An independent member of MOORE Global
International MijnWVDB Werken bij WVDB

Coronadesk

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

Omdat wij ontwikkelingen op de voet volgen plaatsen wij nieuwe vragen en antwoorden direct bovenaan onderstaande lijst. Hou deze pagina de komende dagen dus goed in de gaten.

 

Bekijk hieronder de meest recente updates

Zelfstandigen kunnen aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal, indien zij vanwege corona inkomsten mislopen. Een aanvraag voor deze tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) moet bij de gemeente worden gedaan waar u woont. De Tozo zal in werking treden van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Wel moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan.

 

  • u bent een gevestigde zelfstandige, vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
  • u bent woonachtig en regelmatig verblijvend in Nederland;
  • u bent Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • u oefent uw beroep in Nederland uit;
  • u voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • u bent vóór 17 maart 2020, 18:45 uur gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium van 1225 uur per jaar.

De Tozo bestaat uit twee onderdelen, namelijk inkomensondersteuning en een lening. Voor een beperkt aantal ondernemers geldt daarnaast een compensatie. Op deze website van de rijksoverheid kunt u meer informatie vinden over de Tozo. Op deze website kunt u checken of u in aanmerking komt voor de Tozo.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

Dat is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen uit loondienst. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) biedt een aanvulling tot aan het sociaal minimum. Indien uw inkomen uit uw onderneming compleet wegvalt en uw inkomen uit loondienst lager is dan het sociaal minimum kunt u in aanmerking komen voor de Tozo, mits u aan de overige voorwaarden voldoet.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) kunt u in principe ook een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) als u voldoet aan de voorwaarden, waaronder het urencriterium. Ook moet er sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Verder dient u naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat uw B.V. nu geen salaris kan uitbetalen. Dit staat op gespannen voet met de gebruikelijkloonregeling. Hoe de belastingdienst hiermee om gaat is op dit moment niet bekend.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

De inkomensondersteuning voor zelfstandigen bestaat uit een aanvulling tot aan het sociaal minimum. De hoogte hangt af van de samenstelling van uw huishouden en inkomen. Voor gehuwden en samenwonenden wordt het inkomen tot maximaal €1.500,-- per maand aangevuld en voor alleenstaanden tot €1.050,--. Deze ondersteuning hoeft niet terug te worden betaald. Ook bestaat er geen vermogens- en partnertoets. Wel moet worden voldaan aan de voorwaarden (zie “ik ben zelfstandig ondernemer, welke noodmaatregelen gelden voor mij”).

 

Naast de inkomensondersteuning kunt u een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal €10.507,-- met een rente van 2%. Dit is een lening en moet daarom wel worden terugbetaald. De maximale looptijd is drie jaar waarbij er tot januari 2021 niet hoeft worden afgelost.

 

Een aanvraag voor de inkomensondersteuning en/of lening wordt naar verluid binnen 4 weken afgerond.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

In beginsel moet bij de gemeente waar u woont een beroep worden gedaan op de noodmaatregelen. Dit kan anders zijn in grensoverschrijdende situaties. In onderstaande vragen zijn enkele veel voorkomende situaties uitgelicht.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

In deze situatie is de uitwerking afhankelijk van waar u sociaal verzekerd bent. Indien u in Nederland sociaal verzekerd bent zijn de Nederlandse maatregelen in beginsel van toepassing. Echter is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u uw bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland uitoefent. Wel kunt u bijstand aanvragen in de gemeente waar u woont.

 

Indien u in België sociaal verzekerd bent kunt u mogelijk een beroep doen op een Belgische overbruggingsuitkering. Dit is het geval als u gedwongen bent om uw activiteiten in België te stoppen. Normaliter geldt deze regeling alleen als u in België woont, echter heeft het Ministerie van Zelfstandigen besloten om deze woonplaatsvoorwaarde tijdelijk niet toe te passen. Deze uitkering betreft een maandelijks bedrag van maximaal €1.614,--.

