An independent member of MOORE Global
WVDB International MijnWVDB Werken bij WVDB

Coronadesk

Podcast: Mag ik werknemers met verlof sturen en het vakantiegeld later uitbetalen?


Luister nu de podcast

Fiscale maatregelen

Omdat wij ontwikkelingen op de voet volgen plaatsen wij nieuwe vragen en antwoorden direct bovenaan onderstaande lijst. Houd deze pagina de komende dagen dus goed in de gaten.

 

Navigeer snel naar de vragen en antwoorden:

Melding betalingsonmacht
Uitstel van betaling
Belastingaanslag
Verzuim en arbeidsongeschiktheid
Pensioen

 

 

Bekijk hieronder de meest recente updates

Indien een werknemer niet meer naar de werkplek reist is het mogelijk de vaste reiskostenvergoeding onbelast door te betalen zolang er sprake is van ‘kortdurende afwezigheid’ (maximaal 6 aaneengesloten weken). Als verwacht wordt dat een werknemer langer dan 6 weken afwezig zal zijn kan de vaste reiskostenvergoeding onder normale omstandigheden niet meer onbelast worden uitgekeerd. Afhankelijk van de arbeidsrechtelijke afspraken moet deze dan worden stopgezet of worden aangewezen ten laste van de vrije ruimte of als belast loon worden gekwalificeerd na de lopende en eerstvolgende kalendermaand. Het kabinet heeft echter goedgekeurd dat gedurende de corona-crisis de vaste reiskostenvergoeding onbelast kan worden doorbetaald, ondanks een wijziging in het reispatroon van een werknemer.

Let op: deze goedkeuring ziet alleen op vaste vergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg. Indien een werknemer na 12 maart, bijvoorbeeld via een cafetariaregeling, heeft gekozen voor een vaste reiskostenvergoeding geldt deze goedkeuring niet.

Informatie bijgewerkt op 26 juni 2020

Indien een werknemer ziek is geworden (door corona of anderszins) zijn dezelfde regels van toepassing als bij werknemers die langdurig thuis werken. De vaste reiskostenvergoeding kan onbelast door worden betaald zolang er sprake is van ‘kortdurende afwezigheid’ (maximaal 6 aaneengesloten weken). Als verwacht wordt dat een werknemer langer dan 6 weken afwezig zal zijn moet de vaste reiskostenvergoeding onder normale omstandigheden worden aangepast na de lopende en eerstvolgende kalendermaand. Afhankelijk van de arbeidsrechtelijke afspraken moet deze reiskostenvergoeding dan worden stopgezet of worden aangewezen ten laste van de vrije ruimte of als belast loon worden gekwalificeerd na de lopende en eerstvolgende kalendermaand. Het kabinet heeft echter goedgekeurd dat gedurende de corona-crisis de vaste reiskostenvergoeding onbelast door kan worden betaald, ondanks een wijziging in het reispatroon van een werknemer.

Let op: deze goedkeuring ziet alleen op vaste vergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg. Indien een werknemer na 12 maart, bijvoorbeeld via een cafetariaregeling, heeft gekozen voor een vaste reiskostenvergoeding geldt deze goedkeuring niet.

Informatie bijgewerkt op 26 juni 2020

Andere vaste vergoedingen (zoals bijvoorbeeld een kostenvergoeding voor een OV-abonnement en vergoeding van internetkosten) volgen in veel gevallen de analogie van de reiskostenvergoedingen. Bij langdurige afwezigheid (meer dan 6 aaneengesloten weken) door ziekte of thuiswerken kunnen vaste kostenvergoedingen de maand zelf en de maand erna onbelast vergoed worden. Daarna kunnen deze nog steeds onbelast aan de werknemer worden vergoed/verstrekt, indien cumulatief aan de volgende eisen is voldaan: 

  • de werknemer verricht werkzaamheden vanuit huis;
  • de kosten die aan de vergoeding ten grondslag liggen worden nog steeds gemaakt.

Het kabinet heeft goedgekeurd dat gedurende de corona-crisis ook andere vaste onkostenvergoedingen dan de reiskostenvergoeding onbelast door kunnen worden betaald en daarvoor blijft uitgaan van de aangenomen feiten waar de vergoeding op gebaseerd is.

Let op: deze goedkeuring ziet alleen op vaste vergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg. Indien een werknemer na 12 maart, bijvoorbeeld via een cafetariaregeling, heeft gekozen voor een vaste onkostenvergoeding geldt deze goedkeuring niet.

Informatie bijgewerkt op 26 juni 2020

Ja. De bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden is de voortzettingstermijn van vijf jaren na de schenking of het overlijden. Indien de onderneming failliet gaat binnen vijf jaren na de schenking of het overlijden vervalt de voorwaardelijke vrijstelling. De verkrijger moet dan alsnog de schenk- of erfbelasting betalen over de waarde ten tijde van de verkrijging. Ook bij een duurzame inkrimping van de onderneming kan de voorwaardelijke vrijstelling komen te vervallen. Voor de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting geldt geen voortzettingstermijn, dus de belastingclaim die destijds is doorgeschoven naar de verkrijger hoeft men in de meeste gevallen nog niet te voldoen.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Of liquide middelen worden aangemerkt als ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen is geen exacte wetenschap. Hierover hebben wij dan ook regelmatig overleg met de Belastingdienst. Uit rechtspraak blijkt dat men geen rekening mag houden met het meest slechte scenario als daar geen aanleiding voor is. Met de huidige crisis is het daarentegen beter verdedigbaar om een zogenoemde “oorlogskas” aan te houden zodat de liquide middelen (eerder) als ondernemingsvermogen kunnen worden aangemerkt.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Het voordeel van de schenking onder schuldigerkenning is dat u gebruik maakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkbelasting en de laagste tariefschijf. Een van de voorwaarden is dat u de rente jaarlijks daadwerkelijk moet betalen. De rente mag u dus niet bij de hoofdsom bijschrijven. Doet u dat wel, dan wordt de schuldig gebleven schenking alsnog met erfbelasting belast en valt het fiscale voordeel weg. Indien u de rente pas na het lopende jaar betaalt (bijv. de rente over in 2021 betalen), dan moet u over de te laat betaalde rente ook weer (6%) rente vergoeden. Indien u (de schenker) in de tussentijd overlijdt, dan wordt de schuldig gebleven schenking alsnog met erfbelasting belast bij de verkrijger.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Ja, mits u dit bij schenking bent overeengekomen met de begiftigde. Na de schenking kunt u geen voorwaarden meer toevoegen. De begiftigde kan de schenking bijvoorbeeld hebben gebruikt om zijn/haar woning te verbouwen. Als u de schenking herroept, dan kan dat betalingsproblemen veroorzaken bij de begiftigde.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Om uw (toekomstige) pensioen en ODV-uitkeringen te voldoen, moet de onderneming de liquiditeiten hiervoor hebben. Indien de bezittingen van de onderneming onvoldoende dekking bieden tegenover de pensioen- of ODV-verplichting, dan is het onzeker of u uw pensioen/ODV ook uitgekeerd kunt krijgen. Tevens kan een onvoldoende dekking onder omstandigheden ook nog leiden tot fiscale (straf)heffing over de commerciële waarde van de volledige voorziening. Wat de invloed van de huidige crisis is op uw financiële situatie, is niet algemeen te beantwoorden. De omvang en samenstelling van uw vermogen en uw (gewenste) inkomen en uitgavenpatroon maken dat iedere situatie uniek is. Wij maken graag met u een actuele financiële planning zodat u weet wat u in de toekomst kunt verwachten en of u nog actie moet ondernemen.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Bijzonder uitstel van betaling kan worden aangevraagd nadat aangifte is gedaan én een aanslag is ontvangen. Indien na 12 maart 2020 eenmaal is verzocht om bijzonder uitstel van betaling verleent de Belastingdienst automatisch gedurende 3 maanden bijzonder uitstel van betaling voor toekomstige aanslagen inkomstenbelasting, zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw), kansspelbelasting, accijns, verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurderheffing, energie- en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland.

 

Het kabinet heeft de periode waarin ondernemers zich voor de uitstelregeling kunnen aanmelden verlengd van 19 juni naar 1 september 2020.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Indien blijkt dat de uitstel van betaling voor een periode van 3 maanden te kort is, kan voor een langere periode uitstel worden aangevraagd. Dit is mogelijk in het eerste uitstelverzoek (indien deze schriftelijk wordt ingediend) of door middel van een aanvullend schriftelijk verzoek. Op termijn wordt het mogelijk om digitaal een formulier in te vullen voor nader uitstel.

