An independent member of MOORE Global
WVDB International MijnWVDB Werken bij WVDB

Coronadesk

Podcast: Mag ik werknemers met verlof sturen en het vakantiegeld later uitbetalen?


Luister nu de podcast

Speciale overheidsmaatregelen

Omdat wij ontwikkelingen op de voet volgen plaatsen wij nieuwe vragen en antwoorden direct bovenaan onderstaande lijst. Houd deze pagina de komende dagen dus goed in de gaten.

Bekijk hieronder de meest recente updates

Het subsidiebedrag wordt gebaseerd op de loonsom over de maand januari 2020. In deze maand ligt de loonsom vaak hoger doordat extra salaris wordt uitgekeerd, waardoor deze maand vaak niet representatief is . In de derde wijziging van de NOW is bepaald dat extra periode salaris uit de loonsom wordt gefilterd. Een extra periode salaris is extra loon dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald naar aanleiding van afspraken in de arbeidsovereenkomst of cao en dat niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemers, bijvoorbeeld een dertiende maand. Andere incidentele betalingen, zoals eenmalige bonussen, vallen hier niet onder.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

De derde wijziging van de NOW regelt dat een werkgever niet onnodig wordt benadeeld indien zijn loonsom in de periode maart – mei hoger is dan de loonsom in de referentiemaand (januari). Werkgevers mogen de loonsom van maart t/m mei hanteren bij de subsidievaststelling, mits de loonsom in de periode maart t/m mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari. In deze rekenmethode wordt de hoogte van de loonsom in de maanden april en mei altijd gemaximeerd op het niveau van maart.
De loonsom van april en mei worden gebaseerd op de loongegevens zoals vastgesteld op 19 juli 2020.
Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Er wordt een accountantsverklaring gevraagd voor vaststellingen boven de € 125.000,--. Hierbij zal uitgegaan worden van het gevraagde subsidiebedrag bij de vaststelling. Bedrijven en instellingen zullen dus zelf een berekening moeten maken of zij een accountantsverklaring nodig hebben.

Om zoveel mogelijk werkgevers vooraf helderheid te geven of een accountantsverklaring is vereist, is bepaald dat bedrijven die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000,-- of meer een accountantsverklaring moeten overleggen. Een voorschot van € 100.000,-- betreft immers in de meeste gevallen een subsidiebeschikking van € 125.000,--.

Vooralsnog is uitgegaan van een termijn van 24 weken waarbinnen een werkgever een verzoek om vaststelling van de subsidie moet doen en waarbinnen ook de accountantsverklaring moet zijn verstrekt. In de regeling wordt de termijn voor vaststelling verlengd naar 38 weken voor aanvragen waarvoor een verklaring van een accountant wordt meegestuurd.

Indien bij een voorschot lager dan € 100.000,-- naderhand blijkt dat de subsidie toch op een bedrag van € 125.000,-- of hoger zal worden vastgesteld, zal de werkgever verzocht worden om alsnog een accountantsverklaring in te leveren. De werkgever krijgt daarvoor 14 weken de tijd, zodat deze werkgevers ook 38 weken krijgen om de accountantsverklaring te overleggen.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd en verleend worden over de maanden maart tot en met mei 2020. De aanvraag voor NOW 1.0 wordt langer opengesteld, namelijk tot en met 5 juni 2020. Inmiddels is ook bekend dat de NOW verlengd zal worden. De exacte duur van de verlenging en de definitieve voorwaarden worden nog nader uitgewerkt waarbij het streven is naar openstelling van het tweede aanvraagtijdvak per 6 juli 2020.

 

De regeling schrijft voor dat een aanvraag om vaststelling van de subsidie wordt gedaan binnen 24 weken na afloop van het gekozen omzettijdvak. Hieruit kon worden afgeleid dat verzoeken om vaststelling per 1 juni 2020 ingediend konden worden. Inmiddels is duidelijk dat het, mede gelet op de verlenging van de NOW met een tweede aanvraagtijdvak, niet mogelijk is om eerder dan 7 oktober 2020 verzoeken om subsidievaststelling in behandeling te nemen (18 weken later dan 1 juni). Daarom wordt geregeld dat een werkgever een aanvraag om subsidievaststelling kan doen na 6 oktober 2020. De indieningstermijn van 24 weken voor de aanvraag begint vanaf die datum te lopen. De werkgevers waarvoor geldt dat hun omzettijdvak per 31 mei of 30 juni eindigde, krijgen dan ook langer de tijd om een aanvraag om vaststelling van subsidie voor te bereiden.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

In verband met de derde wijziging van de NOW kan voor de eerste tranche tot en met 5 juni 2020 een aanvraag worden ingediend.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Op 26 mei 2020 is de NOW 1.0 voor de derde keer gewijzigd. De wijzigingen zien op:

  • aanpassing van de referentieperiode en loonsombepaling bij overgang van onderneming en voor startende bedrijven;
  • een alternatieve rekenmethode voor de loonsom voor alle bedrijven die in de subsidieperiode (maart- mei) een hogere loonsom hadden dan de loonsom in de referentiemaand januari maal drie;
  • extra periode salaris januari wordt uit de loonsom gefilterd;
  • de eis van een accountantsverklaring;
  • verlenging van het aanvraagtijdvak tot 5 juni 2020;
  • datum aanvraag vaststelling subsidie.