 

Indien uw bedrijf in Vlaanderen is gevestigd kunt u mogelijk een beroep doen op een ‘Corona hinderpremie’. Bekijk deze website voor meer informatie. Ook kunt u mogelijk bij uw sociaalverzekeringsfonds ‘vermindering van voorafbetaling van sociale bijdragen’ en uitstel of vrijstelling van betaling van sociale bijdragen aanvragen. Bekijk deze website voor meer informatie.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

U kunt geen gebruik maken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u in Nederland woont. Wel kunt u mogelijk gebruik maken van de Belgische noodmaatregelen. U kunt bijvoorbeeld leefloon aanvragen bij het Belgische Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) in de gemeente waar u woont.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u uw bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland uitoefent. Wel kunt u bijstand aanvragen in de gemeente waar u woont.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u in Nederland woont. In Duitsland hebben verschillende deelstaten extra maatregelen genomen voor zelfstandigen. Hierover is op dit moment nog geen informatie beschikbaar. Wel kunt u mogelijk Arbeitslosengeld II aanvragen bij de Arbeidsagentur. Hiervoor moet u ouder zijn dan 15 jaar en jonger dan de leeftijd voor een Duits ouderdomspensioen, in Duitsland wonen en arbeidsgeschikt zijn (in staat zijn minimaal 3 uur per dag uw werkzaamheden uit te oefenen).

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

Bekijk hieronder alle Q&A's

De maatregel is bedoeld om ondernemers die ten gevolge van de Coronacrisis een omzetdaling van ten minste 20% verwachten financieel tegemoet te komen en hun loonkosten tot maximaal 90% maar rato van de omzetdaling op te vangen.

 

Het doel is werkgelegenheid. Om die reden worden werkgevers verplicht om 100 % van het loon door te betalen en wordt verwacht dat de loonsom nu zoveel mogelijk gelijk wordt gehouden ten opzichte van januari 2020.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW is voornamelijk bedoeld om ontslagen te voorkomen en daarom zijn er een tweetal voorwaarden aan verbonden. De eerste voorwaarde is dan ook dat géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aangevraagd kan worden voor de werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Daarnaast dient de werkgever zich in te spannen om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en zijn werknemers dus volledig door te betalen. Tot slot moet de aanvrager ten minste 20% omzetverlies over een aangesloten periode van 3 maanden verwachten.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten moet sprake zijn van ten minste 20% omzetdaling. De hoogte van de tegemoetkoming is vervolgens afhankelijk van het percentage van de omzetdaling.

 

Het uitgangspunt van de regeling is dat omzetdalingen van meer dan 20% in de periode waarvoor de regeling geldt het gevolg zijn van buitengewone omstandigheden die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en maatregelen van openbare orde. Een werkgever hoeft daarbij niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Een lagere omzet betekent dat er minder geld beschikbaar is voor de salariskosten. Bovendien is omzetdaling een meetbaar en controleerbaar criterium. In de NOW wordt daarom omzet gehanteerd als criterium om de behoefte aan ondersteuning via een tegemoetkoming in de loonkosten vast te stellen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Het omzetbegrip in de NOW moet zo dicht mogelijk aansluiten bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling of het concern. Op grond van de wet wordt daarbij uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. De opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van de onderneming.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het kan zijn dat een werkgever bijvoorbeeld een not-for-profit organisatie is waar in plaats van een winst-en-verliesrekening een exploitatierekening of staat van baten en lasten wordt opgesteld. Deze werkgevers krijgen namelijk financiering vanuit (semi)publieke middelen en dat zorgt natuurlijk ook voor opbrengsten van waaruit de loonkosten worden betaald. Daarom worden baten, opbrengsten en andere voordelen, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars ook als omzet gezien voor deze regeling.

 

Indien sprake is van een (meer-)jaarlijkse subsidie (of andere baten) of langer tijdvak dan het aanvraagtijdvak moeten deze inkomsten naar rato worden verdeeld over die maanden voor zover de grondslagen die worden gehanteerd in de jaarrekening hier niet reeds in voorzien.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Hiervoor dient eerst de referentie-omzet vastgesteld te worden. Dit is de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. De referentie-omzet wordt afgezet tegen de meetperiode. Dit is een periode van drie maanden, waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020, over welke de omzetdaling zich voor moet doen.

 

Het verschil wat uit die vergelijking komt, wordt gedeeld door de referentie-omzet. De uitkomst van die berekening is de omzetdaling, die wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond.

 

Een voorbeeld: Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000,- per maand, oftewel € 1.200.000,- over 2019. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – waarover de werkgever zijn omzetdaling berekend wil hebben, is zijn omzet gemiddeld € 70.000,- per maand oftewel € 210.000,- over deze gehele periode. De omzetdaling is dan 30%.