Er gelden vijf voorwaarden voor het aanvullende uitstel:

  1. De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk;
  2. deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan;
  3. er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd voldaan aan de aangifteplicht;
  4. het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer belastingen zoals genoemd in goedkeuring;
  5. als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het verzoek om uitstel € 20.000 of meer bedraagt is een verklaring van een derde-deskundige vereist. Deze verklaring moet voldoen aan een aantal voorwaarden, klik hier om de voorwaarden te bekijken.

Het kabinet heeft op 20 mei 2020 aangekondigd dat naast voornoemde voorwaarden de eis zal gaan gelden dat een ondernemer moet verklaren geen dividenden en bonussen zal uitkeren of eigen aandelen zal inkopen. Het is nog niet bekend hoe deze verklaring er precies uit zal gaan zien. Dit wordt nog nader uitgewerkt door het kabinet.

Als voor een langere periode uitstel wordt verkregen, dan zal dit langere uitstel niet voor 1 september 2020 worden ingetrokken.

Verder ontvangt de ondernemer alvorens het uitstel (van drie maanden) wordt ingetrokken, de mogelijkheid om een passende betalingsregeling af te sluiten, welke niet is gebonden aan een maximumtermijn of andere eisen die in het reguliere uitstelbeleid worden gesteld.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Aangekondigd is dat de invorderingsrente die loopt gedurende de periode van uitstel vanaf 23 maart wordt gewijzigd van 4% naar 0,01%. Deze verlaging geldt voor alle belastingschulden. Dus ook voor de belastingschulden waarvoor geen uitstel is gevraagd. De invorderingsrente wordt berekend over het verschuldigde bedrag aan belasting tot het moment dat het bedrag op de aanslag daadwerkelijk is betaald. In het kader van het Noodpakket 2.0 is de verlaging van de invorderingsrente verlengd tot 1 oktober 2020.

 

Naast de invorderingsrente wordt ook de belastingrente gewijzigd van 8% (vennootschapsbelasting) respectievelijk 4% (overige belastingen) naar 0,01%. Belastingrente is verschuldigd indien de belastingdienst door het te laat of niet voor het juiste bedrag doen van aangifte door de belastingplichtige de aanslag te laat vaststelt. De tijdelijke verlaging van de belastingrente gaat in vanaf 1 juni 2020, met uitzondering van de inkomstenbelasting. De verlaging van de belastingrente voor de inkomstenbelasting gaat in vanaf 1 juli 2020. Ook de verlaging van de belastingrente is verlengd tot 1 oktober. De verlaging van de belastingrente voor de inkomstenbelasting gold al tot 1 oktober 2020.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Door de coronacrisis is een situatie ontstaan waarbij veel zorgpersoneel wordt in- en uitgeleend. Tevens worden diverse specifieke medische hulpmiddelen ter beschikking gesteld aan de zorgsector. Dit alles om er voor te zorgen dat er voldoende middelen aanwezig zijn voor de zorgsector. De Staatssecretaris heeft het belang hiervan erkend en heeft aangegeven dat dit geen extra administratie of financiële laten mag opleveren voor de heffing van de btw. Hij heeft daarom een tweetal tijdelijke goedkeuringen getroffen die (met terugwerkende kracht) kunnen worden toegepast vanaf 16 maart 2020 tot en met 1 september 2020. Het gaat om de volgende goedkeuringen:

  • Uitlenen van zorgpersoneel blijft buiten de heffing van de btw indien;
    • de inlener een zorginstelling of zorginrichting is die de btw-vrijstelling toepast (zoals genoemd in het besluit, o.a. ziekenhuizen, instellingen op gebied van de wijkverpleging, kraam- en gezinsverzorging);
    • de uitlener alleen de brutoloonkosten in rekening brengt aan de inlener (evt. verhoogt met kostenvergoeding van maximaal 5%);
    • met de uitleen geen winst wordt beoogd of gemaakt;
    • de ondernemer op de factuur vermeldt dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie worden vastgelegd.
  • Voor gratis verstrekkingen van medische hulpmiddelen aan zorginstellingen, zorginrichtingen en huisartsen hoeft geen btw betaald te worden. Hiervoor gelden vier cumulatieve voorwaarden:
    • de goedkeuring betreft alleen voor goederen die worden genoemd in de ‘Bijlage Gepubliceerde lijst van de Wereld Douaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19’;
    • voor de aftrek van btw maken de kosten van de goederen onderdeel uit van de algemene kosten van de ondernemer;
    • het recht op aftrek van btw voor deze algemene kosten wordt bepaald op basis van de totale omzet van de ondernemer, waarbij de gratis verstrekking van de goederen buiten beschouwing blijft;
    • de ondernemer dient op de factuur te vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vast te leggen.

De Europese Commissie heeft daarnaast een vrijstelling van invoerrechten en btw geregeld voor de invoer van goederen die nodig zijn in de bestrijding van het coronavirus.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Nee, de staatssecretaris heeft in zijn brief van 24 april 2020 een versoepeling aangekondigd voor het urencriterium. In het beleidsbesluit van 6 mei 2020 is deze versoepeling opgenomen. Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben recht op ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en oudedagsreserve) indien ze gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uren aan hun onderneming besteden (het urencriterium). De staatssecretaris heeft besloten dat ondernemers in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 geacht worden ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed. Dit urenaantal is gekozen om dat dit het wekelijks gemiddelde is van 1225 uur op kalenderjaarbasis. De ondernemer die in aanmerking komt voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid kent een urencriterium van 800 uur. Deze groep ondernemers wordt gedurende periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 geacht om 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Voor seizoensgebonden ondernemers is een aanvullende regeling worden getroffen. Zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren plegen te doen. De ondernemer kan aan de hand van de administratie van vorig jaar inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode 1 maart tot en met 31 mei 2019. De staatssecretaris heeft op 20 mei 2020 in het kader van het Noodpakket 2.0. bekend gemaakt dat ook de versoepeling voor het urencriterium wordt verlengd tot 1 september 2020.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Voor hypotheken die vanaf 2013 zijn afgesloten, geldt voor de aftrek van de hypotheekrente een aflossingsverplichting. Vanwege de coronacrisis bieden banken nu hun klanten aan om gedurende een periode van maximaal zes maanden hun rente- en aflossingsverplichting op te schorten. Om te voorkomen dat dit tot verlies van aftrek van de hypotheekrente lijdt, is de aflossingsverplichting versoepeld. Dit betekent dat de regels rond de inhaalaflossing zijn versoepeld.

Als door toedoen van de coronacrisis de hypotheekrente en aflossing niet kan worden betaald kan met de kredietverstrekker mogelijk een ‘betaalpauze’ van maximaal 6 maanden worden overeengekomen. Door deze ‘betaalpauze’ wordt tijdelijk niet voldaan aan de rente- en aflossingseis. Op grond van de huidige wettelijke regeling moet een aflossingsachterstand die is opgelopen in 2020 vóór 31 december 2021 zijn ingelopen. Als dat niet lukt dan kan pas per 1 januari 2022 een nieuw aflossingsschema worden overeengekomen.

 

De staatssecretaris acht dit niet wenselijk en heeft daarom de volgende twee goedkeuringen opgenomen, waaruit de belastingplichtige kan kiezen om de aflossingsachterstand in te halen:

  • Enerzijds staat de staatssecretaris toe dat na afloop van de uitstelperiode zo snel mogelijk een nieuw aflossingsschema kan worden overeengekomen waarbij de resterende schuld wordt uitgesmeerd over de resterende looptijd van de lening.
  • Daarnaast staat de staatssecretaris toe dat de resterende lening wordt opgesplitst, zodat twee leningdelen ontstaan:
    • Namelijk een leningdeel met betrekking tot de resterende hoofdsom zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand. Voor dit leningdeel blijft het bestaande aflossingsschema van toepassing.
    • Daarnaast ontstaat voor het deel van de aflossingsachterstand een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen aflossingsschema. De looptijd bedraagt maximaal de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom. Indien gewenst, kan de looptijd van de nieuwe lening van de aflossingsachterstand korter zijn dan de looptijd van de hoofdsom.

