacteriële infecties. U heeft alleen recht op een uitkering als er door ziekte lichamelijke beperkingen optreden en u daardoor niet in staat bent om te werken. Heeft u milde klachten, zoals verkoudheid, dan is er geen recht op uitkering.

Indien u lichamelijk wordt beperkt door de besmetting met het coronavirus is er sprake van inkomensverlies ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid. Het is daarbij wel belangrijk dat u bij uw huisarts heeft gemeld dat u besmet bent met het coronavirus. U kunt dit reeds doen bij het vermoeden dat u drager bent van het coronavirus.

Het is daarbij wel belangrijk om in acht te nemen dat op uw verzekering is een eigenrisicoperiode van toepassing is. Hoe lang deze eigenrisicoperiode duurt kunt u terugvinden in uw polis en kan ook per polis verschillen.

Let op: bent u op dit moment al gedeeltelijk arbeidsongeschikt, dan geldt er voor u geen eigenrisicoperiode meer. U krijgt dan mogelijk recht op een hogere uitkering.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

De vraag of iemand is overleden aan het coronavirus is niet relevant voor het recht op uitkering. Eventuele uitsluitingen in polisvoorwaarden, met betrekking tot verblijven in gebieden waarvoor een negatief reisadvies geldt, zijn niet bedoeld voor een situatie zoals deze nu met het coronavirus aan de hand is.

De verwachting is dan ook dat de meeste verzekeraars gewoon uitkeren, maar hierbij past een waarschuwing. In sommige polisvoorwaarden is het begrip grove schuld opgenomen. Een verzekeraar zou kunnen aanvoeren dat als je willens en wetens naar een gebied afreist waarvoor een negatief reisadvies geldt er sprake is van grove schuld, mocht je iets overkomen wat direct te wijten is aan een coronavirusinfectie die in dat (buitenlands) gebied.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Er is een verschil tussen pensioenfondsen en de pensioenregeling die door een verzekeraar wordt uitgevoerd.


Pensioenfondsen

Alle pensioenfondsen kennen betalingsregelingen voor betalingsonmacht. Werkgevers die tijdelijk minder, of geen premie kunnen betalen, komen in aanmerking voor uitstel van betaling. Het bestuur van het pensioenfonds gaat hierover, en de regelingen verschillen dus per bedrijfstak.

De pensioenfondsen van zwaar getroffen bedrijfstakken als de Horeca, Detailhandel en de reisbranche hebben inmiddels hun incassobeleid aangepast en versoepeld.

  • pensioenfonds Horeca en Catering geeft vooralsnog 30 dagen uitstel van betaling;
  • pensioenfonds Detailhandel geeft uitstel van premiebetaling tot 90 dagen;
  • pensioenfonds voor de reisbranche verlengt de betalingstermijn naar 45 dagen.

Voor alle pensioenfondsen geldt dat de werkgever individueel de betalingsonmacht dient te melden bij het pensioenfonds, er is dus geen generieke uitstelregeling. Vaak kan de melding worden gedaan middels een betalingsonmachtformulier, deze zijn via de websites van de pensioenfondsen te downloaden. Een aantal pensioenfondsen heeft inmiddels ook een Coronadesk ingericht.

Let op: als de werkgever wegens betalingsonmacht geen premie afdraagt maar dit niet heeft gemeld bij het pensioenfonds kan dit leiden tot claims wegens bestuurdersaansprakelijkheid.


Verzekeraar

De hoofdregel is dat er geen recht op uitstel van premiebetaling bestaat. Echter, ook pensioenverzekeraars hebben toegezegd dat zij soepeler met de inning van pensioenpremies zullen omgaan, voor zover de wettelijke mogelijkheden dit toestaan. Omdat de problematiek per sector of werkgever verschilt, zal er maatwerk worden geboden. Ondernemers die in acute problemen komen met het betalen van hun pensioenpremies dienen z.s.m. contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder. Wij kunnen u daarbij helpen.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Ja, op grond van de Wet Loonbelasting 1964 is dit mogelijk. Gedurende de periode van tijdelijke arbeidsduurverkorting in verband met het coronavirus kunnen zich met name de volgende situaties voordoen:

1. Arbeidsduurverkorting waarbij de arbeidsovereenkomst geheel in stand blijft.

 

In dat geval blijft er gewoon sprake van pensioengevende diensttijd. Dat hierbij sprake kan zijn van een lager pensioengevend loon hoeft geen probleem te zijn mits sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging. Bij een gebruikelijke loonsverlaging kan de pensioenopbouw worden voortgezet over het loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.

2. Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd in verband met het coronavirus.

