An independent member of MOORE Global
WVDB International MijnWVDB Werken bij WVDB

WEBINAR: NOW-regelingen, reorganisatie en ontslag in de voortdurende crisis

Kijk het webinar terug

Coronadesk

Speciale overheidsmaatregelen

Omdat wij ontwikkelingen op de voet volgen plaatsen wij nieuwe vragen en antwoorden direct bovenaan onderstaande lijst. Houd deze pagina de komende dagen dus goed in de gaten.

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid 3.0 (NOW)

Om in aanmerking te komen voor de derde tranche (1 oktober tot en met 31 december 2020), de vierde tranche (1 januari tot en met 31 maart 2021) en de vijfde tranche (1 april tot en met 30 juni 2021) moet een werkgever – net zoals in NOW 1.0 en 2.0 – een omzetdaling van ten minste 20% hebben.

 

Voor NOW 3.0 geldt in beginsel dat de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet van een door de werkgever te kiezen periode van drie maanden. Voor de derde tranche kan de periode starten op 1 oktober, 1 november of 1 december 2020, voor de vierde tranche op 1 januari, 1 februari of 1 maart 2021 en voor de vijfde tranche 1 april, 1 mei of 1 juni 2021. Indien een werkgever reeds gebruik heeft gemaakt van NOW 2.0, dan dient de periode van omzetdaling voor de derde tranche aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in NOW 2.0 subsidie is aangevraagd.

 

Dit geldt ook voor de drie tranches in NOW 3.0. Indien er aanspraak wordt gemaakt op de NOW-subsidie in opeenvolgende tranches, dienen de omzetperiodes dus op elkaar aan te sluiten.

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

NOW 3.0 wijkt op de volgende punten af van NOW 2.0:

  • De loonsubsidie over de drie tranches zijn voor nu 80 % in de derde tranche en 85% in de vierde en vijfde tranche;
  • de referentieperiode voor de loonsom is voor alle drie de tranches vastgesteld op juni 2020 (of april 2020);
  • de loonsom mag voor een bepaald percentage worden verlaagd zonder dat dit gevolgen heeft voor de subsidie. De loonsomvrijstelling is: 10 % in de derde en vierde tranche, en vooralsnog 20% in de vijfde tranche;
  • de subsidiekorting van 5 % op het subsidiebedrag indien een werkgever bij grotere ontslagaanvragen geen overeenstemming heeft bereikt met de vakbonden vervalt;
  • de voorwaarde dat 150 % (NOW 1.) en 100% (NOW 2.0) van het loon van de werknemer die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen in mindering wordt gebracht op de subsidie vervalt;
  • werkgevers krijgen een nieuwe inspanningsverplichting indien zij gedurende het subsidietijdvak een ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen hebben ingediend. De werkgever moet contact opnemen met het UWV over van werk-naar-werkbegeleiding. Indien bij de vaststelling blijkt dat de werkgever geen contact heeft gehad met het UWV, zal het subsidiebedrag met 5% gekort worden.

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

Aanvragen kunnen alleen worden ingediend via het daarvoor ontworpen formulier dat via www.uwv.nl beschikbaar wordt gesteld. Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de betaling van het eerste voorschot binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren.


Derde tranche
De aanvraagperiode voor de derde tranche liep van 16 november 2020 tot 27 december 2020, waarbij er subsidie aangevraagd kon worden voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020.


Vierde tranche
Het aanvraagtijdvak voor de vierde tranche opent op 15 februari 2021 en zal lopen tot en met 14 maart 2021, waarbij er subsidie aangevraagd kan worden voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021.


Vijfde tranche
Het beoogde aanvraagtijdvak voor de vijfde tranche is 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021, waarbij er subsidie aangevraagd kan worden voor de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2020.

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van juni 2020 of bij betaling per vier weken het zevende aangiftetijdvak van 2020, verhoogd met 8,33 %. De hoogte van het subsidiepercentage wordt geleidelijk afgebouwd:


In de derde tranche (1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020) bedraagt het maximale vergoedingspercentage 80%.


In de vierde tranche (1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021) bedraagt het maximale vergoedingspercentage 85%.


In de vijfde tranche (1 april 2021 tot en met 30 juni 2021) bedraagt het maximale vergoedingspercentage 85%.


Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% in de derde tranche bedraagt de subsidie 40% (= 50% van 80%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 16% (= 20% van 80%), etc.

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

De loonsom mag per tranche in NOW 3.0 voor een bepaald percentage worden verlaagd ten opzichte van de loonsom juni 2020 zonder dat dit gevolgen heeft voor de subsidie. De loonsomvrijstelling is: 10 % in de derde, vierde en vijfde tranche.

 

Dit betekent bijvoorbeeld dat als de loonsom in één van de drie tranches, ten opzichte van driemaal de loonsom van juni 2020 is gedaald met maximaal 10%, dit geen effect heeft op de hoogte van de subsidie. Als de loonsom meer dan 10% is gedaald, wordt de subsidie lager vastgesteld op het te veel gedaalde deel. Als de loonsom in de derde tranche (1 oktober-31 december 2020) en/of vierde tranche (1 januari 2021 t/m 31 maart 2021) en/of vijfde tranche (1 april 2021 t/m 30 juni 2021) bijvoorbeeld is gedaald met 20%, is de loonsom met 10% ‘te veel’ gedaald. In dat geval wordt de subsidie alleen over die 10% lager vastgesteld en niet over de gehele daling van 20%.
Voor elke euro die te veel is gedaald ten opzichte van de referentieperiode, ontvangt de werkgever resp. 80, 70 of 60 cent minder subsidie, afhankelijk van de betreffende tranche.


Voorbeeldberekening bij loonsomvrijstelling van 10% in derde en vierde tranche
Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak juni 2020, € 1.000.000 loonsom en een verwachte omzetdaling van 50%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,4 x 0,8) = € 1.680.000 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van 80%, dus € 1.344.000.
De gerealiseerde omzetdaling is 50%. De uiteindelijke loonsom over de maanden oktober, november en december 2020 is € 2.400.000 euro. Het verschil in loonsom (gemiddeld € 200.000 per maand minder) wordt als volgt verwerkt in de vaststelling.
De loonsom over de maanden oktober – december 2020 is met 20% gedaald ten opzichte van de referentieloonsom juni 2020. Het vrijstellingspercentage is 10%, dus de loonsom is met 10%, oftewel € 300.000, teveel gedaald. Over deze 10% teveel gedaalde loonsom wordt het bedrag van de subsidie verminderd. Deze vermindering is ((0.9 x € 1.000.000 x 3) - € 2.400.000) x 1,4 x 0.8 = € 336.000. De subsidie wordt dus vastgesteld op € 1.680.000 - € 336.000 = € 1.344.000 en er wordt € 1.344.000-1.344.000 = € 0 teruggevorderd.

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

Het UWV geeft aan dat bij de definitieve berekening (lees: aanvraag tot vaststelling) voor alle entiteiten die tot het concern behoren dezelfde meetperiode en omzetdaling per loonheffingennummer ingevoerd moet worden, ook al zijn er in eerste instantie op basis van verschillende meetperioden en omzetdalingen NOW aanvragen gedaan.

 

Het UWV heeft aangegeven dat bij de aanpassing van de verschillende meetperioden bij de definitieve berekeningen geen nihil beschikking zal worden toegekend voor het in eerste instantie hanteren van verschillende meetperioden. Dit leidt tot een nieuwe berekening op basis van de definitief gekozen meetperiode en kan leiden tot een nabetaling van subsidie door het UWV of een terugvordering van subsidie.

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

Het klopt dat het vergoedingspercentage in het tweede tijdvak (de vierde tranche) gelijk blijft aan het vergoedingspercentage uit het eerste tijdvak van de NOW 3.0 (zie ook onderstaande tabel). Dat betekent dat het maximale vergoedingspercentage 80% van de loonsom bedraagt in plaats van de oorspronkelijke 70%. Daarnaast blijft de loonsomvrijstelling gelijk aan 10%. Ook wordt het minimale omzetverlies om voor NOW in aanmerking te komen in het tweede tijdvak niet verhoogd naar 30% Het minimale omzetverlies blijft 20%.

 

NOW 2.0

NOW 3.0

 

 

 

Eerste tijdvak

Tweede tijdvak
Derde tijdvak

Tijdvakken

Juni t/m september

Oktober t/m december

Januari t/m maart
April t/m juni

Vergoedingspercentage

90%

80%

85%

85%

Loonsom vrijstelling

-

10%

10%

10%

Minimaal omzetverlies

20%

20%

20%

20%

Forfaitaire opslag

40%

40%

40%

40%

Max. vergoeding loon

2x dagloon

2x dagloon

2x dagloon

2x dagloon

Informatie bijgewerkt op 24 februari 2021

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid 2.0 (NOW)

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie is de zogenoemde ‘ontslagboete’ komen te vervallen. Een werkgever die bij het UWV een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen heeft ingediend zal niet langer voor 150%, maar voor 100% worden gecorrigeerd met de hoogte van de loonsom van de werknemer(s) voor wie ontslag is aangevraagd in de periode 1 juni 2020 tot 30 september 2020. Een lagere loonsom heeft dus impact op de hoogte van de definitieve loonsom, waardoor er rekening gehouden moet worden met een mogelijke terugbetalingsverplichting.