De goedkeuring mag worden toegepast indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. De woningeigenaar heeft tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn geldverstrekker gemeld dat vanwege de coronacrisis betalingsproblemen zijn ontstaan/dreigen te ontstaan;
  2. Dat zij samen een betaalpauze zijn overeengekomen, die uiterlijk op 1 juli ingaat. Deze betaalpauze moet schriftelijk door de geldverstrekker worden bevestigd;
  3. Dat de betaalpauze een maximale looptijd heeft van zes maanden;

Wanneer sprake is van een niet officiële kredietverlener (dus bijvoorbeeld een eigen BV of een familielid), dan moet daarnaast nog worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

 4. De woningeigenaar heeft/verwacht redelijkerwijs door de coronacrisis een terugval van minimaal 20% in zijn arbeidsinkomen over een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden. Hierbij moet het aaneengesloten tijdvak van drie kalendermaanden starten tussen 1 maart 2020 en 1 juli 2020. De terugval van het arbeidsinkomen wordt vergeleken met 25% van het totale arbeidsinkomen over 2019 of het arbeidsinkomen in de maanden 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020;

 5. De woningeigenaar moet aannemelijk maken dat hij aan de vier voorgaande voorwaarden voldoet.

De staatssecretaris heeft op 20 mei 2020 in het kader van het Noodpakket 2.0. bekend gemaakt dat ook de versoepeling voor de hypotheekbetalingen met behoud van hypotheekrenteaftrek wordt verlengd tot 1 september 2020.

 

Moment van aftrek van uitgestelde rente

Naast de gemiste aflossingen moet ook de gemiste rente worden betaald aan de kredietverstrekker. De uitgestelde rente is aftrekbaar volgens de reguliere regels aftrekbaar wanneer deze alsnog is betaald. Het hangt van de hypotheekovereenkomst af wanneer de rente aftrekbaar is. Dit kan op het moment van rentedragend schuldig worden (in 2020) of op het moment van de feitelijke betaling.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

 

De staatssecretaris heeft aangegeven dat het wenselijk is dat zoveel mogelijk liquide middelen bij de ondernemingen blijven. Een onderneming die belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, kan daarom onder voorwaarden het verwachte verlies over het boekjaar 2020 nu al verrekenen in het boekjaar 2019 door middel van het vormen van een “coronareserve”. Het verlies van 2020 wordt hierdoor gelijkmatiger over 2019 en 2020 verdeeld. Normaliter kunnen verliezen pas achteraf worden verrekend bij het doen van aangifte vennootschapsbelasting, wat voor de huidige situatie pas een teruggaaf van liquiditeiten in 2021 of later zou betekenen.

 

Er kan een fiscale coronareserve worden gevormd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Voor het boekjaar 2020 wordt een coronagerelateerd verlies verwacht. Er moet dus sprake zijn van een verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis;
  • Het verwachte coronagerelateerde verlies mag niet groter zijn dan het totale verwachte verlies over het boekjaar 2020. Het vormen van een coronareserve is dus niet mogelijk wanneer een positief resultaat wordt verwacht voor het boekjaar 2020;
  • De fiscale coronareserve kan maximaal de omvang hebben van de winst in het boekjaar 2019 (vóór het vormen van de coronareserve);
  • De coronareserve valt in het boekjaar 2020 volledig en verplicht vrij;
  • In de aangifte vennootschapsbelasting 2019 wordt de dotatie aan de fiscale coronareserve opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves. In de aangifte vennootschapsbelasting 2020 wordt de vrijval als onttrekking opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves.

Belastingplichtigen met een gebroken boekjaar kunnen een coronareserve vormen indien het laatste boekjaar eindigt in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2020.

Een belastingplichtige die een beroep op de reserve wil doen, kan verzoeken tot herziening van de voorlopige aanslag of een aangifte vennootschapsbelasting over 2019 indienen. Mocht de aangifte vennootschapsbelasting 2019 reeds zijn ingediend, dan kan een aanvulling op de aangifte worden ingediend.

Een belangrijk aandachtspunt is dat het vormen van deze coronareserve mogelijk van invloed kan zijn op andere regelingen in de vennootschapsbelasting. De staatssecretaris heeft aangegeven dat het aan belastingplichtige is om hier rekening mee te houden. De belastingdienst gaat op het Forum Fiscaal Dienstverlener in op twee van deze regelingen:

  1. Verliesverdamping
    De coronareserve vermindert de winst over 2019. Daarmee vermindert ook de mogelijkheid om nog onverrekende verliezen uit oudere jaren in aanmerking te nemen in 2019. Verliezen uit oudere jaren zijn maar een beperkt aantal jaren vooruit te wentelen. Het is daarom mogelijk dat de coronareserve zorgt voor verliesverdamping. De belastingdienst adviseert daarom een dusdanig bedrag aan de coronareserve te voegen, dat verliesverdamping wordt voorkomen.
  2. Stichtingen en verenigingen: vrijstelling
    Voor stichtingen en verenigingen is de coronareserve alleen van belang als zij belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Voor stichtingen en verenigingen geldt een wettelijke vrijstelling als de winst niet meer bedraagt dan € 15.000 of € 75.000 over het jaar en de 4 voorafgaande jaren. Als het vormen van de reserve over 2019 ertoe leidt dat de winst lager is dan deze bedragen, geldt automatisch de vrijstelling. Dat leidt tot eindafrekening in het daaraan voorafgaande boekjaar. Eindafrekening kan worden voorkomen door een zodanig bedrag te kiezen dat de vrijstelling niet intreedt of door gelijktijdig met de toevoeging aan de coronareserve de inspecteur te verzoeken de vrijstelling niet toe te passen.

Naast deze voorbeelden kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de renteaftrekbeperking op grond van de earningsstrippingmaatregel alsmede de innovatiebox.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Op basis van de Wet op de loonbelasting bent u als DGA verplicht om een gebruikelijk loon te genieten en hierover loonbelasting af te dragen. Onder normale omstandigheden bestaat fiscaal de mogelijkheid om pas in december dit gebruikelijk loon te bepalen en uit te keren. Om zo veel mogelijk liquiditeiten te behouden in de vennootschap, kan er dan ook voor gekozen worden om voorlopig naar de toekomst geen salaris (meer) uit te keren of het salaris te verlagen. Dit heeft tot gevolg dat er tijdelijk geen of minder loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen. Het bepalen (en uitbetalen) van het gebruikelijke loon kan dan in december 2020 plaatsvinden.

Op 8 mei is een tijdelijke regeling gepubliceerd die het mogelijk maakt voor u als DGA om uw gebruikelijk loon voor 2020 te verlagen. Door deze regeling kan het gebruikelijk loon dat in 2019 was genoten evenredig worden verlaagd naar gelang de omzet is gedaald. Hierbij wordt uitgegaan van de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019 en 2020. Deze regeling kan zonder overleg met de inspecteur worden toegepast. Indien u uw gebruikelijk loon wilt verlagen is het van belang dat u op geen enkele andere wijze gelden onttrekt uit uw onderneming. Dit betekent dat u in die gevallen geen dividend kunt uitkeren maar dat ook uw rekening-courantschuld bij de onderneming niet mag oplopen. Verder geldt als voorwaarde dat de omzet in 2019 en 2020 niet is beïnvloed door bijzondere oorzaken, zoals bijvoorbeeld oprichting of een fusie. Voor deze speciale verlaging geldt ook dat, indien het feitelijk genoten loon hoger is dan het loon dat op grond van deze regeling mag worden vastgesteld, het hogere loon geldt. Indien gebruik wordt gemaakt van de NOW kan zich deze situatie voordoen. Een eventuele TOZO-uitkering telt niet mee als genoten loon uit de dienstbetrekking.

Let op! in veel gevallen ontvangt u als DGA maandelijks uw salaris, wat in veel gevallen ook zo is overeengekomen met de werkmaatschappij dan wel de holding. Als u als DGA voorlopig geen (of minder) salaris en/of management fee wil ontvangen dan dienen deze afspraken (notulen/management overeenkomst en/of arbeidsovereenkomst) vooraf te worden aangepast, om te voorkomen dat voor loonheffing doeleinden het salaris als genoten moet worden beschouwd (waardoor alsnog loonheffingen verschuldigd zijn). Het gebruikelijk loon kan nooit met terugwerkende kracht worden verlaagd, dus reeds uitgekeerd salaris kan niet meer worden teruggedraaid.