 

Als de werknemer een inkomen vervangende en loongerelateerde uitkering ontvangt, zoals bij een WW-uitkering, dan is er sprake van een reguliere pensioengevende diensttijd. De pensioenopbouw mag dan worden voortgezet op basis van het pensioengevend loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.

3. Arbeidsduurverkorting waarbij geen sprake is van onvrijwillig ontslag of als er geen inkomen vervangende en loongerelateerde uitkering wordt ontvangen.

 

In dat geval kan er onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. De kosten (ook het werkgeversdeel in de premie) komen dan in principe voor rekening van de werknemer.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Om uw (toekomstige) pensioen en ODV-uitkeringen te voldoen, moet de onderneming de liquiditeiten hiervoor hebben. Indien de bezittingen van de onderneming onvoldoende dekking bieden tegenover de pensioen- of ODV-verplichting, dan is het onzeker of u uw pensioen/ODV ook uitgekeerd kunt krijgen. Tevens kan een onvoldoende dekking onder omstandigheden ook nog leiden tot fiscale (straf)heffing over de commerciële waarde van de volledige voorziening. Wat de invloed van de huidige crisis is op uw financiële situatie, is niet algemeen te beantwoorden. De omvang en samenstelling van uw vermogen en uw (gewenste) inkomen en uitgavenpatroon maken dat iedere situatie uniek is. Wij maken graag met u een actuele financiële planning zodat u weet wat u in de toekomst kunt verwachten en of u nog actie moet ondernemen.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

De gevolgen zijn sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie van de werknemer en dienen op individuele basis te worden onderzocht. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de volgende drie categorieën: 

  1. Werknemer woont en werkt in Nederland; de inkomstenbelastingpositie zal dan in de basis niet veranderen.
  2. Werknemer woont in Nederland en werkt in het buitenland werkt (lees: in het buitenland is belasting verschuldigd is over het genoten salaris); dan geldt over het algemeen dat het thuiswerken een impact zal hebben op de belastingpositie van de werknemer. Doorgaans zal Nederland belasting mogen heffen over het loon dat wordt genoten in verband met het thuiswerken, en mag het buitenland alleen belasting heffen voor zover de werkzaamheden fysiek in dat land zijn verricht.
  3. Werknemer woont in het buitenland en werkt in Nederland (lees: in Nederland is belasting verschuldigd is over het genoten salaris); dan geldt over het algemeen dat het thuiswerken een impact zal hebben op de belastingpositie van de werknemer. Doorgaans zal het buitenland belasting mogen heffen over het loon dat wordt genoten in verband met het thuiswerken, en mag Nederland alleen belasting heffen voor zover de werkzaamheden fysiek in Nederland zijn verricht.

Indien er wegens het thuiswerken (extra) heffingsrecht ontstaat in het woonland, dient te worden onderzocht of het thuiswerken er tevens toe leidt dat de werkgever in dat land een verplichting heeft om voorheffingen (in Nederland: loonbelasting) af te dragen over het deel van het salaris dat daar belast is.

Indien er geen voorheffingen in het woonland worden afgedragen zal de werknemer de verschuldigde belastingen in het woonland na het indienen van zijn belastingaangifte moeten voldoen. Doorgaans zal dit op jaarbasis zijn. Als er in het werkland voorheffing (in Nederland: loonbelasting) is ingehouden op het volledige loon zal de werknemer via de belastingaangifte in het werkland een belastingteruggave moeten claimen. Er dient hierbij rekening te worden gehouden met mogelijke timingverschillen tussen het ontvangen van de belastingteruggave in het werkland en het betalen van de belastingen in het woonland, om een cashflow nadeel voor zover mogelijk te voorkomen. Als alternatief kan worden overwogen om – voor zover dit mogelijk is – vanaf het moment van thuiswerken geen voorheffingen meer af te dragen in het werkland, maar dan dient de werknemer wel zelf een bedrag opzij te zetten om aan het einde van het jaar de belastingen in het woonland te betalen.

Afspraken Nederland met België en Duitsland
Nederland heeft met België en Duitsland afspraken gemaakt over de interpretatie en toepassing van beide belastingverdragen. Op basis van deze afspraken zal de belastingplicht niet verschuiven van de werkstaat naar de woonstaat, op de voorwaarde dat het salaris wordt doorbetaald. De thuiswerkdagen als gevolg van corona moeten worden bijgehouden met bijvoorbeeld een schriftelijke bevestiging van de werkgever, zodat kan worden aangetoond dat de thuiswerkdagen het gevolg zijn van corona.
Een grensarbeider mag er echter ook voor kiezen om deze goedkeuring niet toe te passen, waardoor het heffingsrecht naar de woonstaat kan verschuiven.