Voor een ontslag van 20 of meer werknemers gelden echter wel afwijkende regels. Indien de werkgever een bedrijfseconomisch ontslag aanvraagt (in het kader van de WMCO) voor 20 of meer werknemers, wordt het totale subsidiebedrag met 5% verminderd. Dit kan worden voorkomen als de werkgever met de belanghebbende vakbonden, of bij gebreke daarvan een werknemersvertegenwoordiging, overeenstemming bereikt over de ontslagen. De totale subsidie wordt ook niet met 5% verminderd als deze partijen, wanneer zij geen overeenstemming kunnen bereiken, gezamenlijk een beoordelingsverzoek hebben ingediend bij de Stichting van de Arbeid.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Voor bedrijven met een gebroken boekjaar (een boekjaar die niet eindigt op een kalenderjaar) kan de dividendverplichting over 2020 minder goed uitpakken, omdat zij al een aandeelhoudersvergadering 2020 hebben gehad. Indien zij toen besloten hebben dividend uit te keren, kan een verplichting over 2020 hen beletten NOW 2.0 aan te vragen terwijl deze bedrijven dat toen niet konden voorzien. Voor  bedrijven met een gebroken boekjaar geldt de verplichting om o.a. geen dividend uit te keren voor het boekjaar waarin de maanden juni, juli, augustus en september 2020 vallen. Indien er twee boekjaren in die periode vallen, geldt de verplichting voor beide boekjaren. Indien een concern of moeder-dochter ook een gebroken boekjaar hanteert, geldt dezelfde afwijking voor het concern of de moeder-dochter.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De verplichting om geen bonussen en winstdelingen uit te keren ziet op het bestuur, de directie en het management. De registratie in het KvK, evenals het feit dat personen beslissings- en/of tekeningsbevoegd zijn, is daarbij niet doorslaggevend. In de kern gaat het om personen die het beleid binnen de onderneming bepalen.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Indien een werkgever een subsidie aanvraagt, dient hij zich aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen te houden. Het maakt dan geen verschil of sprake is van een Nederlandse of buitenlandse onderneming.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De werkgever is verplicht zich te onthouden van het uitkeren van dividend of winst, bonussen of het inkopen van eigen aandelen indien de groep gezamenlijk een subsidievoorschot van € 100.000 of meer ontvangt, of de subsidie op €125.000 of meer wordt vastgesteld. Deze verplichting geldt over 2020, tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

Indien gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling voor werkmaatschappijen zoals deze onder de NOW 1.0 ook al gold, geldt een uitgebreidere verplichting. In dat geval geldt de verplichting ook voor het concern, de groep of de moedermaatschappij. In dat geval dient de werkgever voorafgaand aan de aanvraag te verklaren dat ook het groepshoofd of de moedermaatschappij zich aan de verplichting houdt. Deze verplichting geldt ook voor aanvragen op werkmaatschappijniveau onder de NOW 1.0.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De eis die geldt om voor de NOW 2.0 in aanmerking te komen, is dat een werkgever een omzetdaling van ten minste 20% heeft. Voor NOW-2 geldt dat de omzetdaling wordt bepaald door een derde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet van een door de werkgever te kiezen periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Voor ondernemingen die zijn gestart na 1 januari 2019 geldt dat tot de referentieperiode de hele kalendermaanden gerekend worden vanaf het moment dat de bedrijfsuitoefening van de werkgever is aangevangen in 2019 tot en met 29 februari 2020, omgerekend naar vier maanden.

Net als bij de NOW-1 geldt ook hier dat indien er sprake is van een grotere samenstelling van rechtspersonen of natuurlijke personen, zoals een concern, de omzetdaling van de gehele groep de basis is van de subsidie. Niet-Nederlandse rechtspersonen of natuurlijke personen zonder in Nederland verzekerd SV-loon worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de omzetdaling van de Nederlandse en niet-Nederlandse onderdelen met in Nederland verzekerd SV-loon van de groep.

Let op: Subsidies en andere tegemoetkomingen zijn onderdeel van de omzetberekeningen, dus ook subsidies die worden opgehoogd of verstrekt om ondernemingen te compenseren in het kader van de uitbraak van het COVID-19-coronavirus.

In NOW 2.0 zijn er wel enkele wijzigingen in de omzetbepaling voor specifieke situaties:
In de NOW 1.0 was het mogelijk dat, door het afstoten of verkopen van onderdelen of activiteiten van het bedrijf, een vertekend beeld werd gegeven van de omzetdaling en als gevolg hiervan een hogere NOW ontvangen werd. In het geval dat het gaat om het afstoten van onderdelen geldt bij de NOW 2.0 niet dat de referentieomzet een kwart van de omzet in 2019 is, maar wordt de omzet voor de referentieperiode bepaald door de omzet van de hele kalendermaanden vanaf het moment van het afstoten van het laatste onderdeel of activiteit tot 29 februari 2020.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Uitbetaalde vakantiebijslag (bijvoorbeeld bij betaling in maart 2020, bij uitdiensttreding van de betrokken werknemer) wordt niet meegenomen in de loonsom. De loonsom van de werkgever die geen vakantiebijslag reserveert wordt bovendien ook gecorrigeerd.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De loonsom kan gecorrigeerd worden voor wat de NOW 2.0 verstaat onder ‘extra periode salaris’. Dit is het extra loon wat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald naar aanleiding van afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, en dat niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemer. Daaronder dient dus bijvoorbeeld te worden verstaan een dertiende maand-uitkering, maar niet een resultaatsafhankelijke bonus.

De correctie heeft het karakter van een vermindering. Dit wil zeggen dat de loonsom waarover de hoogte van de subsidie wordt berekend wordt verminderd met het extra periode salaris dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom over de referentieperiode vergeleken met de loonsom van de viermaands periode 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 waarover subsidie wordt ontvangen. De loonsom kan in de subsidieperiode lager uitvallen dan in de referentieperiode, omdat werknemers intussen niet meer in dienst zijn dan wel minder of niet meer zijn opgeroepen. Bij verlies aan werkgelegenheid, blijkend uit het verlies aan loonsom, wordt de subsidie lager vastgesteld. Daarbij krijgt de werkgever voor elke euro minder loonkosten 90 cent minder subsidie. Er wordt dus niet gecorrigeerd voor omzetverlies. Ofwel: als omzet en loonsom met hetzelfde percentage dalen, zal de werkgever de overgebleven loonsom moeten betalen met de overgebleven omzet en dient geen recht op subsidie te bestaan.

De NOW 2.0 kent in tegenstelling tot NOW 1.0 géén aparte regeling voor seizoensbedrijven of andere werkgevers met een hogere loonsom in de meetperiode dan in de referentieperiode.
Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van maart 2020 en bedraagt per maand maximaal 90% van de loonsom over maart 2020 (bij betaling per vier weken is dit het derde aangiftetijdvak van 2020, verhoogd met 8,33%). Loon boven het bedrag van € 9.538 bruto per maand komt niet voor subsidie in aanmerking. het geval over de maand maart geen loongegevens beschikbaar zijn, wordt uitgegaan van het loon over november 2019 (of bij betaling per vier weken van het twaalfde aangiftetijdvak van dat jaar, verhoogd met 8,33%). De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de periode juni tot en met september 2020. Dit loonsomtijdvak geldt voor alle aanvragen, ongeacht de gekozen omzetperiode. 

Informatie bijgewerkt op 24 maart 2020

Het voorschot wordt in NOW 2.0 verstrekt in twee termijnen tot 80% van de verleende subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling en de loonsom over de maand maart 2020.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 18% (= 20% van 90%), etc. Bij een omzetdaling van minder dan 20% is de subsidie nihil.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Indien de aanvraag gepaard gaat met een voorschot van minder dan € 100.000,-, wordt de werkgever vrijgesteld van de plicht een accountantsverklaring te overleggen. Deze vrijstelling geldt niet indien de totale subsidie op het niveau van de natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep wordt vastgesteld op € 125.000, of meer. Bij deze bedragen wordt telkens uitgegaan van het subsidiebedrag dat toegekend wordt aan het concern, of als er geen concern is, de rechtspersoon of natuurlijke persoon en niet van de verstrekte subsidie per loonheffingsnummer.

Bedrijven die gebruik maken van de mogelijkheid om de omzetdaling op werkmaatschappijniveau te bepalen (in geval op concernniveau minder dan 20 % omzetdaling is) moeten altijd een accountantsverklaring overleggen.

Indien de werkgever geen accountantsverklaring hoeft te overleggen, dient hij een verklaring van een andere deskundige derde, zoals een administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie, te verstrekken, waarmee de definitieve omzetdaling kan worden aangetoond. Deze verplichting geldt niet indien het totale voorschot minder is dan 20.000 euro, of de totale subsidie een bedrag van minder dan 25.000 euro betreft, vastgesteld op het niveau van de natuurlijke persoon, rechtspersoon of de groep.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Wanneer een werkgever subsidie op grond van de NOW 1.0 is verleend, is het niet aan de werkgever om vier aaneengesloten maanden binnen de omzetperiode te kiezen. De werkgever dient in dat geval de vier aaneengesloten maanden op te geven die aansluiten op de drie aaneengesloten maanden die zijn opgegeven voor de omzetberekening onder de NOW 1.0.