Voordat u besluit uw gebruikelijk loon te verlagen of tijdelijk stop te zetten is het van belang dat de mogelijkheden in uw specifieke situatie worden getoetst zodat vervolgens de afspraken op de juiste manier kunnen worden vastgelegd. Neem in die gevallen contact op met onze Coronadesk, onze loonheffingenspecialisten staan graag voor u klaar.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

Als een ondernemer zijn in privé gedreven onderneming fiscaal geruisloos wil omzetten in een B.V. (of omgekeerd), dan moeten daarvoor bepaalde juridische handelingen worden verricht. Wanneer een ondernemer met terugwerkende kracht wil omzetten, moet hij dat doen binnen vijftien maanden na het beoogde tijdstip van omzetting. Voor een geruisloze omzetting op 1 januari 2019 diende dus uiterlijk op 31 maart 2020 te zijn voldaan aan die voorwaarde. Door de coronacrisis is dat in verschillende situaties niet mogelijk (geweest). De Staatssecretaris heeft daarom versoepelend beleid opgesteld. Hij heeft goedgekeurd dat de termijn van vijftien maanden mag worden verlengd met een periode van drie maanden, op voorwaarde dat de oorspronkelijke termijn eigenlijk zou verstrijken in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020.

Informatie bijgewerkt op 4 mei 2020

Voor de faciliteiten van de bedrijfsfusie, de juridische fusie en de splitsing, waarbij gebruik wordt gemaakt van terugwerkende kracht naar het begin van het boekjaar, geldt de voorwaarde dat de juridische handelingen binnen twaalf maanden (voor bedrijfsfusie vijftien maanden) tot het moment dat de faciliteit terugwerkt, moeten zijn verricht. De Staatssecretaris heeft erkend dat door de huidige bijzondere omstandigheden, deze termijn niet altijd kan worden behaald. Hij keurt daarom goed dat de termijn van twaalf maanden voor de juridische fusie en splitsing en de termijn van vijftien maanden voor de bedrijfsfusie (zoals deze worden gesteld in de goedkeuring van de terugwerkende kracht bij deze faciliteiten), worden verlengd met drie maanden wanneer deze termijnen eigenlijk zouden verstrijken in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020.

Informatie bijgewerkt op 4 mei 2020

De invorderingsrente die loopt gedurende de periode van uitstel vanaf 23 maart wordt gewijzigd van 4% naar 0,01%. Deze verlaging geldt overigens voor alle belastingschulden. Dus ook voor de belastingschulden waarvoor geen uitstel is gevraagd. De invorderingsrente wordt berekend over het verschuldigde bedrag aan belasting tot het moment dat het bedrag op de aanslag daadwerkelijk is betaald.

 

Als de belastingdienst invorderingsrente moet vergoeden, blijft overigens wel het normale tarief van 4% gelden.

Informatie bijgewerkt op 4 mei 2020

Als het salaris voorlopig op nihil wordt gesteld, dan blijft de aangifteverplichting nog steeds doorlopen. U zult in die gevallen nihilaangiftes moeten indienen. Informeer dus altijd tijdig uw salarisverwerker over de aanpassing van het salaris. Zorg ook dat u deze schriftelijke aanpassing van het gebruikelijk loon ondertekend vastlegt in de loonadministratie.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Met ingang van 1 januari 2015 is iedere werkgever verplicht de werkkostenregeling toe te passen. Binnen deze werkkostenregeling heeft u als werkgever de mogelijkheid om bepaalde vergoedingen of verstrekkingen onbelast aan uw werknemers toe te kennen, waarbij onder andere een zogenoemde “vrije ruimte” geldt. De hoogte van de vrije ruimte is afhankelijk van de fiscale loonsom van uw onderneming. Per 1 januari 2020 bedroeg de vrije ruimte 1.7% over de eerste € 400.000 van uw fiscale loonsom en 1.2% over het hogere fiscale loon. Op 24 april heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat werkgevers meer ruimte krijgen om hun werknemers in deze periode extra tegemoet te komen. De vrije ruimte wordt voor het jaar 2020 voor de eerste € 400.000 van uw fiscale loon éénmalig verhoogd van 1.7% naar 3%. Op die manier kunt u als werkgever uw werknemers voor een groter gedeelte onbelast tegemoetkomen.
Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Normaal gesproken moet u als werkgever aan alle administratieve verplichtingen voldoen die voortvloeien uit de Wet op de Loonbelasting. Als u niet, niet volledig of niet op tijd aan deze verplichtingen voldoet heeft dit tot gevolg dat u voor de werknemer(s) het anoniementarief van 52% moet toepassen in uw salarisadministratie. Door de maatregelen die diverse overheden hebben getroffen om de uitbraak van het coronavirus te vertragen/te stoppen is het soms niet mogelijk om aan deze administratieve verplichtingen te voldoen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat uw nieuwe werknemer door reisbeperkingen niet naar Nederland kan afreizen waardoor u uw nieuwe werknemer niet kunt identificeren, of dat uw nieuwe werknemer in Nederland geen bsn-nummer kan aanvragen. Om te voorkomen dat in deze gevallen het anoniementarief moet worden toegepast heeft de Staatssecretaris goedgekeurd dat de Belastingdienst een soepel standpunt inneemt als u door de huidige situatie niet, niet op tijd of niet volledig aan uw administratieve verplichtingen kunt voldoen. Hierbij is het wel van belang dat u dit zo snel mogelijk herstelt zodra dit mogelijk is. Om eventuele discussie met de Belastingdienst te voorkomen is het raadzaam om wel tijdig en volledig aan alle administratieve verplichtingen te voldoen die u bijvoorbeeld digitaal kunt nakomen.
Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

De betalingskorting op een voorlopige aanslag is afhankelijk van de invorderingsrente. Omwille van de coronacrisis heeft de belastingdienst de invorderingsrente verlaagd naar 0,01%. Dit zou betekenen dat er nagenoeg geen betalingskorting meer wordt verleend. De belastingdienst heeft echter in haar beleidsbesluit goedgekeurd dat de normale betalingskorting ondanks de verlaging van de invorderingsrente in stand blijft. Hiervoor dient u het bedrag dat is vermeld op de aanslag tijdig te voldoen. Vervolgens dient u bezwaar te maken tegen het niet verlenen van de betalingskorting, waarna het verschil (de betalingskorting) zal worden terugbetaald.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

De belastingdienst accepteert een verklaring van een derde-deskundige indien de volgende elementen zijn opgenomen:

  • een verklaring dat aannemelijk is dat er sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek om uitstel of naar verwachting op korte termijn daarna. Bij ‘korte termijn’ valt te denken aan de periode waarin de actuele beperkingen van het kabinet ten aanzien van de betreffende ondernemer gelden, zoals de sluiting van de horeca, sportaccommodaties en kinderopvang tot en met 28 april en het verbod op evenementen tot 1 juni;
  • een verklaring dat aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan;
  • een liquiditeitsprognose die volgens de derde-deskundige plausibel is. Deze prognose is opgesteld aan de hand van de feiten en omstandigheden die op het moment van het indienen van het verzoek om uitstel van betaling bekend zijn.

In de toelichting bij de verklaring dient de derde-deskundige aan te geven welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt. Niet vereist is dat de derde-deskundige een zogenoemde assuranceverklaring geeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Indien bijzonder uitstel van betaling wegens de coronacrisis wordt aangevraagd, is een afzonderlijke melding betalingsonmacht niet meer nodig. Een verzoek tot uitstel van betaling wordt ook aangemerkt als een melding betalingsonmacht. Dit geldt voor verzoeken om uitstel van betaling vanaf aangiftetijdvakken die eindigen na 1 februari 2020. De melding wordt geacht niet rechtsgeldig te zijn indien de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.

Let op: Uitstel van betaling en melding betalingsonmacht per entiteit/RSIN-nummer! Let op bij fiscale eenheid vennootschapsbelasting en fiscale eenheid BTW. Wij adviseren voor ieder RSIN-nummer apart minimaal één keer uitstel van betaling (en derhalve melding betalingsonmacht) aan te vragen op de eerst ontvangen aanslag (vpb/btw/loonheffingen).