De afspraak met Duitsland gold initieel vanaf 11 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 en wordt maandelijks verlengd indien beide landen de afspraak niet opzeggen. De afspraak met België is reeds tot 1 april 2020 overeengekomen en moet expliciet worden verlengd.

Informatie bijgewerkt op 08-02-2021

In beginsel zal belasting verschuldigd zijn in het land waar de werkzaamheden fysiek zouden zijn uitgeoefend indien we werknemer wel had kunnen werken. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij bepaalde omstandigheden ertoe kunnen leiden dat bijvoorbeeld het woonland belasting mag heffen over het genoten salaris, en dat de 30%-regeling mogelijk niet langer kan worden toegepast in de Nederlandse salarisadministratie. De gevolgen zijn echter sterk afhankelijk van de omstandigheden. Mochten dit soort situaties zich voordoen, dan raden wij u aan om contact met ons op te nemen om de exacte gevolgen in kaart te brengen en helder te krijgen of, en zo ja, welke acties er genomen dienen te worden.

Informatie bijgewerkt op 08-02-2021

Als iemand in Nederland woont en werkt, dan zal de sociale zekerheidspositie van die persoon in de basis niet wijzigen.

Voor situaties tussen EU-lidstaten wordt op basis van EU-regels bepaald in welk land iemand sociaal verzekerd is. Als iemand vrijwel alle werkzaamheden vanuit het werkland verricht, dan zal diegene daar doorgaans sociaal verzekerd zijn tenzij deze persoon ten minste 25% van zijn tijd vanuit het thuisland werkzaamheden verricht. Mocht iemand vanwege de Corona-crisis tijdelijk alleen thuis werken in plaats van in het thuisland, dan zou de sociale zekerheidspositie dus kunnen veranderen.

De Nederlandse Sociale Verzekeringsbank heeft besloten dat thuiswerken wegens de Corona-crisis voor nu niet zal leiden tot een wijziging van de sociale zekerheidspositie. De Belgische en Duitse sociale zekerheidsautoriteiten hebben een soortgelijk besluit genomen, waardoor de sociale zekerheidsposities van personen die werken op de lijn Nederland-België en Nederland-Duitsland in beginsel niet zal wijzigen. Mocht de Corona-crisis langer aanhouden, dan kan er mogelijk wel een wijziging optreden. Op basis van het onderling overlegartikel kan dan binnen de EU afstemming worden gezocht over de sociale zekerheidspositie. Voor mensen die wonen en/of werken in andere landen dan Nederland, België en Duitsland kan het thuiswerken nu al gevolgen hebben voor de sociale zekerheidspositie.

Informatie bijgewerkt op 08-02-2021

Omzetbelasting

De staatssecretaris heeft een aantal maatregelen getroffen ten aanzien van medische hulpmiddelen en het uitlenen van zorgpersoneel, waarmee de administratieve en financiële druk op deze middelen wordt beperkt. Er is daarom gekozen voor een btw-maatregel waarbij op de volgende transacties 0% btw wordt geheven:

  • Voor het uitlenen van zorgpersoneel, indien:
    • de inlener een zorginstelling of zorginrichting is die de btw-vrijstelling toepast (zoals genoemd in het besluit, o.a. ziekenhuizen, instellingen op gebied van de wijkverpleging, kraam- en gezinsverzorging);
    • de uitlener alleen de brutoloonkosten in rekening brengt aan de inlener (evt. verhoogt met kostenvergoeding van maximaal 5%);
    • met de uitleen geen winst wordt beoogd of gemaakt;
    • de ondernemer op de factuur vermeldt dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie worden vastgelegd.

Deze maatregel geldt vanaf 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2021.

 

  •  Voor het leveren van mondkapjes

Deze maatregel geldt vanaf 25 mei 2020 tot en met 30 juni 2021.

 

  •  Coronavaccins en -testkits
    • Het leveren van coronavaccins;
    • Het inenten met coronavaccins;
    • Het leveren van coronatestkits;
    • Het teksten met coronatestkits.

Deze maatregel geldt vanaf 21 december 2020 tot en met 30 juni 2021.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Estate planning

Het voordeel van de schenking onder schuldigerkenning is dat u gebruik maakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkbelasting en de laagste tariefschijf. Een van de voorwaarden is dat u de rente jaarlijks daadwerkelijk moet betalen. De rente mag u dus niet bij de hoofdsom bijschrijven. Doet u dat wel, dan wordt de schuldig gebleven schenking alsnog met erfbelasting belast en valt het fiscale voordeel weg.