Bijvoorbeeld: indien een werkgever voor de NOW 1.0 de maanden mei, juni en juli 2020 heeft opgegeven, dan geeft de werkgever voor de omzetperiode van de NOW 2.0 de maanden augustus, september, oktober en november 2020 op.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De werkgever moet binnen 24 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden de vaststelling van de subsidie aanvragen. Er kan om vaststelling worden verzocht vanaf 15 november 2020, omdat vanaf dan de loongegevens volledig beschikbaar zijn.

NB. De vaststelling van NOW 1.0 kan vanaf 7 oktober 2020 worden aangevraagd. Indien gewenst mag de aanvrager er ook voor kiezen om de vaststellingsaanvragen voor NOW 1.0 en 2.0. gelijktijdig in te dienen ná 15 november 2020.
Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De aanvraag kan bij het UWV worden ingediend tussen 6 juli en tot en met 31 augustus 2020. Op die aanvraag geldt een beslistermijn van 14 weken, waarbij ernaar wordt gestreefd om de betaling van het eerste voorschot binnen 2 à 4 weken van de volledige aanvraag te realiseren.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Een onderneming mag over het jaar 2020 tot en met de aandeelhoudersvergadering in 2021 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen, zolang een onderneming die gebruik maakt van NOW 2.0 een subsidie ontvangt van € 125.000,- of meer, of een voorschot van € 100.000,- of meer.

Een aanvragende rechtspersoon mag dus ook geen dividend uitkeren aan aandeelhouders binnen het concern, en geen bonussen uitkeren aan de directie of het management van het concern. Dit ziet dus slechts op de rechtspersoon. De overige rechtspersonen van het concern, mits zij niet zelf ook aanvragen en er geen aanvraag op niveau van de werkmaatschappij wordt gedaan, mogen dit nog wel.

De voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over 2019, die pas in 2020 tot uitbetaling zullen leiden. De verplichting om geen bonussen en winstdelingen uit te keren ziet op het bestuur, de directie en het management. De registratie in het KvK is daarbij een indicatie, maar niet doorslaggevend. In de kern gaat het om personen die het beleid bepalen. Overige personeel mag wel variabel worden beloond door bonussen. Dit betekent voor dga's/bestuurders en andere directieleden dat zij mogelijk slechts hun basisvergoeding ontvangen of hun gebruikelijk-loon, vanwege het verbod om bonussen uit te keren.

Let op, indien bedrijven gebruik willen maken van de bijzondere regeling voor werkmaatschappijen geldt een uitgebreidere verplichting. In dat geval geldt deze verplichting ook voor het concern, de groep of de moedermaatschappij. Dit was ook al het geval bij aanvragen voor NOW 1.0. Ook hier is het niet relevant of het gaat om een Nederlandse onderneming of groep of internationale onderneming of groep. Deze verklaring moet voorafgaand aan de NOW aanvraag worden opgesteld.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

NOW 2.0 wijkt op de volgende punten af van NOW 1.0:

  • de referentieperiode voor de loonsom is vastgesteld op maart 2020 (of november 2019);
  • het subsidietijdvak is verlengd van drie maanden naar vier maanden;
  • er geldt nog steeds een verplichting om geen ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen bij het UWV aan te vragen. De hierop gestelde “boete” van 50% zal echter worden afgeschaft. Het totale subsidiebedrag wordt in NOW 2.0 met 5% verminderd als de werkgever in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 één of meerdere meldingen als bedoeld in de WMCO doet én gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers in een WMCO-werkgebied ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvraagt, tenzij er een akkoord over de ontslagaanvraag is bereikt met vakbond en/of vertegenwoordiging van werknemers;
  • een bedrijf dat gebruik maakt van NOW 2.0 en op grond hiervan een subsidie van € 125.000,-  of meer, of een voorschot van € 100.000,- of meer ontvangt mag over 2020 geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur, de directie en/of het management uitkeren en geen eigen aandelen inkopen;
  • de forfaitaire opslag op de loonkosten wordt verhoogd van 30% naar 40%;
  • werkgevers krijgen een inspanningsverplichting tot het stimuleren van hun medewerkers tot het volgen van een ontwikkeladvies en/of scholing.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Werkgevers kunnen vanaf 6 juli 2020 de tweede tranche van de NOW regeling aanvragen. De subsidieaanvraag staat open voor werkgevers die NOW 1.0 hebben aangevraagd, maar ook voor werkgevers die voor het eerst een beroep gaan doen op de NOW. Het gaat om een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode juni tot en met september 2020.

Om in aanmerking te komen voor NOW 2.0, moet een werkgever – net zoals in NOW 1.0 – een omzetdaling van ten minste 20 % hebben. Voor NOW 2.0 geldt in beginsel dat de omzetdaling wordt bepaald door een derde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet van een door de werkgever te kiezen periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Maar indien een werkgever reeds gebruik heeft gemaakt van NOW 1.0 , dan dient de hiervoor genoemde viermaands periode aan te sluiten op de vorige gekozen driemaands periode.

Ter illustratie:
Indien een werkgever in de huidige NOW heeft gekozen voor de driemaands periode maart tot en met mei 2020, dan dient de viermaands periode in NOW 2.0 aan te vangen op 1 juni 2020.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De werkgever moet binnen 24 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden de vaststelling van de subsidie aanvragen. Dat betekent dat iedere aanvrager de vaststelling voor NOW 1.0  kan aanvragen vanaf 7 oktober 2020. Maar de aanvrager mag er ook voor kiezen om de vaststellingsaanvragen voor NOW 1.0 en 2.0. gelijktijdig in te dienen ná 15 november 2020.
Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

Het UWV geeft aan dat bij de definitieve berekening (lees: aanvraag tot vaststelling) voor alle entiteiten die tot het concern behoren dezelfde meetperiode en omzetdaling per loonheffingennummer ingevoerd moet worden, ook al zijn er in eerste instantie op basis van verschillende meetperioden en omzetdalingen NOW aanvragen gedaan.

Het UWV heeft aangegeven dat bij de aanpassing van de verschillende meetperioden bij de definitieve berekeningen geen nihil beschikking zal worden toegekend voor het in eerste instantie hanteren van verschillende meetperioden. Dit leidt tot een nieuwe berekening op basis van de definitief gekozen meetperiode en kan leiden tot een nabetaling van subsidie door het UWV of een terugvordering van subsidie.

Informatie bijgewerkt op 2 februari 2021

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid 1.0 (NOW)

Een werkgever is verplicht om zijn werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of deel te nemen aan scholing. Het betreft een inspanningsverplichting voor de werkgever. Werkgevers kunnen werknemers bijvoorbeeld stimuleren (vrijvallende) tijd voor (om)scholing te gebruiken en daarvoor middelen verschaffen, bijvoorbeeld via een Opleidings- & Ontwikkelfonds. Ter ondersteuning daarvan komt het kabinet met een flankerend crisispakket “NL leert door”, waarvoor € 50 miljoen ter beschikking wordt gesteld. Dit pakket moet in juli 2020 in werking treden en omvat ontwikkeladviezen, online scholing en ondersteuning door loopbaanadviseurs.

Informatie bijgewerkt op 24 juni 2020

De regeling Werktijd-verkorting (Wtv) is per direct stopgezet. Wtv aanvragen is niet meer mogelijk.

 

Verkregen Wtv

Als een werkgever reeds een vergunning voor werktijdverkorting heeft gekregen, dan blijft deze vergunning van kracht tot het einde van de vergunningsperiode. Verlenging van deze aanvragen is niet mogelijk. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de Wtv wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020.

 

Aangevraagde Wtv waarover nog niet is beslist

Indien de werkgever een wtv-aanvraag heeft gedaan, maar hier nog niet over is beslist, zal deze aanvraag gezien worden als een aanvraag voor de NOW-maatregel. De werkgever zal in de gelegenheid worden gesteld om zijn aanvraag  binnen vier weken aan te vullen met de volgende gegevens:

  • het dossiernummer van de aanvraag, indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De werkgever wordt hierover bericht.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Door middel van gebruikmaking van de NOW geldt in beginsel een verbod om werknemers te ontslaan wegens bedrijfseconomische redenen. Er zijn naast de NOW echter ook nog andere maatregelen te bedenken om in deze tijd van crisis verder te besparen.

 

Ten eerste kunt u hierbij denken aan het maken van afspraken met uw personeel over het opnemen van vakantiedagen of het uitspreiden van betaling van vakantiegelden. Ook het opnemen van ATV/ ADV of andere compensatieuren kunnen een mogelijke oplossing bieden. Echter geldt hierbij wel altijd dat voor de invoering van dergelijke maatregelen overleg en instemming van de werknemer nodig is.