 

(Naheffings)aanslagen over tijdvakken vóór februari 2020. Indien naheffingsaanslagen BTW en loonheffingen over tijdvakken van vóór februari 2020 worden opgelegd en hiervoor uitstel van betaling wordt gevraagd, gaan wij er van uit dat een tijdige melding betalingsonmacht niet meer mogelijk is.
Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Nee, de staatssecretaris heeft in zijn brief van 24 april 2020 een versoepeling aangekondigd voor het urencriterium. Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben recht op ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en oudedagsreserve) indien ze gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uren aan hun onderneming besteden (het urencriterium). De staatssecretaris kondigt aan dat ondernemers in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 geacht worden ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacris niet daadwerkelijk hebben besteed. Dit urenaantal is gekozen om dat dit het wekelijks gemiddelde is van 1225 uur op kalenderjaarbasis. De ondernemer die in aanmerking komt voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid kent een urencriterium van 800 uur. Deze groep ondernemers wordt gedurende periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 geacht om 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Voor seizoensgebonden ondernemers zal een aanvullende regeling worden getroffen. Zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren plegen te doen. De ondernemer kan aan de hand van de administratie van vorig jaar inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode 1 maart tot en met 31 mei 2019.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap zoals dat was aangekondigd zou in werking treden met ingang van 1 januari 2022. Het wetsvoorstel maakt het belasten van schulden van de DGA bij de eigen BV mogelijk voor zover die schulden meer bedragen dan € 500.000 (m.u.v. eigenwoningschulden). Veel DGA’s hebben er daarom voor gekozen om in aanloop van de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel de schulden bij de eigen BV af te lossen. De staatssecretaris merkt op dat dit als gevolg van de coronacrisis lastiger kan zijn en schort daarom de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel op tot 2023. Daardoor hebben DGA’s nog tot 31 december 2023 de tijd om de schulden bij de eigen vennootschap af te lossen.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Ja, de staatssecretaris heeft goedgekeurd dat het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend of dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, geen belemmering vormt voor het toekennen van bijzonder uitstel van betaling.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat de ontvanger een belastingteruggaaf niet verrekend met een belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is aangevraagd. Een ondernemer heeft wel de mogelijkheid om hiertoe te verzoeken. Deze goedkeuring geldt echter niet voor de verrekening van rechten bij invoer.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij het onwenselijk vindt dat ondernemers waaraan bijzonder uitstel van betaling is verleend, worden beboet voor het niet tijdig betalen. Hij heeft daarom goedgekeurd dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen in de periode van 12 maart 2020 tot aan de datum waarop het uitstel van betaling van dit besluit eindigt, worden geacht niet te zijn opgelegd. Mocht toch een verzuimboete worden opgelegd, dan zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Melding betalingsonmacht 

Er hoeft maar één keer gemeld te worden als de onmacht om te kunnen betalen voortduurt voor het betreffende belastingmiddel. Indien bijvoorbeeld betalingsonmacht is gemeld voor het tijdvak februari voor de btw, hoeft geen nieuwe melding te worden gedaan voor de opvolgende tijdvakken voor de btw. Indien er vervolgens betalingsonmacht ontstaat voor een ander belastingmiddel dan de btw, dient voor het andere belastingmiddel een nieuwe melding betalingsonmacht te worden gedaan (tenzij uitstel van betaling is aangevraagd). Zodra weer wordt aangevangen met (gedeeltelijke) betaling van de belastingschulden is er geen sprake meer van betalingsonmacht, voor toekomstige tijdvakken is dan een nieuwe melding vereist.

 

Let op! Mocht u melding betalingsonmacht hebben gedaan op een moment dat u wel voldoende geld had om te betalen, dan adviseren wij wel om voor het opvolgende tijdvak voor dezelfde belasting een melding in te dienen. De melding betalingsonmacht kan immers niet rechtsgeldig worden verklaard door het ontbreken van betalingsonmacht, de melding is dan ook niet geldig voor toekomstige tijdvakken.

Informatie bijgewerkt op 10 april 2020

Indien een rechtspersoon (B.V., N.V. e.d.) haar belastingen en/of premies niet kan betalen, wordt met een tijdige melding van betalingsonmacht voorkomen dat het bestuur van de rechtspersoon bij voorbaat al hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de niet-betaling. Het niet-officiële bericht heeft ons bereikt dat het ministerie van Financiën heeft besloten dat een aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig is. Indien wordt verzocht om bijzonder uitstel van betaling dan wordt dit verzoek in beginsel ook aangemerkt als een melding betalingsonmacht. Voor meer informatie hieromtrent zie ‘Is een afzonderlijke melding betalingsonmacht nodig?’

Informatie bijgewerkt op 10 april 2020

Een melding betalingsonmacht moet gedaan worden op het moment dat duidelijk is dat de belastingen en/of premies niet betaald kunnen worden. Versoepelend beleid is dat de melding niet meer afzonderlijk hoeft te worden gedaan. Dit houdt in dat een verzoek om uitstel van betaling wordt aangemerkt als een melding betalingsonmacht. Voor meer informatie over de recente ontwikkelingen omtrent de melding betalingsonmacht zie ‘Is een afzonderlijke melding betalingsonmacht nodig?’.

 

Indien geen uitstel van betaling wordt verzocht of toch een afzonderlijke melding betalingsonmacht nodig geacht wordt, geldt het volgende. Een melding kan pas gedaan worden ná afloop van het aangiftetijdvak. Uiterlijk moet gemeld worden binnen 14 dagen na de uiterste betaaldatum.

Voorbeeld 1
Aangifte LH van februari 2020:
tijdvak tot en met 29 februari 2020
uiterste betaaldatum is 31 maart 2020;
melden vanaf 1 maart 2020 en uiterlijk op 13 april 2020.


Voorbeeld 2
Aangifte BTW van 1e kwartaal 2020:
tijdvak tot en met 31 maart 2020
uiterste betaaldatum is 30 april 2020;
melden vanaf 1 april 2020 en uiterlijk op 13 mei 2020.

Het formulier moet binnen 14 dagen ontvangen zijn door de belastingdienst. Dit is een fatale datum. De verzend- en ontvangsttheorie geldt niet. Indien de deadline eindigt op een weekend- of feestdag, dient de melding op de laatste werkdag binnen de 14-dagentermijn ontvangen zijn bij de belastingdienst.

Informatie bijgewerkt op 10 april 2020

Uit recente berichtgeving valt af te leiden dat een aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig is indien wordt verzocht om bijzonder uitstel van betaling. Dit verzoek zou immers tevens aangemerkt worden als een melding betalingsonmacht. Zowel een verzoek tot uitstel van betaling als een aparte melding betalingsonmacht, kan middels een formulier van de belastingdienst worden ingediend.

 

Wij helpen u graag bij het melden van betalingsonmacht en/of het verzorgen van bijzonder uitstel van betaling. Hiervoor kunt u zich melden bij coronadesk@wvdb.nl of bij uw adviseur.

Informatie bijgewerkt op 10 april 2020

Uit recente berichtgeving valt af te leiden dat een aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig is indien wordt verzocht om bijzonder uitstel van betaling. Dit verzoek zou immers tevens aangemerkt worden als een melding betalingsonmacht. Zowel een verzoek tot uitstel van betaling als een aparte melding betalingsonmacht, kan middels een formulier van de belastingdienst worden ingediend.

 

Wij helpen u graag bij het melden van betalingsonmacht en/of het verzorgen van bijzonder uitstel van betaling. Hiervoor kunt u zich melden bij coronadesk@wvdb.nl of bij uw adviseur.

Informatie bijgewerkt op 10 april 2020

Er bestond onduidelijkheid over welke onderdelen van een fiscale eenheid omzetbelasting een melding betalingsonmacht moesten doen, wanneer zij in liquiditeitsproblemen komen vanwege de coronamaatregelen. Zekerheidshalve werd daarom geadviseerd om voor ieder onderdeel van de fiscale eenheid omzetbelasting een melding betalingsonmacht te doen. De belastingdienst heeft op het Forum Fiscaal Dienstverleners een verduidelijking gegeven.

 

Hieruit blijkt dat een fiscale eenheid voor de omzetbelasting zelf geen melding betalingsonmacht hoeft te doen. Voor de omzetbelastingschuld van de fiscale eenheid hoeft en kan een onderdeel van die fiscale eenheid pas betalingsonmacht melden wanneer zij aansprakelijk is gesteld voor de omzetbelastingschuld.