Informatie bijgewerkt op 29 mei 2020

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

De maatregel is bedoeld om ondernemers die ten gevolge van de Coronacrisis een omzetdaling van ten minste 20% verwachten financieel tegemoet te komen en hun loonkosten tot maximaal 90% maar rato van de omzetdaling op te vangen.

 

Het doel is werkgelegenheid. Om die reden worden werkgevers verplicht om 100 % van het loon door te betalen en wordt verwacht dat de loonsom nu zoveel mogelijk gelijk wordt gehouden ten opzichte van januari 2020.

 

Op 5 mei jl. is een wijziging op de NOW aangekondigd, waardoor werkmaatschappijen onder voorwaarden een tegemoetkoming kunnen aanvragen op basis van hun eigen omzetdaling, terwijl bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon.

 

Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen wordt in eerste instantie gekeken naar de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel meer dan 20% omzetdaling heeft, dan kan per werkmaatschappij een subsidie in de loonkosten worden aangevraagd op basis van de omzetdaling op concernniveau. 

 

Indien op concernniveau sprake is van minder dan 20% omzetdaling, dan kan een werkmaatschappij van een concern onder bepaalde voorwaarden een subsidie in de loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij. Deze omzetdaling bij de werkmaatschappij moet dan wel ten minste 20% zijn.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

 De premiedifferentiatie tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten die met de WAB is ingevoerd wordt vanwege corona op een aantal punten voor het kalenderjaar 2020 tijdelijk versoepeld.

 

Volgens de huidige regelgeving moet een werkgever, indien een werknemer in een kalenderjaar meer dan 30% overwerkt, alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betalen. Deze regelgeving leidt op dit moment in bepaalde sectoren (bijvoorbeeld de zorg) waar veel extra overwerk nodig is tot onbedoelde effecten. Om deze onbedoelde effecten tegen te gaan is besloten dat werkgevers over het kalenderjaar 2020 de lage WW-premie niet hoeven te herzien als hun werknemers door de coronacrisis meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze uitzondering zal voor werkgevers in alle sectoren gelden voor het gehele jaar 2020. Vanaf 1 januari 2021 zal de reguliere herzieningsbepaling weer in werking treden.

 

Daarnaast krijgen werkgevers extra tijd om te zorgen voor een kloppende administratie, die voldoet aan de eisen voor het toepassen van een lage WW-premie. Volgens de huidige regels moet een onderneming per 1 april 2020 schriftelijk kunnen aantonen dat de werknemers voor onbepaalde tijd voor 2020 al in dienst waren. Het kabinet heeft deze deadline voor het voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie verlengd tot 1 juli 2020. Uiterlijk 30 juni 2020 moet de administratie alsnog op orde zijn.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Bij wijziging van de NOW op 5 mei jl. zijn de volgende voorwaarden gesteld:

  1. De omzetdaling op concernniveau is minder dan 20%, maar de omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij is ten minste 20%.
  2. Er kan geen tegemoetkoming worden aangevraagd voor een personeels-bv. Er moet sprake zijn van een koppeling tussen omzet en de inzet van het personeel. Dit is bij de werkmaatschappij het geval, deze heeft zelf personeel in dienst en genereert ook zelf omzet. Voor de personeels-bv is dit niet het geval en is een beroep op de regeling niet mogelijk.
  3. Er moet een overeenkomst zijn gesloten met de betrokken vakbonden over werkbehoud. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers is een akkoord met de vereniging van werknemers ook voldoende. De accountant dient daarbij te onderzoeken of de vakbonden dan wel de werknemersverenigingen  akkoord zijn gegaan met de aanvraag voor NOW voor werkbehoud en neemt de uitkomst van dit onderzoek op in de accountantsverklaring.
  4. Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten voorafgaand aan de aanvraag verklaren dat zij over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen terugkopen tot aan en inclusief de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring wordt in de administratie opgenomen. De accountant dient dit vervolgens te onderzoeken en zijn bevindingen daaromtrent op te nemen in de accountsverklaring. Het concern moet zich daarnaast ook feitelijk aan deze verplichting houden.

De mogelijkheid om tegemoetkoming aan te vragen voor de werkmaatschappijen wordt enkel opengesteld voor nieuwe aanvragen. Aanvragen die eerder zijn ingediend, gaan immers uit van een omzetdaling van ten minste 20% op concernniveau.