 

Indien uw bedrijf uiteindelijk toch in de situatie komt waarbij ontslagen noodzakelijk worden,  dan is het mogelijk een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen bij UWV. Indien dat gebeurt in de tegemoetkomingsperiode van de NOW, geldt er een boete zal worden opgelegd. Na deze periode geldt deze boete niet. U dient dan wel rekening te houden met strikte regels die hiervoor gelden, waaronder tevens de regels omtrent een collectief ontslag indien u meer dan 20 werknemers gaat ontslaan. In deze gevallen raden we u aan contact op te nemen met onze specialisten Arbeidsrecht die u hierbij kunnen begeleiden en adviseren.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Binnenkort zal een nieuwe steunmaatregel worden opengesteld: de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten. De TOFA is bedoeld voor flexibele arbeidskrachten die niet in aanmerking komen voor WW of bijstand, zoals studenten met een bijbaantje. Naar verwachting zal de TOFA vanaf 22 juni 2020 gedurende 3 weken kunnen worden aangevraagd bij het UWV.

 

Om in aanmerking te komen voor de TOFA moet u in februari nog minimaal € 400,- hebben verdiend. De TOFA bedraagt € 550,- per maand voor de maanden maart, april en mei en heeft de vorm van een eenmalige bruto tegemoetkoming.

 

Enkele andere voorwaarden zijn:

  • U heeft in de maand april ten opzichte van februari ten minste 50% inkomstenverlies geleden;
  • U mag geen aanspraak hebben gemaakt op een andere inkomensvoorziening, zoals bijstand;
  • U bent minimaal 18 jaar oud en hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

 

Binnen welke termijn je na de aanvraag de TOFA op je rekening krijgt gestort is nog niet bekend.

 

De TOFA zal fiscaal worden behandeld als loon. Het wordt daarom als zodanig belast en vormt inkomen voor toeslagen. Het UWV zal dan ook de inhouding van loonheffingen verzorgen. Hierbij wordt standaard de algemene heffingskorting toegepast, waardoor het kan voorkomen dat er na indiening van de aangifte inkomstenbelasting over 2020 moet worden bijbetaald.

 

De verdere details van de regeling worden nog uitgewerkt dus het is mogelijk dat de bovenstaande data en voorwaarden nog veranderen.

Informatie bijgewerkt op 5 juni 2020

Het subsidiebedrag wordt gebaseerd op de loonsom over de maand januari 2020. In deze maand ligt de loonsom vaak hoger doordat extra salaris wordt uitgekeerd, waardoor deze maand vaak niet representatief is . In de derde wijziging van de NOW is bepaald dat extra periode salaris uit de loonsom wordt gefilterd. Een extra periode salaris is extra loon dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald naar aanleiding van afspraken in de arbeidsovereenkomst of cao en dat niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemers, bijvoorbeeld een dertiende maand. Andere incidentele betalingen, zoals eenmalige bonussen, vallen hier niet onder.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

De derde wijziging van de NOW regelt dat een werkgever niet onnodig wordt benadeeld indien zijn loonsom in de periode maart – mei hoger is dan de loonsom in de referentiemaand (januari). Werkgevers mogen de loonsom van maart t/m mei hanteren bij de subsidievaststelling, mits de loonsom in de periode maart t/m mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari. In deze rekenmethode wordt de hoogte van de loonsom in de maanden april en mei altijd gemaximeerd op het niveau van maart.
De loonsom van april en mei worden gebaseerd op de loongegevens zoals vastgesteld op 19 juli 2020.
Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Er wordt een accountantsverklaring gevraagd voor vaststellingen boven de € 125.000,--. Hierbij zal uitgegaan worden van het gevraagde subsidiebedrag bij de vaststelling. Bedrijven en instellingen zullen dus zelf een berekening moeten maken of zij een accountantsverklaring nodig hebben.

Om zoveel mogelijk werkgevers vooraf helderheid te geven of een accountantsverklaring is vereist, is bepaald dat bedrijven die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000,-- of meer een accountantsverklaring moeten overleggen. Een voorschot van € 100.000,-- betreft immers in de meeste gevallen een subsidiebeschikking van € 125.000,--.

Vooralsnog is uitgegaan van een termijn van 24 weken waarbinnen een werkgever een verzoek om vaststelling van de subsidie moet doen en waarbinnen ook de accountantsverklaring moet zijn verstrekt. In de regeling wordt de termijn voor vaststelling verlengd naar 38 weken voor aanvragen waarvoor een verklaring van een accountant wordt meegestuurd.

Indien bij een voorschot lager dan € 100.000,-- naderhand blijkt dat de subsidie toch op een bedrag van € 125.000,-- of hoger zal worden vastgesteld, zal de werkgever verzocht worden om alsnog een accountantsverklaring in te leveren. De werkgever krijgt daarvoor 14 weken de tijd, zodat deze werkgevers ook 38 weken krijgen om de accountantsverklaring te overleggen.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd en verleend worden over de maanden maart tot en met mei 2020. De aanvraag voor NOW 1.0 wordt langer opengesteld, namelijk tot en met 5 juni 2020. Inmiddels is ook bekend dat de NOW verlengd zal worden. De exacte duur van de verlenging en de definitieve voorwaarden worden nog nader uitgewerkt waarbij het streven is naar openstelling van het tweede aanvraagtijdvak per 6 juli 2020.

 

De regeling schrijft voor dat een aanvraag om vaststelling van de subsidie wordt gedaan binnen 24 weken na afloop van het gekozen omzettijdvak. Hieruit kon worden afgeleid dat verzoeken om vaststelling per 1 juni 2020 ingediend konden worden. Inmiddels is duidelijk dat het, mede gelet op de verlenging van de NOW met een tweede aanvraagtijdvak, niet mogelijk is om eerder dan 7 oktober 2020 verzoeken om subsidievaststelling in behandeling te nemen (18 weken later dan 1 juni). Daarom wordt geregeld dat een werkgever een aanvraag om subsidievaststelling kan doen na 6 oktober 2020. De indieningstermijn van 24 weken voor de aanvraag begint vanaf die datum te lopen. De werkgevers waarvoor geldt dat hun omzettijdvak per 31 mei of 30 juni eindigde, krijgen dan ook langer de tijd om een aanvraag om vaststelling van subsidie voor te bereiden.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

In verband met de derde wijziging van de NOW kan voor de eerste tranche tot en met 5 juni 2020 een aanvraag worden ingediend.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Op 26 mei 2020 is de NOW 1.0 voor de derde keer gewijzigd. De wijzigingen zien op:

  • aanpassing van de referentieperiode en loonsombepaling bij overgang van onderneming en voor startende bedrijven;
  • een alternatieve rekenmethode voor de loonsom voor alle bedrijven die in de subsidieperiode (maart- mei) een hogere loonsom hadden dan de loonsom in de referentiemaand januari maal drie;
  • extra periode salaris januari wordt uit de loonsom gefilterd;
  • de eis van een accountantsverklaring;
  • verlenging van het aanvraagtijdvak tot 5 juni 2020;
  • datum aanvraag vaststelling subsidie.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

De maatregel is bedoeld om ondernemers die ten gevolge van de Coronacrisis een omzetdaling van ten minste 20% verwachten financieel tegemoet te komen en hun loonkosten tot maximaal 90% maar rato van de omzetdaling op te vangen.

 

Het doel is werkgelegenheid. Om die reden worden werkgevers verplicht om 100 % van het loon door te betalen en wordt verwacht dat de loonsom nu zoveel mogelijk gelijk wordt gehouden ten opzichte van januari 2020.

 

Op 5 mei jl. is een wijziging op de NOW aangekondigd, waardoor werkmaatschappijen onder voorwaarden een tegemoetkoming kunnen aanvragen op basis van hun eigen omzetdaling, terwijl bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon.

 

Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen wordt in eerste instantie gekeken naar de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel meer dan 20% omzetdaling heeft, dan kan per werkmaatschappij een subsidie in de loonkosten worden aangevraagd op basis van de omzetdaling op concernniveau. 

 

Indien op concernniveau sprake is van minder dan 20% omzetdaling, dan kan een werkmaatschappij van een concern onder bepaalde voorwaarden een subsidie in de loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij. Deze omzetdaling bij de werkmaatschappij moet dan wel ten minste 20% zijn.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

 De premiedifferentiatie tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten die met de WAB is ingevoerd wordt vanwege corona op een aantal punten voor het kalenderjaar 2020 tijdelijk versoepeld.

 

Volgens de huidige regelgeving moet een werkgever, indien een werknemer in een kalenderjaar meer dan 30% overwerkt, alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betalen. Deze regelgeving leidt op dit moment in bepaalde sectoren (bijvoorbeeld de zorg) waar veel extra overwerk nodig is tot onbedoelde effecten. Om deze onbedoelde effecten tegen te gaan is besloten dat werkgevers over het kalenderjaar 2020 de lage WW-premie niet hoeven te herzien als hun werknemers door de coronacrisis meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze uitzondering zal voor werkgevers in alle sectoren gelden voor het gehele jaar 2020. Vanaf 1 januari 2021 zal de reguliere herzieningsbepaling weer in werking treden.