 

Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling. In dat geval wordt de omzet vanaf de eerste kalendermaand na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie. Dit is in dat geval de referentie-omzet.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Dit is afhankelijk van de verwachting van de werkgever. Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever een meetperiode kiezen die later begint. De meetperiode betreft in alle gevallen drie maanden en kan vallen tussen 1 maart 2020 en 31 juli 2020. De meetperiode kan dus starten op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020.

 

De keuze voor de meetperiode moet gemaakt worden bij de aanvraag; bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het kan zijn dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen. Bewust is echter gekozen om geen correctiemogelijkheid daarvoor op te nemen in de regeling. De reden hiervoor is gelegen in de benodigde eenvoud van de regeling, om op korte termijn zeer veel aanvragen te kunnen behandelen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon.

 

Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen geldt de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel minder dan 20% omzetdaling heeft, krijgen afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming. Het is aan het concern om, als het hele concern geen of beperkt omzetverlies heeft, verantwoordelijkheid te nemen voor de werknemers van onderdelen met meer omzetverlies.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW sluit voor het concernbegrip aan bij de wettelijke definitie. Daarbij wordt voor de regeling wel uitgegaan van het concern zoals dit op 1 maart 2020 bestond.

 

Indien een onderneming in een moeder-dochtermaatschappijverhouding zit, worden zowel moeder- als dochtermaatschappij voor de werking van de regeling behandeld als waren zij een concern.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Niet-Nederlandse rechtspersonen of natuurlijke personen zonder in Nederland verzekerd SV-loon worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de omzetdaling van de Nederlandse en niet-Nederlandse onderdelen met in Nederland verzekerd SV-loon van de groep.

 

Van belang is dus waar de onderneming of het onderdeel van de onderneming haar sociale verzekeringsverplichtingen voldoet, is dit buiten Nederland, dan telt zij niet mee.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Achteraf wordt vastgesteld wat het omzetverlies daadwerkelijk is geweest en worden eventuele correcties op de loonsom verwerkt. Binnen 22 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden (de meetperiode) verzoekt de werkgever hiertoe om vaststelling van de subsidie bij het UWV, via het daarvoor ontworpen formulier. Vervolgens zal op basis van de door de werkgever aan te leveren definitieve gegevens over de omzetdaling vastgesteld worden hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of aan alle aan de werkgever opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW is gedaan. Hiervoor is in beginsel een accountantsverklaring vereist.

 

De definitieve subsidie (en dus ook definitieve omzetdaling) wordt binnen 24 weken na ontvangst van deze aanvraag vastgesteld. Indien blijkt dat het iomzetverlies lager is uitgevallen, zal (een deel) van het voorschot terugbetaald moeten worden. Indien het omzetverlies hoger is uitgevallen zal een nabetaling plaatsvinden.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

In beginsel is een accountantsverklaring vereist bij de definitieve vaststelling van de subsidie, aan het achtereinde van de subsidieperiode. Voor 2019 zal die in veel gevallen er al zijn, of in de maak zijn, omdat dit aansluit bij de jaarcijfers.

 

Er wordt gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven over onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist en indien een accountantsverklaring is vereist wat voor soort accountantsverklaring dat is.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het subsidiebedrag is gebaseerd op de loonsom.  De loonsom wordt gedefinieerd als het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer. Dit betekent het volgende.

 

De subsidie wordt eerst verstrekt in de vorm van een voorschot van een subsidie over de loonsom. Bij de berekening hiervan wordt gebruik gemaakt van de loonsom over een referentieperiode van een maand. In beginsel wordt daarvoor januari 2020 genomen. Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon (SV-loon) uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Daarbij worden daarnaast ook aanvullende lasten als werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en opbouw van vakantiebijslag gecompenseerd.

 

Om de uitvoering van de aanvraagprocedure te vergemakkelijken is gekozen voor een opslag van 30% voor alle werkgeverslasten. De precieze werkgeverslasten hoeven dan dus niet per situatie te worden beoordeeld.

 

Indien de werkgever niet per maand, maar per vier weken loon betaalt, dan wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

 

Tot de loonsom worden niet gerekend werkgeversbetalingen voor uitkeringen voor bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg, omdat die immers al door de overheid vergoed worden (via UWV).

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De tegemoetkoming in de loonkosten bedraagt per maand maximaal 90% van de loonsom. De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de periode maart tot en met mei 2020. Dit geldt voor alle aanvragen, dus ook voor de aanvragen die de omzetdaling berekenen op basis van een andere driemaandsperiode.