Hebben de onderdelen van de fiscale eenheid een eigen schuld, bijvoorbeeld loonheffingen, dan moeten zij zelfstandig en afzonderlijk van elkaar de betalingsonmacht melden voor die eigen schuld.

Informatie bijgewerkt op 8 mei 2020

"De bestuurder van een rechtspersoon. ZZP-ers, eenmanszaken, vennootschappen onder firma, maatschappen e.d. kunnen niet melden. Zij zijn altijd hoofdelijk aansprakelijk voor de niet-betaling van belastingen en/of premies.

 

Indien sprake is van een fiscale eenheid voor de BTW dient pas een melding betalingsonmacht te worden gedaan indien een onderdeel van de fiscale eenheid aansprakelijk wordt gehouden. De entiteit die aansprakelijk wordt gesteld, dient pas dan zelfstandig te melden.

Voor een Samenhangende Groep Inhoudingsplichtigen voor de LH, moet ieder onderdeel van de samenhangende groep melden voor betalingsonmacht. De samenhangende groep voor de LH geeft administratieve voordelen, maar de onderliggende onderdelen blijven ieder aansprakelijk voor de eigen schuld voor de loonheffingen.  

Informatie bijgewerkt op 8 mei 2020

  • "loonbelasting (LH);
  • omzetbelasting (BTW);
  • accijnzen;
  • verbruiksbelastingen van alcoholische dranken en van pruim- en snuiftabak;
  • milieubelasting;
  • kansspelbelasting.

Er kan geen melding betalingsonmacht worden gedaan voor VPB of IB."

Informatie bijgewerkt op 18 maart 2020

De situatie van onmacht eindigt op het moment dat de aanslagen waarvoor een melding is gedaan (gedeeltelijk) zijn betaald, of wanneer de ontvanger kenbaar maakt dat hij de betalingsonmacht niet langer aanwezig acht. Indien daarna weer onmacht ontstaat, dient een nieuwe melding te worden gedaan.

Informatie bijgewerkt op 18 maart 2020

Uitstel van betaling

Nee. De ondernemer krijgt uitstel van betaling voor de periode van 3 maanden vanaf de dagtekening van het verzoek tot uitstel van betaling. De invordering wordt gedurende die 3 maanden opgeschort. Een kort voorbeeld:

  • op 20 april 2020 verzoekt u om uitstel van betaling voor de naheffingsaanslag loonheffingen van februari;
  • de belastingdienst verleent automatisch 3 maanden uitstel van betaling tot 20 juli 2020;
  • op 20 mei ontvangt u een naheffingsaanslag loonheffingen van maart;
  • ook voor de naheffingsaanslag loonheffingen van maart eindigt het uitstel van betaling op 20 juli 2020.

Informatie bijgewerkt op 20 april 2020

De overheid publiceert in haar berichtgeving tegenstrijdig op dit punt. Het lijkt er op dat ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zullen komen een verzoek tot uitstel van betaling kunnen indienen na ontvangst van de aanslag. Indien een ondernemer in dat kader besluit om de ingediende aangiften loonheffingen en omzetbelasting niet te betalen, adviseren wij om per tijdvak tijdig een melding betalingsonmacht te doen. Vanwege de onduidelijke berichtgeving op dit punt is niet bekend hoe de belastingdienst zal omgaan met deze situatie. Niet uit te sluiten is dat het mogelijk is dat het verzoek om bijzonder uitstel toch wordt afgewezen omdat op het moment dat de aangifte is gedaan de onderneming nog over voldoende liquide middelen beschikte. In dat geval bestaat dus ook de kans dat de verzuimboete gehandhaafd blijft. De verzuimboete voor niet tijdig betalen bedraagt voor de loonheffing en btw 3% van het niet of te laat betaalde bedrag met een minimum van € 50,-- en een maximum van € 5.514,-- per tijdvak en belasting.

Informatie bijgewerkt op 27 maart 2020, 09:28 uur

Geld op een G-rekening waar bedragen aan te betalen loonheffingen en/of btw tegenover staat kan in beginsel niet van de G-rekening af worden gehaald. Wij hebben inmiddels via informele weg vernomen dat de belastingdienst soepel beleid hanteert, waardoor geld mogelijk wel van de G-rekening kan worden gehaald. Dit is een nog niet gepubliceerd beleid en de wet voorziet hier niet in. Voor een overtollig deel op de G-rekening is wel wettelijke voorzien in de mogelijkheid om te deblokkeren. Ons advies is om een verzoek tot deblokkeren in te dienen als u het geld op de G-rekening nodig heeft om andere verplichtingen te voldoen. Of het verzoek zal worden ingewilligd is onbekend, maar als u het niet heeft gevraagd kunt u zeker niet bij het geld op de G-rekening. Indien u een verzoek tot deblokkeren wenst te doen, dan helpen wij u hierbij graag. U kunt zich melden via coronadesk@wvdb.nl. U kunt ook zelf een verzoek opstellen met een formulier dat kan worden gedownload op de website van de belastingdienst.
Let op! Het is op dit moment onzeker wanneer de belastingdienst een verzoek om gedeeltelijke of volledige deblokkering in behandeling kan nemen.

Informatie bijgewerkt op 26 maart 2020

Als u uw G-rekening gedeeltelijk heeft laten deblokkeren heeft u de beschikking over liquide middelen. De overheid publiceert in haar berichtgeving tegenstrijdig op het punt of in die gevallen uitstel van betaling kan worden aangevraagd. Het lijkt erop dat ook ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zullen komen een verzoek tot uitstel van betaling kunnen indienen. Niet uit te sluiten is dat het mogelijk is dat uw verzoek om bijzonder uitstel wordt afgewezen omdat op het moment dat de aangifte is gedaan, uw onderneming nog over voldoende liquide middelen beschikte. In dat geval bestaat dus ook de kans dat de verzuimboete gehandhaafd blijft.

 

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Er dient nog wel een brief te worden gestuurd aan de Belastingdienst waarin wordt gevraagd om uitstel van betaling. In de brief moet staan dat er sprake is van betalingsproblemen vanwege de uitbraak van corona. Nadat het verzoek is ontvangen stoppen de invorderingsmaatregelen en wordt wel automatisch 3 maanden uitstel van betaling verleend.

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Ja, dat kan via de Belastingtelefoon (0800-0543), echter hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • de openstaande belastingschuld bedraagt minder dan € 20.000;
  • er dient altijd tijdig aangifte te zijn gedaan;
  • er is voor dezelfde aanslag geen uitstel van betaling verleend en er dient geen dwangbevel te zijn opgelegd;
  • het uitstel wordt voor maximaal vier maanden verleend (de vier maanden gaan in op de dag na de uiterste betaaldatum van de openstaande aanslag);
  • het uitstel kan slechts worden verkregen voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting, definitieve aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting en voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting over 2020 met een dagtekening later dan 1 november 2020.

Let op: indien kort telefonisch uitstel wordt verleend, kan daarna geen andere betalingsregeling meer worden verkregen voor deze aanslag!

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Download stroomschema

Informatie bijgewerkt op 6 april 2020

Bijzonder uitstel van betaling kan worden aangevraagd voor alle opgelegde aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen, omzetbelasting (btw), kansspelbelasting, accijns, verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurderheffing, energie- en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland. Indien eenmaal bijzonder uitstel van betaling is aangevraagd voor één van voornoemde belastingsoorten dan verleent de Belastingdienst automatisch bijzonder uitstel van betaling voor alle toekomstige (naheffings)aanslagen van voornoemde belastingsoorten. Ondernemers die de waterschapsbelastingen niet kunnen betalen vanwege de coronacrisis, kunnen bij de meeste waterschappen uitstel van betaling verkrijgen.

Informatie bijgewerkt op 6 april 2020

Indien betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis zijn ontstaan, kan een verzoek tot bijzonder uitstel van betaling voor een periode van 3 maanden worden ingediend. Dit verzoek kan zowel schriftelijk als via een online formulier op de beveiligde website van de Belastingdienst worden ingediend. Dit formulier is echter alleen te raadplegen indien wordt ingelogd met een DigiD. Een rechtspersoon beschikt niet over een eigen DigiD en zal dus een DigiD van bijvoorbeeld een werknemer moeten gebruiken om dit verzoek te doen. Het formulier bevat niet een bezwaar tegen de verzuimboete, welke u mogelijk zekerheidshalve wel wilt doen. Indien u wenst dat wij het verzoek tot bijzonder uitstel van betaling (inclusief bezwaar tegen de boete) voor u verzorgen zullen wij dit altijd schriftelijk doen.