 

Daarnaast krijgen werkgevers extra tijd om te zorgen voor een kloppende administratie, die voldoet aan de eisen voor het toepassen van een lage WW-premie. Volgens de huidige regels moet een onderneming per 1 april 2020 schriftelijk kunnen aantonen dat de werknemers voor onbepaalde tijd voor 2020 al in dienst waren. Het kabinet heeft deze deadline voor het voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie verlengd tot 1 juli 2020. Uiterlijk 30 juni 2020 moet de administratie alsnog op orde zijn.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Bij wijziging van de NOW op 5 mei jl. zijn de volgende voorwaarden gesteld:

  1. De omzetdaling op concernniveau is minder dan 20%, maar de omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij is ten minste 20%.
  2. Er kan geen tegemoetkoming worden aangevraagd voor een personeels-bv. Er moet sprake zijn van een koppeling tussen omzet en de inzet van het personeel. Dit is bij de werkmaatschappij het geval, deze heeft zelf personeel in dienst en genereert ook zelf omzet. Voor de personeels-bv is dit niet het geval en is een beroep op de regeling niet mogelijk.
  3. Er moet een overeenkomst zijn gesloten met de betrokken vakbonden over werkbehoud. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers is een akkoord met de vereniging van werknemers ook voldoende. De accountant dient daarbij te onderzoeken of de vakbonden dan wel de werknemersverenigingen  akkoord zijn gegaan met de aanvraag voor NOW voor werkbehoud en neemt de uitkomst van dit onderzoek op in de accountantsverklaring.
  4. Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten voorafgaand aan de aanvraag verklaren dat zij over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen terugkopen tot aan en inclusief de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring wordt in de administratie opgenomen. De accountant dient dit vervolgens te onderzoeken en zijn bevindingen daaromtrent op te nemen in de accountsverklaring. Het concern moet zich daarnaast ook feitelijk aan deze verplichting houden.

De mogelijkheid om tegemoetkoming aan te vragen voor de werkmaatschappijen wordt enkel opengesteld voor nieuwe aanvragen. Aanvragen die eerder zijn ingediend, gaan immers uit van een omzetdaling van ten minste 20% op concernniveau.

Daarnaast worden onderstaande controlewaarborgen ingebouwd:

  1. De werkmaatschappij voor welke tegemoetkoming wordt aangevraagd mag geen werkzaamheden overdragen aan de andere werkmaatschappijen, indien de subsidie vragen werkmaatschappij deze normaal gesproken zou uitvoeren. Concreet betekent dit dat de subsidie vragende werkmaatschappij geen werkzaamheden mag overdragen aan andere werkmaatschappijen binnen het concern voor de werkzaamheden behorende tot de omzet zoals opgenomen in de jaarcijfers 2019 of, bij gebrek aan deze cijfers, de jaarcijfers 2018.
  2. De omzetdaling wordt gecorrigeerd indien werknemers van de werkmaatschappij in het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een andere entiteit binnen het concern (uitlening). De omzetdaling van de subsidie vragende werkmaatschappij wordt dan verlaagd met de uit deze uitlening voortvloeiende (theoretische) omzet. Het doel van deze waarborg is om schuiven met personeel en zo de loonkosten die voor financiering in aanmerking komen te verhogen, te voorkomen.
  3. Het Transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Hiermee wordt voorkomen dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelasting.
  4. Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet toegerekend. Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden, doordat een productie-bv bijvoorbeeld de goederen in voorraad houdt in plaats van ze direct te verkopen aan de verkoop-bv, wat voor een lagere omzet zorgt. In dat geval zou de omzet afnemen, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen.

Deze controle dient plaats te vinden door de accountant. Accountants zullen over deze en eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing van deze voorwaarden door de werkmaatschappij en dit dus ook meenemen in de controle. Nadere standaarden zullen nog worden opgesteld waarin wordt uitgewerkt hoe deze controle plaatsvindt.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Niet-Nederlandse rechtspersonen of natuurlijke personen zonder in Nederland verzekerd SV-loon worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de omzetdaling van de Nederlandse en niet-Nederlandse onderdelen met in Nederland verzekerd SV-loon van de groep.

 

Van belang is dus waar de onderneming of het onderdeel van de onderneming haar sociale verzekeringsverplichtingen voldoet, is dit buiten Nederland, dan telt zij niet mee.

 

Indien een Niet-Nederlandse rechtspersoon of natuurlijk persoon wél in Nederland verzekerd SV-loon heeft, dan kan deze Niet-Nederlandse entiteit een beroep doen op de NOW. Voldaan moet dan wel worden aan de overige voorwaarden van de regeling.

Per 5 mei jl. is de eis van een Nederlands bankrekeningnummer komen te vervallen. Werkgevers met een Niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren om subsidie te kunnen ontvangen.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Het kan zijn dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen. Bewust is echter gekozen om geen correctiemogelijkheid daarvoor op te nemen in de regeling. De reden hiervoor is gelegen in de benodigde eenvoud van de regeling, om op korte termijn zeer veel aanvragen te kunnen behandelen.

Op 22 april 2020 heeft het kabinet aangekondigd te bekijken of er een aparte regeling komt voor seizoensarbeid. In de laatste week van april wordt hier meer over bekend gemaakt.

Informatie bijgewerkt op 23 april 2020

Binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidieverlening wordt besloten of een subsidieaanvraag wordt verleend. Bij ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen.

In deze beschikking wordt het volgende vermeld:

  • de periode waarvoor subsidie wordt verleend;
  • de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot;
  • de verplichtingen waaraan een werkgever moet voldoen;
  • de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd.

    De betaling van het voorschot geschiedt in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de eerste betaling van het voorschot binnen 2 à 4 weken na een positieve beoordeling van de aanvraag uit te keren.
    Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De werkgever dient de volgende stukken aan te leveren:

  • indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend, het dossiernummer van de aanvraag;
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.
  • NB: voor de aanvraag is overigens geen e-herkenning of ander autorisatiemiddel nodig.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die in dienst zijn bij de werkgever en verplicht zijn verzekerd voor werknemersverzekeringen, dus ook voor uitzendkrachten die op de loonsom staan van een uitzendbureau. Het uitzendbureau kan aanspraak maken op de voorzieningen uit de NOW en niet de inlener. Mocht daarvan sprake zijn, dan geldt in de basis dat de inlener geen recht heeft op (een gedeelte van) deze gelden uit de NOW die het uitzendbureau ontvangt, terwijl de inlener (veelal) wel een vergoeding voor de uitzendkracht moet blijven doorbetalen. Om hier in de praktijk een juiste oplossing voor te vinden zal bijvoorbeeld gekeken moeten worden naar contractuele afspraken tussen uitzendbureau en inlener dan wel zullen uitzendbureau en inlener daarover verdere afspraken moeten maken.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

Achteraf wordt vastgesteld wat het omzetverlies daadwerkelijk is geweest en worden eventuele correcties op de loonsom verwerkt. In dat kader moet de werkgever na afloop van de periode waarin de NOW is toegekend binnen 24 weken de definitieve vaststelling van de subsidie aanvragen. UWV streeft ernaar om de vaststelling vervolgens zo veel als mogelijk binnen 22 weken te realiseren, met een maximum met 52 weken. Op basis van de door de werkgever aan te leveren definitieve gegevens over de omzetdaling zal vastgesteld worden hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of aan alle aan de werkgever opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW is gedaan. Hiervoor is in beginsel een accountantsverklaring vereist.

 

Indien blijkt dat het omzetverlies lager is uitgevallen, zal (een deel) van het voorschot terugbetaald moeten worden. Indien het omzetverlies hoger is uitgevallen zal een nabetaling plaatsvinden.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De meetperiode mag de werkgever zelf kiezen en betreft in alle gevallen drie maanden., die vallen tussen 1 maart 2020 en 31 juli 2020. De meetperiode kan dus starten op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020.

De keuze voor de meetperiode moet gemaakt worden bij de aanvraag; bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

Zieke werknemers voor wie een loondoorbetalingsplicht geldt, vallen ook onder het bereik van de NOW. Indien zij ziek waren in de maand januari 2020, maar voor hen wel een loondoorbetalingsplicht bestond, telt hun loon ook mee in de loonsom.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor ZW-uitkeringen voor no riskpolissen en uitkeringen op grond van de Wet Arbeid en Zorg verleend. Deze krijgt de werkgever al door het UWV vergoed. Houd er rekening mee dat deze uitkeringen bij de definitieve vaststelling van de subsidie worden in mindering worden gebracht op de loonsom.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De NOW is voornamelijk bedoeld om ontslagen te voorkomen en daarom zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden. De eerste voorwaarde is dan ook dat géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aangevraagd kan worden voor de werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Daarnaast dient de werkgever zich in te spannen om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en zijn werknemers dus volledig door te betalen. Tot slot moet de aanvrager ten minste 20% omzetverlies over een aangesloten periode van 3 maanden verwachten.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten moet sprake zijn van ten minste 20% omzetdaling. De hoogte van de tegemoetkoming is vervolgens afhankelijk van het percentage van de omzetdaling.

 

Het uitgangspunt van de regeling is dat omzetdalingen van meer dan 20% in de periode waarvoor de regeling geldt het gevolg zijn van buitengewone omstandigheden die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en maatregelen van openbare orde. Een werkgever hoeft daarbij niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Het omzetbegrip in de NOW moet zo dicht mogelijk aansluiten bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling of het concern. Op grond van de wet wordt daarbij uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. De opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van de onderneming.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het kan zijn dat een werkgever bijvoorbeeld een not-for-profit organisatie is waar in plaats van een winst-en-verliesrekening een exploitatierekening of staat van baten en lasten wordt opgesteld. Deze werkgevers krijgen namelijk financiering vanuit (semi)publieke middelen en dat zorgt natuurlijk ook voor opbrengsten van waaruit de loonkosten worden betaald. Daarom worden baten, opbrengsten en andere voordelen, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars ook als omzet gezien voor deze regeling.