 

Hierbij geldt dat het loon per werknemer wordt gemaximeerd tot € 9.538,00 bruto, oftewel twee keer het maximumdagloon per maand. Loon boven dit bedrag komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.

 

De subsidie wordt vervolgens gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Dit gaat op basis van een formule: A (verwachte omzetdaling) x B (de loonsom) x 3 x 1.3 x 0.9 = de subsidie.

De hoogte is aldus afhankelijk van de omzetdaling en gemaximeerd op 90% van de loonsom. Hieronder treft u volgende rekenvoorbeelden aan:

  • Indien er een omzetdaling is van 100%, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
  • Indien er een omzetdaling is van 50%, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van de werkgever;
  • Indien er en omzetdaling is van 25%, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het betreft een subsidie voor de loonkosten van alle werknemers die in dienst zijn bij een werkgever. Het gaat daarbij om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd, maar ook om werknemers met een flexibel contract, voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die in dienst zijn bij de werkgever en verplicht zijn verzekerd voor werknemersverzekeringen. Dit zijn dus ook werknemers met een zogenoemde ‘fictieve dienstbetrekkingen’, maar dus ook uitzendkrachten die op de loonsom staan van een uitzendbureau.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor zover een werkgever werknemers in dienst heeft die niet sociaal verzekerd zijn in Nederland, worden de lonen van die werknemers niet meegerekend voor de berekening van de loonsom. Deze werknemers tellen dus niet mee voor de NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die bij de werkgever in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen. Dit betekent dat ook werknemers met een flexibel contract, zo lang zij gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt, in dienst blijven en loon ontvangen, in aanmerking komen voor de NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Werknemers met een flexibele arbeidsomvang (bijvoorbeeld een min-max overeenkomst of een nuluren-contract) hebben op grond van de wet (voor zover zij geen succesvol beroep kunnen doen op een rechtsvermoeden van arbeidsomvang), alleen recht op loon voor het minimaal aantal uren dat vast is overeengekomen en voor zover de loondoorbetalingsplicht niet is uitgesloten. Een werknemer zonder een vastgelegd minimum aantal uren, heeft dus in beginsel geen recht op loondoorbetaling en komt niet voor subsidiëring in aanmerking.

 

De NOW voorziet ook in een tegemoetkoming in de loonkosten wanneer werkgevers meer loon betalen aan werknemers met een flexibele arbeidsomvang dan waar zij wettelijk toe verplicht zijn. Zo stimuleert de NOW werkgevers om uit coulance ook werknemers met een flexibele arbeidsomvang door te betalen.

 

Het voorschot dat wordt verstrekt is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de meetperiode lager is, wordt de hoogte van de subsidie 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Kiest de werkgever ervoor om de lonen van werknemers met een flexibele arbeidsomvang wél door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de subsidie, en is de subsidie dus hoger.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die in dienst zijn bij de werkgever en verplicht zijn verzekerd voor werknemersverzekeringen. Zieke werknemers voor wie een loondoorbetalingsplicht geldt, vallen dus ook onder het bereik van de NOW. Indien zij ziek waren in de maand januari 2020, maar voor hen wel een loondoorbetalingsplicht bestond, telt hun loon ook mee in de loonsom.

 

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor ZW-uitkeringen voor no riskpolissen en uitkeringen op grond van de Wet Arbeid en Zorg verleend. Deze krijgt de werkgever al door het UWV vergoed. Houd er rekening mee dat deze uitkeringen bij de definitieve vaststelling van de subsidie worden in mindering worden gebracht op de loonsom.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

DGA’s zijn vaak niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Zij komen niet in aanmerking voor NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor werknemers geldt dat zij gedurende de tegemoetkomingsperiode door de werkgever volledig worden doorbetaald. Zij moeten zich inspannen het loon zo veel mogelijk gelijk te houden ten opzichte van januari 2020.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het is niet toegestaan om bij gebruikmaking van de regeling na 17 maart 2020 de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen. Dit verbod geldt overigens alleen voor de subsidieperiode, waardoor het daarna dus wel weer mogelijk is om te reorganiseren. Indien het genoemde verbod wordt overtreden zal de verkregen loonsom voor de ontslagen werknemer moeten worden terugbetaald, inclusief een boete/ verhoging van 50%.