Informatie bijgewerkt op 6 april 2020

Indien een verzoek tot bijzonder uitstel van betaling wordt ingediend bij de Belastingdienst worden de invorderingsmaatregelen voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting en omzetbelasting, kansspelbetaling, accijns, verbruiksbelasting alcoholvrije draken, assurantiebelasting, verhuurdersheffing, energie- en andere milieubelastingen direct voor een periode van 3 maanden stopgezet. Dit betekent dat de invordering van alle belastingmiddelen door één verzoek wordt stopgezet. Dit verzoek tot bijzonder uitstel geldt eveneens voor de toekomstige (naheffings)aanslagen. Let op, om het eerste verzoek tot bijzonder uitstel van betaling te kunnen doen moet er wel een aanslag of naheffingsaanslag zijn opgelegd. Deze versoepeling van het beleid van de Belastingdienst geldt ten aanzien van uitstelverzoeken die sinds 12 maart 2020 zijn ingestuurd.

Informatie bijgewerkt op 6 april 2020

Nadat het verzoek is ontvangen wordt direct uitstel van betaling verleend en stopt de Belastingdienst direct de invorderingsmaatregelen. Tevens zal de Belastingdienst de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. Indien eenmaal is verzocht om bijzonder uitstel van betaling worden de invorderingsmaatregelen ten aanzien van toekomstige aanslagen automatisch stopgezet.

Informatie bijgewerkt op 6 april 2020

De ondernemer krijgt een schriftelijke ontvangstbevestiging van het verzoek toegestuurd door de Belastingdienst. De Belastingdienst stuurt maar één ontvangstbevestiging, ook als het uitstelverzoek bedoeld is voor meerdere aanslagen. De Belastingdienst verwacht een hogere doorlooptijd voor het versturen van de schriftelijke ontvangstbevestiging.

Informatie bijgewerkt op 6 april 2020

Belastingaanslag

De voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting voor het jaar 2020 zijn in veel gevallen reeds opgelegd. Mocht blijken dat de winstverwachting als gevolg van het coronavirus achterblijft, kan een verzoek bij de belastingdienst worden ingediend om de voorlopige aanslag inkomsten- en/of vennootschapsbelasting te verminderen. Reeds betaalde belasting wordt dan terug ontvangen of de komende betaaltermijnen worden verminderd. De winstverwachting dient te worden gebaseerd op een enigszins redelijke schatting. Indien opzettelijk om een (veel) te lage herziening van de reeds opgelegde voorlopige aanslag wordt verzocht, is de belastingdienst bevoegd om een vergrijpboete op te leggen. Gelet op de onzekere omstandigheden en de aangekondigde maatregelen omwille het coronavirus bestaat echter de verwachting dat de belastingdienst zich coulant zal opstellen indien de geschatte winstverwachting niet geheel in overeenstemming is met het uiteindelijk verschuldigde bedrag aan inkomsten- en/of vennootschapsbelasting. Wij verlagen om deze reden enkel de aanslagen na opgaaf van reden, waarbij enkel verwijzing naar Corona niet voldoende is.

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Begin 2021 is het van essentieel belang om een juiste aanslag op te laten leggen, gezien de belastingrente. De berichtgeving vanuit de Overheid doet vermoeden dat de belastingrente tijdelijk zal worden verlaagd. We moeten er rekening mee houden dat die verlaging mogelijk in 2021 niet meer van kracht zal zijn.

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Als de verlopige aanslag 2019 is opgelegd in lijn met het resultaat over 2019, dan kan de aanslag niet verlaagd worden. In dit geval kan beter gekozen worden om uitstel van betaling aan te vragen.

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Het verzoek tot vermindering van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting 2020 is geen verzoek tot uitstel van betaling. Er wordt dan ook niet automatisch uitstel van betaling verleend door de Belastingdienst. Indien de vermindering ná de betalingstermijn van de huidige aanslag wordt opgelegd, dient dus tijdig (vóór einde betalingstermijn) een separaat schriftelijk verzoek te worden ingediend. Aangezien het uitstel van betaling veelal urgentie zal hebben is het raadzaam om een dergelijk verzoek tegelijkertijd met het verminderingsverzoek op te pakken. Om zeker te zijn dat het verzoek bij de belastingdienst wordt ontvangen, kan het verzoek aangetekend verstuurd worden.

Informatie bijgewerkt op 20 maart 2020

Verzuim en arbeidsongeschiktheid

Ja, de oorzaak van de ziekte is niet relevant.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Nee, een verzuimverzekering dekt de loondoorbetalingsverplichting in geval van ziek personeel. Als iemand om een andere reden dan ziekte niet kan werken, bijvoorbeeld omdat hij/zij om preventieve redenen in quarantaine moet blijven, of een bepaald gebied niet mag verlaten, is er geen dekking voor de eventuele loondoorbetaling.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Laat u uw werknemers thuisblijven terwijl zij niet ziek zijn, dan valt dit niet onder de dekking van uw verzuimverzekering. U betaalt de kosten voor dit verzuim zelf.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Als het gaat om personeel dat niet in staat is weer naar het werk te komen vanwege verplichte quarantaine, reisbeperkingen of andere blokkades, dan is de kans groot dat u hen moet doorbetalen. Het is echter afhankelijk van de specifieke omstandigheden welke regels van toepassing zijn.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Ja, de oorzaak van de ziekte is niet relevant.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Nee, een arbeidsongeschiktheidsverzekering dekt inkomensverlies ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid. Daar is in deze situatie geen sprake van.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Ja, want er is sprake van inkomensverlies ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Nee, als iemand om preventieve redenen in quarantaine moet blijven, of een bepaald gebied niet mag verlaten, is er geen dekking. Er is geen sprake van inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Meld dit bij uw huisarts. Dat is noodzakelijk voor een eventuele uitkering wegens inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Bij corona gelden dezelfde regels als bij andere virus- of bacterie-infecties. U heeft alleen recht op een uitkering als er door ziekte lichamelijke beperkingen optreden. En u daardoor niet in staat bent om te werken. Heeft u milde klachten, zoals verkoudheid, dan is er geen recht op uitkering.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Nee, op uw verzekering is een eigenrisicoperiode van toepassing. Hoe lang deze eigenrisicoperiode duurt kunt u terugvinden in uw polis. Deze is eigenrisicoperiode is per polis verschillend.

Let op: bent u op dit moment al gedeeltelijk arbeidsongeschikt, dan geldt er voor u geen  eigenrisicoperiode meer. U krijgt dan mogelijk recht op een hogere uitkering, dit hangt af van uw polisvoorwaarden.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

De vraag of iemand is overleden door het coronavirus is niet relevant voor het recht op uitkering. Eventuele uitsluitingen in polisvoorwaarden, met betrekking tot verblijven in gebieden waarvoor een negatief reisadvies geldt, zijn niet bedoeld voor een situatie zoals deze nu met het coronavirus aan de hand is.

De verwachting is dan ook dat de meeste verzekeraars gewoon uitkeren, maar hierbij past een waarschuwing. In sommige polisvoorwaarden is het begrip grove schuld opgenomen. Een verzekeraar zou kunnen aanvoeren dat als je willens en wetens naar een gebied afreist waarvoor een negatief reisadvies geldt er sprake is van grove schuld, mocht je iets overkomen wat direct te wijten is aan een coronavirusinfectie die in dat (buitenlands) gebied.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Pensioen

Er is een verschil tussen pensioenfondsen en de pensioenregeling die door een verzekeraar wordt uitgevoerd.

 

Pensioenfondsen

Alle pensioenfondsen kennen betalingsregelingen voor betalingsonmacht. Werkgevers die tijdelijk minder, of geen premie kunnen betalen, komen in aanmerking voor uitstel van betaling.

Het bestuur van het pensioenfonds gaat hierover, en de regelingen verschillen dus per bedrijfstak.

De pensioenfondsen van zwaar getroffen bedrijfstakken als de Horeca, Detailhandel en de reisbranche hebben inmiddels hun incassobeleid aangepast en versoepelt.

  • pensioenfonds Horeca en Catering geeft vooralsnog 30 dagen uitstel van betaling;
  • pensioenfonds Detailhandel geeft uitstel van premiebetaling tot 90 dagen;
  • pensioenfonds voor de reisbranche verlengt de betalingstermijn naar 45 dagen.