 

Indien sprake is van een (meer-)jaarlijkse subsidie (of andere baten) of langer tijdvak dan het aanvraagtijdvak moeten deze inkomsten naar rato worden verdeeld over die maanden voor zover de grondslagen die worden gehanteerd in de jaarrekening hier niet reeds in voorzien.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Hiervoor dient eerst de referentie-omzet vastgesteld te worden. Dit is de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. De referentie-omzet wordt afgezet tegen de meetperiode. Dit is een periode van drie maanden, waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020, over welke de omzetdaling zich voor moet doen.

 

Het verschil wat uit die vergelijking komt, wordt gedeeld door de referentie-omzet. De uitkomst van die berekening is de omzetdaling, die wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond.

 

Een voorbeeld: Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000,- per maand, oftewel € 1.200.000,- over 2019. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – waarover de werkgever zijn omzetdaling berekend wil hebben, is zijn omzet gemiddeld € 70.000,- per maand oftewel € 210.000,- over deze gehele periode. De omzetdaling is dan 30%.

 

Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling. In dat geval wordt de omzet vanaf de eerste kalendermaand na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie. Dit is in dat geval de referentie-omzet.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het kan zijn dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen. Bewust is echter gekozen om geen correctiemogelijkheid daarvoor op te nemen in de regeling. De reden hiervoor is gelegen in de benodigde eenvoud van de regeling, om op korte termijn zeer veel aanvragen te kunnen behandelen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW sluit voor het concernbegrip aan bij de wettelijke definitie. Daarbij wordt voor de regeling wel uitgegaan van het concern zoals dit op 1 maart 2020 bestond.

 

Indien een onderneming in een moeder-dochtermaatschappijverhouding zit, worden zowel moeder- als dochtermaatschappij voor de werking van de regeling behandeld als waren zij een concern.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het subsidiebedrag is gebaseerd op de loonsom.  De loonsom wordt gedefinieerd als het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer. Dit betekent het volgende.

 

De subsidie wordt eerst verstrekt in de vorm van een voorschot van een subsidie over de loonsom. Bij de berekening hiervan wordt gebruik gemaakt van de loonsom over een referentieperiode van een maand. In beginsel wordt daarvoor januari 2020 genomen. Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon (SV-loon) uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Daarbij worden daarnaast ook aanvullende lasten als werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en opbouw van vakantiebijslag gecompenseerd.

 

Om de uitvoering van de aanvraagprocedure te vergemakkelijken is gekozen voor een opslag van 30% voor alle werkgeverslasten. De precieze werkgeverslasten hoeven dan dus niet per situatie te worden beoordeeld.

 

Indien de werkgever niet per maand, maar per vier weken loon betaalt, dan wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

 

Tot de loonsom worden niet gerekend werkgeversbetalingen voor uitkeringen voor bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg, omdat die immers al door de overheid vergoed worden (via UWV).

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De tegemoetkoming in de loonkosten bedraagt per maand maximaal 90% van de loonsom. De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de periode maart tot en met mei 2020. Dit geldt voor alle aanvragen, dus ook voor de aanvragen die de omzetdaling berekenen op basis van een andere driemaandsperiode.

 

Hierbij geldt dat het loon per werknemer wordt gemaximeerd tot € 9.538,00 bruto, oftewel twee keer het maximumdagloon per maand. Loon boven dit bedrag komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.

 

De subsidie wordt vervolgens gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Dit gaat op basis van een formule: A (verwachte omzetdaling) x B (de loonsom) x 3 x 1.3 x 0.9 = de subsidie.

De hoogte is aldus afhankelijk van de omzetdaling en gemaximeerd op 90% van de loonsom. Hieronder treft u volgende rekenvoorbeelden aan:

  • Indien er een omzetdaling is van 100%, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
  • Indien er een omzetdaling is van 50%, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van de werkgever;
  • Indien er en omzetdaling is van 25%, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het betreft een subsidie voor de loonkosten van alle werknemers die in dienst zijn bij een werkgever. Het gaat daarbij om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd, maar ook om werknemers met een flexibel contract, voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor zover een werkgever werknemers in dienst heeft die niet sociaal verzekerd zijn in Nederland, worden de lonen van die werknemers niet meegerekend voor de berekening van de loonsom. Deze werknemers tellen dus niet mee voor de NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die bij de werkgever in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen. Dit betekent dat ook werknemers met een flexibel contract, zo lang zij gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt, in dienst blijven en loon ontvangen, in aanmerking komen voor de NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Werknemers met een flexibele arbeidsomvang (bijvoorbeeld een min-max overeenkomst of een nuluren-contract) hebben op grond van de wet (voor zover zij geen succesvol beroep kunnen doen op een rechtsvermoeden van arbeidsomvang), alleen recht op loon voor het minimaal aantal uren dat vast is overeengekomen en voor zover de loondoorbetalingsplicht niet is uitgesloten. Een werknemer zonder een vastgelegd minimum aantal uren, heeft dus in beginsel geen recht op loondoorbetaling en komt niet voor subsidiëring in aanmerking.

 

De NOW voorziet ook in een tegemoetkoming in de loonkosten wanneer werkgevers meer loon betalen aan werknemers met een flexibele arbeidsomvang dan waar zij wettelijk toe verplicht zijn. Zo stimuleert de NOW werkgevers om uit coulance ook werknemers met een flexibele arbeidsomvang door te betalen.

 

Het voorschot dat wordt verstrekt is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de meetperiode lager is, wordt de hoogte van de subsidie 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Kiest de werkgever ervoor om de lonen van werknemers met een flexibele arbeidsomvang wél door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de subsidie, en is de subsidie dus hoger.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

DGA’s zijn vaak niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Zij komen niet in aanmerking voor NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor werknemers geldt dat zij gedurende de tegemoetkomingsperiode door de werkgever volledig worden doorbetaald. Zij moeten zich inspannen het loon zo veel mogelijk gelijk te houden ten opzichte van januari 2020.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het is niet toegestaan om bij gebruikmaking van de regeling na 17 maart 2020 de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen. Dit verbod geldt overigens alleen voor de subsidieperiode, waardoor het daarna dus wel weer mogelijk is om te reorganiseren. Indien het genoemde verbod wordt overtreden zal de verkregen loonsom voor de ontslagen werknemer moeten worden terugbetaald, inclusief een boete/ verhoging van 50%.

 

De regeling heeft dit niet expliciet vermeld, maar hieruit kan worden afgeleid dat het sluiten van vaststellingsovereenkomsten wegens andere dan bedrijfseconomische redenen, en proeftijdontslag en het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst wel zijn toegestaan.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De werkgever is verplicht de Ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de NOW en de subsidieverlening.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd en verleend worden over de maanden maart tot en met mei 2020. Voor 1 juni 2020 zal besloten worden of een verlenging van de regeling mogelijk is en onder welke voorwaarden.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De regeling Werktijd-verkorting (Wtv) is per direct stopgezet. Wtv aanvragen is niet meer mogelijk.

 

Verkregen Wtv

Als een werkgever reeds een vergunning voor werktijdverkorting heeft gekregen, dan blijft deze vergunning van kracht tot het einde van de vergunningsperiode. Verlenging van deze aanvragen is niet mogelijk. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de Wtv wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020.

 

Aangevraagde Wtv waarover nog niet is beslist

Indien de werkgever een wtv-aanvraag heeft gedaan, maar hier nog niet over is beslist, zal deze aanvraag gezien worden als een aanvraag voor de NOW-maatregel. De werkgever zal in de gelegenheid worden gesteld om zijn aanvraag  binnen vier weken aan te vullen met de volgende gegevens:

  • het dossiernummer van de aanvraag, indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De werkgever wordt hierover bericht.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Door middel van gebruikmaking van de NOW geldt in beginsel een verbod om werknemers te ontslaan wegens bedrijfseconomische redenen. Er zijn naast de NOW echter ook nog andere maatregelen te bedenken om in deze tijd van crisis verder te besparen.

 

Ten eerste kunt u hierbij denken aan het maken van afspraken met uw personeel over het opnemen van vakantiedagen of het uitspreiden van betaling van vakantiegelden. Ook het opnemen van ATV/ ADV of andere compensatieuren kunnen een mogelijke oplossing bieden. Echter geldt hierbij wel altijd dat voor de invoering van dergelijke maatregelen overleg en instemming van de werknemer nodig is.

 

Indien uw bedrijf uiteindelijk toch in de situatie komt waarbij ontslagen noodzakelijk worden,  dan is het mogelijk een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen bij UWV. Indien dat gebeurt in de tegemoetkomingsperiode van de NOW, geldt er een boete zal worden opgelegd. Na deze periode geldt deze boete niet. U dient dan wel rekening te houden met strikte regels die hiervoor gelden, waaronder tevens de regels omtrent een collectief ontslag indien u meer dan 20 werknemers gaat ontslaan. In deze gevallen raden we u aan contact op te nemen met onze specialisten Arbeidsrecht die u hierbij kunnen begeleiden en adviseren.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het UWV geeft aan dat bij de definitieve berekening (lees: aanvraag tot vaststelling) voor alle entiteiten die tot het concern behoren dezelfde meetperiode en omzetdaling per loonheffingennummer ingevoerd moet worden, ook al zijn er in eerste instantie op basis van verschillende meetperioden en omzetdalingen NOW aanvragen gedaan.