 

De regeling heeft dit niet expliciet vermeld, maar hieruit kan worden afgeleid dat het sluiten van vaststellingsovereenkomsten wegens andere dan bedrijfseconomische redenen, en proeftijdontslag en het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst wel zijn toegestaan.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De werkgever is verplicht de Ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de NOW en de subsidieverlening.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De aanvraag wordt elektronisch ingediend bij het UWV. Het UWV voert ook de maatregel uit.

 

De werkgever kan eenmaal per loonheffingennummer een subsidieaanvraag indienen. Een natuurlijk persoon die de aanvraag namens de werkgever indient, moet daartoe uiteraard bevoegd zijn.

 

Wij kunnen u uiteraard ook bij helpen bij het indienen van de aanvraag of indien u vragen heeft over de aanvraag zelf. U kunt hiervoor contact opnemen met onze Coronadesk via coronadesk@wvdb.nl of 088-194 7777.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het UWV streeft ernaar dat aanvragen voor subsidie vanaf 6 april 2020 tot en met 31 mei 2020 elektronisch ingediend kunnen worden via www.uwv.nl. Het digitale aanvraagformulier wordt z.s.m. ter beschikking gesteld.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De werkgever dient de volgende stukken aan te leveren:

  • indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend, het dossiernummer van de aanvraag;
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidieverlening wordt besloten of een subsidieaanvraag wordt verleend. Bij ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen.

 

In deze beschikking wordt het volgende vermeld:

  • de periode waarvoor subsidie wordt verleend;
  • de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot;
  • de verplichtingen waaraan een werkgever moet voldoen;
  • de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd.

In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de betaling van het voorschot binnen 2 à 4 weken na een positieve beoordeling van de aanvraag uit te keren.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd en verleend worden over de maanden maart tot en met mei 2020. Voor 1 juni 2020 zal besloten worden of een verlenging van de regeling mogelijk is en onder welke voorwaarden.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De mogelijkheid om de noodmaatregel met drie maanden te verlengen wordt nadrukkelijk open gehouden. Daarover zal voor 1 juni 2020 besloten worden. Ook kunnen er dan nadere voorwaarden aan de subsidieverlening toegevoegd worden.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De regeling Werktijd-verkorting (Wtv) is per direct stopgezet. Wtv aanvragen is niet meer mogelijk.

 

Verkregen Wtv

Als een werkgever reeds een vergunning voor werktijdverkorting heeft gekregen, dan blijft deze vergunning van kracht tot het einde van de vergunningsperiode. Verlenging van deze aanvragen is niet mogelijk. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de Wtv wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020.

 

Aangevraagde Wtv waarover nog niet is beslist

Indien de werkgever een wtv-aanvraag heeft gedaan, maar hier nog niet over is beslist, zal deze aanvraag gezien worden als een aanvraag voor de NOW-maatregel. De werkgever zal in de gelegenheid worden gesteld om zijn aanvraag  binnen vier weken aan te vullen met de volgende gegevens:

  • het dossiernummer van de aanvraag, indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De werkgever wordt hierover bericht.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Door middel van gebruikmaking van de NOW geldt in beginsel een verbod om werknemers te ontslaan wegens bedrijfseconomische redenen. Er zijn naast de NOW echter ook nog andere maatregelen te bedenken om in deze tijd van crisis verder te besparen.

 

Ten eerste kunt u hierbij denken aan het maken van afspraken met uw personeel over het opnemen van vakantiedagen of het uitspreiden van betaling van vakantiegelden. Ook het opnemen van ATV/ ADV of andere compensatieuren kunnen een mogelijke oplossing bieden. Echter geldt hierbij wel altijd dat voor de invoering van dergelijke maatregelen overleg en instemming van de werknemer nodig is.

 

Indien uw bedrijf uiteindelijk toch in de situatie komt waarbij ontslagen noodzakelijk worden,  dan is het mogelijk een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen bij UWV. Indien dat gebeurt in de tegemoetkomingsperiode van de NOW, geldt er een boete zal worden opgelegd. Na deze periode geldt deze boete niet. U dient dan wel rekening te houden met strikte regels die hiervoor gelden, waaronder tevens de regels omtrent een collectief ontslag indien u meer dan 20 werknemers gaat ontslaan. In deze gevallen raden we u aan contact op te nemen met onze specialisten Arbeidsrecht die u hierbij kunnen begeleiden en adviseren.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Onze adviseurs
mensen met vakkennis

Zoek een adviseur

Gemotiveerde specialisten leveren geïntegreerde dienstverlening. Kennis maken en vooral kennis delen, speelt een centrale rol in alles wat wij doen.