Voor alle pensioenfondsen geldt dat de werkgever individueel de betalingsonmacht dient te melden bij het pensioenfonds, er is dus geen generieke uitstelregeling. Vaak kan de melding worden gedaan middels een betalingsonmachtformulier, deze zijn via de websites van de pensioenfondsen te downloaden. Een aantal pensioenfondsen heeft inmiddels ook een Coronadesk ingericht.

 

Let op: als de werkgever wegens betalingsonmacht geen premie afdraagt maar dit niet heeft gemeld bij het pensioenfonds kan dit leiden tot claims wegens bestuurdersaansprakelijkheid.

 

Verzekeraar

Hoofdregel is dat er geen recht op uitstel van premiebetaling bestaat.

Ook de pensioenverzekeraars hebben echter toegezegd dat ook zij soepeler met de inning van pensioenpremies zullen omgaan, voor zover de wettelijke mogelijkheden dit toestaan. Omdat de problematiek per sector of werkgever verschilt, zal er maatwerk worden geboden. Ondernemers die in acute problemen komen met het betalen van hun pensioenpremies dienen z.s.m. contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder. Wij kunnen u daarbij helpen. 

 

Tenslotte, alle pensioenuitvoerders, fondsen en verzekeraars, zijn in overleg met de overheid om ook de pensioenpremies (of een deel daarvan) te scharen onder de komende Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid als tegemoetkoming in de loonkosten. Op korte termijn komt hier nadere berichtgeving over.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Ja, op grond van de Wet Loonbelasting 1964 is dit mogelijk.

Gedurende de periode van tijdelijke arbeidsduurverkorting in verband met het coronavirus kunnen zich met name de volgende situaties voordoen:

  1. Arbeidsduurverkorting waarbij de arbeidsovereenkomst geheel in stand blijft.
    In dat geval blijft er gewoon sprake van pensioengevende diensttijd. Dat hierbij sprake kan zijn van een lager pensioengevend loon hoeft geen probleem te zijn mits sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging. Bij een gebruikelijke loonsverlaging kan de pensioenopbouw worden voortgezet over het loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.

  2. Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd in verband met het coronavirus.
    Als de werknemer een inkomensvervangende en loongerelateerde uitkering ontvangt, zoals bij een WW-uitkering, dan is er sprake van een reguliere pensioengevende diensttijd.  De pensioenopbouw mag dan worden voortgezet op basis van het pensioengevend loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.

  3. Arbeidsduurverkorting waarbij geen sprake is van onvrijwillig ontslag of als er geen inkomensvervangende en loongerelateerde uitkering wordt ontvangen.
    In dat geval kan er onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. De kosten (ook het werkgeversdeel in de premie) komen dan in principe voor rekening van de werknemer.

Informatie bijgewerkt op 23 maart 2020

Overige

De gevolgen zijn sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie van de werknemer en dienen op individuele basis te worden onderzocht. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de volgende drie categorieën: 

  1. Werknemer woont en werkt in Nederland; de inkomstenbelastingpositie zal dan in de basis niet veranderen.
  2. Werknemer woont in Nederland en werkt in het buitenland werkt (lees: in het buitenland is belasting verschuldigd is over het genoten salaris); dan geldt over het algemeen dat het thuiswerken een impact zal hebben op de belastingpositie van de werknemer. Doorgaans zal Nederland belasting mogen heffen over het loon dat wordt genoten in verband met het thuiswerken, en mag het buitenland alleen belasting heffen voor zover de werkzaamheden fysiek in dat land zijn verricht.
  3. Werknemer woont in het buitenland en werkt in Nederland (lees: in Nederland is belasting verschuldigd is over het genoten salaris); dan geldt over het algemeen dat het thuiswerken een impact zal hebben op de belastingpositie van de werknemer. Doorgaans zal het buitenland belasting mogen heffen over het loon dat wordt genoten in verband met het thuiswerken, en mag Nederland alleen belasting heffen voor zover de werkzaamheden fysiek in Nederland zijn verricht.

Indien er wegens het thuiswerken (extra) heffingsrecht ontstaat in het woonland, dient te worden onderzocht of het thuiswerken er tevens toe leidt dat de werkgever in dat land een verplichting heeft om voorheffingen (in Nederland: loonbelasting) af te dragen over het deel van het salaris dat daar belast is.

Indien er geen voorheffingen in het woonland worden afgedragen zal de werknemer de verschuldigde belastingen in het woonland na het indienen van zijn belastingaangifte moeten voldoen. Doorgaans zal dit op jaarbasis zijn. Als er in het werkland voorheffing (in Nederland: loonbelasting) is ingehouden op het volledige loon zal de werknemer via de belastingaangifte in het werkland een belastingteruggave moeten claimen. Er dient hierbij rekening te worden gehouden met mogelijke timingverschillen tussen het ontvangen van de belastingteruggave in het werkland en het betalen van de belastingen in het woonland, om een cashflow nadeel voor zover mogelijk te voorkomen. Als alternatief kan worden overwogen om – voor zover dit mogelijk is – vanaf het moment van thuiswerken geen voorheffingen meer af te dragen in het werkland, maar dan dient de werknemer wel zelf een bedrag opzij te zetten om aan het einde van het jaar de belastingen in het woonland te betalen.

Op dit moment heeft Nederland met Duitsland afwijkende afspraken gemaakt, op basis waarvan onder voorwaarden het heffingsrecht nog steeds kan worden toegewezen aan het land waar de werkzaamheden normaliter zouden zijn verricht. Er vinden ook overleggen plaats tussen Nederland en België om dergelijke effecten van het thuiswerken tegen te gaan. Voor meer informatie, neem gerust contact met ons op.

Informatie bijgewerkt op 16 april 2020

In beginsel zal belasting verschuldigd zijn in het land waar de werkzaamheden fysiek zouden zijn uitgeoefend indien we werknemer wel had kunnen werken. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij bepaalde omstandigheden ertoe kunnen leiden dat bijvoorbeeld het woonland belasting mag heffen over het genoten salaris, en dat de 30%-regeling mogelijk niet langer kan worden toegepast in de Nederlandse salarisadministratie. De gevolgen zijn echter sterk afhankelijk van de omstandigheden. Mochten dit soort situaties zich voordoen, dan raden wij u aan om contact met ons op te nemen om de exacte gevolgen in kaart te brengen en helder te krijgen of, en zo ja, welke acties er genomen dienen te worden.

Informatie bijgewerkt op 16 april 2020

Als iemand in Nederland woont en werkt, dan zal de sociale zekerheidspositie van die persoon in de basis niet wijzigen.

Voor situaties tussen EU-lidstaten (wegens overgangsrecht nu nog met inbegrip van het VK) wordt op basis van EU-regels bepaald in welk land iemand sociaal verzekerd is. Als iemand vrijwel alle werkzaamheden vanuit het werkland verricht, dan zal diegene daar doorgaans sociaal verzekerd zijn tenzij deze persoon ten minste 25% van zijn tijd vanuit het thuisland werkzaamheden verricht. Mocht iemand vanwege de Corona-crisis tijdelijk alleen thuis werken in plaats van in het thuisland, dan zou de sociale zekerheidspositie dus kunnen veranderen.

 

De Nederlandse Sociale Verzekeringsbank heeft besloten dat thuiswerken wegens de Corona-crisis voor nu niet zal leiden tot een wijziging van de sociale zekerheidspositie. De Belgische en Duitse sociale zekerheidsautoriteiten hebben een soortgelijk besluit genomen, waardoor de sociale zekerheidsposities van personen die werken op de lijn Nederland-België en Nederland-Duitsland in beginsel niet zal wijzigen. Mocht de Corona-crisis langer aanhouden, dan kan er mogelijk wel een wijziging optreden. Op basis van het onderling overlegartikel kan dan binnen de EU afstemming worden gezocht over de sociale zekerheidspositie.

Voor mensen die wonen en/of werken in andere landen dan Nederland, België en Duitsland kan het thuiswerken nu al gevolgen hebben voor de sociale zekerheidspositie.

Informatie bijgewerkt op 16 april 2020

Onze adviseurs
mensen met vakkennis

Zoek een adviseur

Gemotiveerde specialisten leveren geïntegreerde dienstverlening. Kennis maken en vooral kennis delen, speelt een centrale rol in alles wat wij doen.