Het UWV heeft aangegeven dat bij de aanpassing van de verschillende meetperioden bij de definitieve berekeningen geen nihil beschikking zal worden toegekend voor het in eerste instantie hanteren van verschillende meetperioden. Dit leidt tot een nieuwe berekening op basis van de definitief gekozen meetperiode en kan leiden tot een nabetaling van subsidie door het UWV of een terugvordering van subsidie.

Informatie bijgewerkt op 2 februari 2021

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

De TVL is een tegemoetkoming voor ondernemers die door een omzetdaling als gevolg van de coronacrisis problemen hebben met het betalen van hun vaste lasten.

Ondernemingen die zijn getroffen door de coronacrisis komen in aanmerking voor de TVL. Als getroffen onderneming wordt gezien, een onderneming die:

  • een omzetverlies heeft van minimaal 30% als gevolg van de coronacrisis ten opzichte van de referentieperiode; en
  • vaste lasten heeft van minimaal € 3.000 in de referentieperiode (referentieomzet * aandeel vaste lasten SBI); en
  • onder de definitie van midden- en kleinbedrijf valt (maximaal 250 werknemers, hoogstens € 50 miljoen jaaromzet en/of jaarbalans kleiner of gelijk aan € 43 miljoen); en
  • op de peildatum 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister; en
  • een fysieke vestiging heeft in Nederland, buiten de woning waar de eigenaar/eigenaren wonen (tenzij sprake is van een fysiek afgescheiden ingang voor de onderneming); en
  • het vestigingsvereiste geldt niet voor diverse horecaondernemingen en diverse ambulante ondernemingen; en
  • geregistreerd is met een hoofd- of nevenactiviteit onder één van de vastgestelde SBI-codes.

De TVL geldt per onderneming (en dus niet per vestiging). Is de aanvraag gebaseerd op SBI code van een nevenactiviteit, dan moet een onderneming uitsluitend op basis van die nevenactiviteit voldoen aan de eisen.

Vanaf Q1 2021 kunnen ook bedrijven met meer dan 250 werknemers aanspraak maken op de TVL.

De TVL voor Q1 2021 kan om uitvoeringstechnische redenen pas worden aangevraagd vanaf februari 2021. Voor bedrijven met meer dan 250 werknemers zal het pas op een later tijdstip mogelijk zijn om de aanvraag in te dienen. Dit tijdstip is vooralsnog onbekend.

Indien u vaker dan eens gebruik wilt maken van de TVL, zult u voor ieder kwartaal een nieuwe aanvraag voor TVL moeten indienen bij RVO.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Indien u aan de gestelde voorwaarden voldoet (zie “Wat is de TVL en wie kan hier gebruik van maken?”) kunt u een aanvraag indienen om TVL te ontvangen.

De aanvraag gaat in twee delen: als eerste dient u een voorlopige aanvraag te doen. Na afloop van de subsidieperiode moet een definitieve aanvraag worden gedaan.

  1. Voorlopige aanvraag:

Aanvragen voor de TVL van Q4 2020 kunnen worden ingediend bij de RVO tot en met 29 januari 2021 (17.00 uur) op de website www.rvo.nl. Dit betreft een voorlopige aanvraag. Bij de aanvraag is een eHerkenning niveau 1 of hoger nodig of een DigiD. U kunt de TVL-aanvraag ook door een intermediair laten indienen. Hiervoor heeft u een ketenmachtiging vie eHerkenning nodig.

U ontvangt binnen 8 weken bericht of de aanvraag is goedgekeurd. Na goedkeuring ontvangt u een voorschot van 80%. Dat voorschot is gebaseerd op het bij de aanvraag opgegeven geschatte omzetverlies.

  1. Definitieve aanvraag:

Na afloop van de subsidieperiode ontvangt u per e-mail een verzoek tot vaststelling van de werkelijke omzet. U dient dan uiterlijk vóór 1 juli 2021 de werkelijk omzet van Q4 2020 door te geven.

Vervolgens wordt binnen 16 weken het definitieve subsidiebedrag vastgesteld. Indien u meer subsidie als voorschot heeft ontvangen dan het bedrag waarop u uiteindelijk recht heeft, zult u de teveel ontvangen subsidie moeten terugbetalen. Heeft u echter recht op méér subsidie dan u heeft ontvangen of zelfs heeft aangevraagd? Dan ontvangt u het meerdere alsnog.


Verplichte documentatie:

De onderneming moet zowel bij de aanvraag van het voorschot als bij de subsidievaststelling een opgave van de omzet voegen, bestaande uit afschriften van de ingediende btw-aangiften, boekhouding, resultatenrekening, jaarrekening, jaarverslag of andere bewijsstukken.


Controle:

De RVO heeft de mogelijkheid om achteraf te toetsen of de aanvrager daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoet en noodzakelijke bewijsstukken heeft overgelegd. Bij de controle kan de RVO gebruik maken van door de Belastingdienst verstrekte omzetgegevens en btw-plicht. De TVL-ontvanger moet een zodanige administratie voeren dat daaruit altijd op een eenvoudige en duidelijke wijze kan worden vastgesteld dat aan de subsidie-eisen wordt voldaan. De administratie moet tien jaar lang worden bewaard.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Q4 2020

Voor Q4 2020 bedroeg het subsidiepercentage voor de TVL aanvankelijk 50%. Sinds 9 december 2020 is de hoogte van de TVL echter afhankelijk van het omzetverlies dat u heeft geleden. Voor de TVL van Q4 2020 geldt bij 30% omzetverlies een subsidiepercentage van 50%. Dit loopt op tot 70% subsidie bij 100% omzetverlies. Hierbij gold in Q4 2020 een minimaal subsidiebedrag van € 750,-- en een maximaal subsidiebedrag van € 90.000,-- per bedrijf per kwartaal.

De TVL wordt vervolgens met behulp van de volgende formule berekend: TVL = referentieomzet * omzetverlies in procenten * vaste lasten percentage * subsidie in procenten.

Als referentieomzet wordt de omzet van Q4 2019 gehanteerd.

Q1 en Q2 2021

Voor de TVL van Q1 en Q2 2021 is het subsidiepercentage verhoogd. Er geldt voortaan een vast subsidiepercentage van 85%. Daarnaast is het minimale subsidiebedrag verhoogd naar € 1.500,-- en het maximale subsidiebedrag naar € 330.000,--. Voor bedrijven met meer dan 250 medewerkers worden een afwijkend maximaal subsidiebedrag gehanteerd van € 400.000,--.

De TVL wordt vervolgens met behulp van de volgende formule berekend: TVL = referentieomzet * omzetverlies in procenten * vaste lasten percentage * 85%.

Als referentieomzet wordt de omzet van Q1 2019 respectievelijk Q2 2019 gehanteerd.

Volledigheidshalve merken wij op dat u enkel in aanmerking komt voor de TVL indien uw vaste lasten meer bedragen dan het drempelbedrag van € 3.000,--. Hierbij zijn uw daadwerkelijke vaste lasten niet relevant. De vaste lasten worden voor de TVL immers vastgesteld door uw referentieomzet te vermenigvuldigen met het percentage vaste lasten dat bij uw sector hoort. Dit percentage is gekoppeld aan het SBI-nummer waaronder uw onderneming is ingeschreven bij de KVK. Het kabinet onderzoekt momenteel of het mogelijk is om dit drempelbedrag te verlagen.

 

Let op! Indien u TVL ontvangt, en u gedurende de subsidieperiode stopt met uw activiteiten waardoor uw vaste lasten dalen tot nihil, dan wordt oneigenlijk gebruik maakt van de TVL. U handelt dan in strijd met het doel van de subsidieregeling, het bijdragen aan de financiering van de vaste lasten van getroffen ondernemingen.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Het wijzigen van een SBI-code in het Handelsregister van de KVK heeft geen invloed op de aanvraag van de TVL. De toegang tot de TVL wordt bepaald door de SBI-code die op 15 maart 2020 van toepassing was.

Daarnaast kan een wijziging van de SBI-code van invloed zijn op andere regelingen, bijvoorbeeld voor de premies van de Werkhervattingskas (Whk). Overweegt u de SBI-code van uw onderneming te wijzigen? Bespreek dan eerst naar de gevolgen voor uw onderneming met uw adviseur.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Voor verplicht gesloten non-food detailhandelaars gold in Q4 2020 reeds een opslag over hun omzetverlies van 5,6%. Dit hogere omzetverlies resulteert in een hogere TVL-subsidie. In Q4 2020 gold een maximumvergoeding van € 20.160,--.

In Q1 2021 wordt deze regeling, onder andere voorwaarden, voortgezet. Het opslagpercentage van het omzetverlies is verhoogd naar 21% en de maximumvergoeding bedraagt € 200.000,--. Wij merken op dat deze maximumvergoeding los staat van de maximumvergoeding die voor TVL geldt.