 

Indien u de rente pas na het lopende jaar betaalt (bijv. de rente over 2020 betaalt u in 2021), dan moet u over de te laat betaalde rente ook weer (6%) rente vergoeden. Indien u (de schenker) in de tussentijd overlijdt, dan wordt de schuldig gebleven schenking alsnog met erfbelasting belast bij de verkrijger.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Ja, mits u dit bij schenking bent overeengekomen met de begiftigde. Na de schenking kunt u geen voorwaarden meer toevoegen. De begiftigde kan de schenking bijvoorbeeld hebben gebruikt om zijn/haar woning te verbouwen. Als u de schenking herroept, dan kan dat betalingsproblemen veroorzaken bij de begiftigde.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Of liquide middelen worden aangemerkt als ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen is geen exacte wetenschap. Hierover hebben wij dan ook regelmatig overleg met de Belastingdienst. Uit rechtspraak blijkt dat men geen rekening mag houden met het meest slechte scenario als daar geen aanleiding voor is. Met de huidige crisis is het daarentegen beter verdedigbaar om een zogenoemde “oorlogskas” aan te houden zodat de liquide middelen (eerder) als ondernemingsvermogen kunnen worden aangemerkt.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Ja. De bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden is de voortzettingstermijn van vijf jaren na de schenking of het overlijden. Indien de onderneming failliet gaat binnen vijf jaren na de schenking of het overlijden vervalt de voorwaardelijke vrijstelling. De verkrijger moet dan alsnog de schenk- of erfbelasting betalen over de waarde ten tijde van de verkrijging. Ook bij een duurzame inkrimping van de onderneming kan de voorwaardelijke vrijstelling komen te vervallen. Voor de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting geldt geen voortzettingstermijn, dus de belastingclaim die destijds is doorgeschoven naar de verkrijger hoeft men in de meeste gevallen nog niet te voldoen.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Overig

Een ANBI is verplicht om binnen zes maanden na afloop van het boekjaar bepaalde financiële gegevens via het internet te publiceren. Voor de jaarstukken van 2019 werd eerder een goedkeuring verleend dat de termijn van zes maanden (onder voorwaarden) verlengd kon worden met ten hoogste 4 maanden. Deze goedkeuring geldt niet voor de jaarstukken van 2020. U zult derhalve binnen de reguliere termijn van 6 maanden na afloop van het boekjaar aan de publicatieplicht moeten voldoen.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Geld op een G-rekening waar bedragen aan te betalen loonheffingen en/of btw tegenover staat kan in beginsel niet van de G-rekening af worden gehaald. Normaliter kan slechts het overschot op de g-rekening worden vrijgegeven. Tot 1 januari 2023 geldt echter een versoepeld beleid wegens de coronacrisis. Dit beleid houdt in dat ook bedragen die gereserveerd zijn voor loonheffing of btw kunnen worden vrijgegeven. Voorwaarde is daarbij wél dat u voor deze bedragen loonheffingen of btw uitstel van betaling heeft gekregen. De verruimde deblokkeringsmogelijkheid geldt dan ook uitsluitend voor de bedragen waarvoor uitstel van betaling is verleend. 

Ons advies is om een verzoek tot deblokkeren in te dienen als u het geld op de G-rekening nodig heeft om andere verplichtingen te voldoen. Indien u een verzoek tot deblokkeren wenst te doen, dan helpen wij u hierbij graag. U kunt ook zelf een verzoek indienen met een formulier dat kan worden gedownload op de website van de belastingdienst. In dit verzoek moet u aangeven dat u vanwege de coronacrisis in betalingsproblemen bent gekomen. Tevens geeft u aan voor welk bedrag u deblokkering aanvraagt. Dit bedrag splitst u in een gedeelte ‘overschot’ en het gedeelte waarvoor u uitstel van betaling heeft aangevraagd.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

U wordt aangeraden om de volledige facturen van de opvang te blijven betalen en uw kind niet af te melden bij de kinderopvangorganisatie. Op deze manier kunt u uw plek bij de kinderopvang behouden. U hoeft uw kinderopvangtoeslag niet aan te passen indien het aantal uren dat uw kind bij de kinderopvang is gedaald is. Bij wijzigingen in uw inkomen, moet u dit wél doorgeven. Dit heeft invloed op de hoogte van de kinderopvangtoeslag.

 

U blijft kinderopvangtoeslag ontvangen over de in rekening gebrachte uren. Indien u een eigen bijdrage betaalt voor de kosten in kinderopvang of noodopvang ontvangt u een vergoeding voor de eigen bijdrage. Dit blijft het geval zolang de kinderopvang gesloten is.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Onze adviseurs
mensen met vakkennis

Zoek een adviseur

Gemotiveerde specialisten leveren geïntegreerde dienstverlening. Kennis maken en vooral kennis delen, speelt een centrale rol in alles wat wij doen.