Er hoeft voor deze subsidie geen aparte aanvraag te worden ingediend naast de reguliere TVL-aanvraag. Er wordt automatisch een opslag over het omzetverlies in aanmerking genomen indien u aan de voorwaarden voldoet en tot de getroffen sectoren behoort.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)

De Tozo is een steunmaatregel die voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud indien uw inkomen door de coronacrisis is gedaald tot onder het sociaal minimum. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers.

Om in aanmerking te komen voor een Tozo-uitkering moet u voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • Uw huishoudinkomen is door de coronacrisis onder het sociaal minimum gedaald;
  • U bent tussen de 18 jaar en AOW-gerechtigde leeftijd;
  • U bent Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • U woont in Nederland;
  • Uw bedrijf is in Nederland gevestigd;
  • Uw bedrijf is economisch nog actief, tenzij dit als gevolg van de coronacrisis niet mogelijk is;
  • U voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK);
  • U heeft alle noodzakelijke vergunningen;
  • U bent uw onderneming vóór 17 maart gestart en bent tevens voor die tijd ingeschreven bij de KVK;
  • U voldeed in 2019 aan het urencriterium;
  • Als u directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent, dan dient u alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen te bezitten.
  • De uitsluitingsgronden van de Participatiewet zijn niet op u van toepassing;
  • Als u bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wilt aanvragen, er geen verzoek is ingediend tot verlening van surseance van betaling of om faillietverklaring van u, uw huishouden, uw bedrijf of zelfstandig beroep al dan niet in samenwerkingsverband.

De Tozo-uitkering kan worden aangevraagd voor de periode 1 oktober 2020 tot 1 april 2021 (Tozo 3) en voor de periode 1 april tot 1 juli 2021 (Tozo 4). Voor beide perioden geldt dat er geen sprake meer is van een vermogenstoets. De Tozo-uitkering kunt u aanvragen bij de gemeente waarin u woont en vraagt u altijd met terugwerkende kracht aan tot de 1e van de vorige maand. Indien u bijvoorbeeld op 15 februari 2021 een verzoek indient, dan krijgt u deze met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

De hoogte van de Tozo-uitkering is afhankelijk van uw leeftijd en gezinssituatie. Vanaf 1 januari 2021 gelden de volgende maandbedragen:

Personen boven de 21 jaar

Alleenstaand, leeftijd tussen 21 jaar en AOW-leeftijd

€ 1.075,44

Gehuwden en daarmee gelijkgestelden, beide echtgenoten tussen 21 jaar en AOW-leeftijd

€ 1.536,34

Gehuwden en daarmee gelijkgestelden, één echtgenoot tussen 21 jaar en AOW-leeftijd, één echtgenoot ouder dan AOW-leeftijd

€ 1.620,74

 

Jongeren zonder kinderen

Alleenstaand, leeftijd van 18, 19 of 21

€ 265,49

Gehuwden en daarmee gelijkgestelden, beide echtgenoten leeftijd van 18, 19 of 21

€ 530,98

Gehuwden en daarmee gelijkgestelden, één echtgenoot leeftijd van 18, 19 of 21, één echtgenoot 21 jaar of ouder

€ 1.033,66

 

Jongeren met kinderen

Alleenstaande ouder, leeftijd van 18, 19 of 21

€ 265,49

Gehuwden en daarmee gelijkgestelden, beide echtgenoten leeftijd van 18, 19 of 21

€ 838,25

Gehuwden en daarmee gelijkgestelden, één echtgenoot leeftijd van 18, 19 of 21, één echtgenoot 21 jaar of ouder

€ 1.340,93

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Naast de Tozo-uitkering voorziet de Tozo-regeling in een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157,--.

Om in aanmerking te komen voor een Tozo-lening moet u voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • U heeft als gevolg van de coronacrisis een liquiditeitsprobleem waarvoor u een bedrijfskrediet nodig heeft;
  • U bent ouder dan 18 jaar;
  • U bent Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • U woont in Nederland, of u bent niet in Nederland woonachtig (doch in een ander EU-land, een EER-land of Zwitserland), maar uw bedrijf is gevestigd in Nederland en u betaalt sociale premies in Nederland ;
  • Uw bedrijf is in Nederland gevestigd;
  • Uw bedrijf is economisch nog actief, tenzij dit als gevolg van de coronacrisis niet mogelijk is;
  • U voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK);
  • U heeft alle noodzakelijke vergunningen;
  • U bent uw onderneming vóór 17 maart gestart en bent tevens voor die tijd ingeschreven bij de KVK;
  • U voldeed in 2019 aan het urencriterium;
  • Als u directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent, dan dient u alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen te bezitten.
  • De uitsluitingsgronden van de Participatiewet zijn niet op u van toepassing;
  • Als u bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wilt aanvragen, er geen verzoek is ingediend tot verlening van surseance van betaling of om faillietverklaring van u, uw huishouden, uw bedrijf of zelfstandig beroep al dan niet in samenwerkingsverband.

Er wordt bij aanvraag van de Tozo-lening, in tegenstelling tot de Tozo-uitkering, wél een vermogenstoets toegepast.

Alle Tozo-leningen moeten binnen 3,5 jaar na het moment van verstrekking zijn terugbetaald. De terugbetalingsverplichting vangt aan op 1 juli 2021. Gedurende de periode januari tot en met juni 2021 wordt er tevens geen rente opgebouwd.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Overig

De TONK is een tegemoetkoming die bedoeld is voor huishoudens die door de coronacrisis te maken hebben met een terugval in inkomen, maar geen aanspraak hebben op overige steunmaatregelen, waardoor zij noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen. De regeling geldt ook voor burgers die wél aanspraak kunnen maken op deze regels, maar voor wie dit onvoldoende steun biedt om de vaste lasten te betalen.

Deze regeling zal met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Hoewel gemeenten zelf invulling kunnen geven aan deze regeling, zijn de contouren van de regeling als volgt:

  • De nadruk ligt op een tegemoetkoming van de woonkosten;
  • Bij aanvraag wordt gekeken of sprake is van een onvoorziene en onvermijdelijke terugval in inkomen. Eveneens wordt gekeken naar draagkracht. Daarbij vormt het actuele inkomen het uitgangspunt. Vermogen dat ‘vast’ zit in bijvoorbeeld pensioenen of een eigen woning zal buiten beschouwing worden gelaten;

De verwachting is dat vanaf 1 maart 2021 TONK-loketten zullen worden geopend bij gemeenten.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

TOA-krediet is een faciliteit voor ondernemers die hun bedrijf een doorstart willen laten maken met gebruikmaking van de Wet Homoglatie Onderhands Akkoord (WHOA). Deze wet zorgt ervoor dat ondernemers die hoge schulden hebben, maar toch nog levensvatbare activiteiten hebben een doorstart kunnen maken, ook al stemmen niet alle schuldeisers hiermee in. De WHOA zorgt ervoor dat er in dit geval toch een akkoord op de schuldregeling kan worden bereikt.

Het TOA-krediet zal worden uitgevoerd door Qredits en zal gaan om bedragen tussen de € 75.000,-- en € 100.000,--. De regeling zal nog nader worden uitgewerkt door het kabinet.

Verder wil de Belastingdienst samen met schuldeisers en hulpverleners soepeler omgaan met het gericht kwijtschelden van (belasting)schulden, in de gevallen waar een terugbetalingsregeling onvoldoende blijkt. Het kabinet spant zich daarom in om samen met de Belastingdienst en andere schuldeisers richtlijnen op te stellen voor een soepele en efficiënte behandeling van saneringsverzoeken van ondernemers. Naar verwachting zal dit in het tweede kwartaal van 2021 worden gerealiseerd.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Voor de evenementensector zal een garantieregeling worden uitgewerkt zodat de evenementensector wordt gecompenseerd voor het verhoogde risico op annulering. Op deze manier wordt het voor bedrijven in de evenementensector mogelijk om evenementen te organiseren. Momenteel wordt verwacht dat dit vanaf 1 juli 2021 mogelijk zal zijn.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Voor enkele sectoren uit de maakindustrie geldt momenteel dat de omzetten sterk teruglopen waardoor R&D onder druk komt te staan. Om dit te blijven stimuleren zal een subsidieregeling worden opgezet oor bedrijven in de automotive, luchtvaart en maritieme sectoren.

De subsidie zal gericht zijn op R&D-projecten met een looptijd van 3 tot 4 jaar die op korte termijn kunnen worden opgestart.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

Vanwege Europese regelgeving is de begrenzing van de TVL voor bedrijven in de land- en tuinbouw aanzienlijk lager dan voor andere bedrijven, namelijk € 100.000,--. Dit is volgens het kabinet onwenselijk. Er wordt daarom gezocht naar en alternatieve regeling, zodat ook middelgrote land- en tuinbouwbedrijven met een forse omzetterugval een tegemoetkoming in hun vaste lasten kunnen ontvangen. Verwacht wordt dat in april of mei 2021 een loket zal worden geopend.

Informatie bijgewerkt op 03-02-2021

 

Onze adviseurs
mensen met vakkennis

Zoek een adviseur

Gemotiveerde specialisten leveren geïntegreerde dienstverlening. Kennis maken en vooral kennis delen, speelt een centrale rol in alles wat wij doen.