Daarnaast worden onderstaande controlewaarborgen ingebouwd:

  1. De werkmaatschappij voor welke tegemoetkoming wordt aangevraagd mag geen werkzaamheden overdragen aan de andere werkmaatschappijen, indien de subsidie vragen werkmaatschappij deze normaal gesproken zou uitvoeren. Concreet betekent dit dat de subsidie vragende werkmaatschappij geen werkzaamheden mag overdragen aan andere werkmaatschappijen binnen het concern voor de werkzaamheden behorende tot de omzet zoals opgenomen in de jaarcijfers 2019 of, bij gebrek aan deze cijfers, de jaarcijfers 2018.
  2. De omzetdaling wordt gecorrigeerd indien werknemers van de werkmaatschappij in het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een andere entiteit binnen het concern (uitlening). De omzetdaling van de subsidie vragende werkmaatschappij wordt dan verlaagd met de uit deze uitlening voortvloeiende (theoretische) omzet. Het doel van deze waarborg is om schuiven met personeel en zo de loonkosten die voor financiering in aanmerking komen te verhogen, te voorkomen.
  3. Het Transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Hiermee wordt voorkomen dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelasting.
  4. Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet toegerekend. Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden, doordat een productie-bv bijvoorbeeld de goederen in voorraad houdt in plaats van ze direct te verkopen aan de verkoop-bv, wat voor een lagere omzet zorgt. In dat geval zou de omzet afnemen, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen.

Deze controle dient plaats te vinden door de accountant. Accountants zullen over deze en eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing van deze voorwaarden door de werkmaatschappij en dit dus ook meenemen in de controle. Nadere standaarden zullen nog worden opgesteld waarin wordt uitgewerkt hoe deze controle plaatsvindt.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Niet-Nederlandse rechtspersonen of natuurlijke personen zonder in Nederland verzekerd SV-loon worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de omzetdaling van de Nederlandse en niet-Nederlandse onderdelen met in Nederland verzekerd SV-loon van de groep.

 

Van belang is dus waar de onderneming of het onderdeel van de onderneming haar sociale verzekeringsverplichtingen voldoet, is dit buiten Nederland, dan telt zij niet mee.

 

Indien een Niet-Nederlandse rechtspersoon of natuurlijk persoon wél in Nederland verzekerd SV-loon heeft, dan kan deze Niet-Nederlandse entiteit een beroep doen op de NOW. Voldaan moet dan wel worden aan de overige voorwaarden van de regeling.

Per 5 mei jl. is de eis van een Nederlands bankrekeningnummer komen te vervallen. Werkgevers met een Niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren om subsidie te kunnen ontvangen.

Informatie bijgewerkt op 20 mei 2020

Het kan zijn dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen. Bewust is echter gekozen om geen correctiemogelijkheid daarvoor op te nemen in de regeling. De reden hiervoor is gelegen in de benodigde eenvoud van de regeling, om op korte termijn zeer veel aanvragen te kunnen behandelen.

Op 22 april 2020 heeft het kabinet aangekondigd te bekijken of er een aparte regeling komt voor seizoensarbeid. In de laatste week van april wordt hier meer over bekend gemaakt.

Informatie bijgewerkt op 23 april 2020

Binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidieverlening wordt besloten of een subsidieaanvraag wordt verleend. Bij ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen.

In deze beschikking wordt het volgende vermeld:

  • de periode waarvoor subsidie wordt verleend;
  • de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot;
  • de verplichtingen waaraan een werkgever moet voldoen;
  • de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd.

    De betaling van het voorschot geschiedt in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de eerste betaling van het voorschot binnen 2 à 4 weken na een positieve beoordeling van de aanvraag uit te keren.
    Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De werkgever dient de volgende stukken aan te leveren:

  • indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend, het dossiernummer van de aanvraag;
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.
  • NB: voor de aanvraag is overigens geen e-herkenning of ander autorisatiemiddel nodig.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die in dienst zijn bij de werkgever en verplicht zijn verzekerd voor werknemersverzekeringen, dus ook voor uitzendkrachten die op de loonsom staan van een uitzendbureau. Het uitzendbureau kan aanspraak maken op de voorzieningen uit de NOW en niet de inlener. Mocht daarvan sprake zijn, dan geldt in de basis dat de inlener geen recht heeft op (een gedeelte van) deze gelden uit de NOW die het uitzendbureau ontvangt, terwijl de inlener (veelal) wel een vergoeding voor de uitzendkracht moet blijven doorbetalen. Om hier in de praktijk een juiste oplossing voor te vinden zal bijvoorbeeld gekeken moeten worden naar contractuele afspraken tussen uitzendbureau en inlener dan wel zullen uitzendbureau en inlener daarover verdere afspraken moeten maken.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

Achteraf wordt vastgesteld wat het omzetverlies daadwerkelijk is geweest en worden eventuele correcties op de loonsom verwerkt. In dat kader moet de werkgever na afloop van de periode waarin de NOW is toegekend binnen 24 weken de definitieve vaststelling van de subsidie aanvragen. UWV streeft ernaar om de vaststelling vervolgens zo veel als mogelijk binnen 22 weken te realiseren, met een maximum met 52 weken. Op basis van de door de werkgever aan te leveren definitieve gegevens over de omzetdaling zal vastgesteld worden hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of aan alle aan de werkgever opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW is gedaan. Hiervoor is in beginsel een accountantsverklaring vereist.

 

Indien blijkt dat het omzetverlies lager is uitgevallen, zal (een deel) van het voorschot terugbetaald moeten worden. Indien het omzetverlies hoger is uitgevallen zal een nabetaling plaatsvinden.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De meetperiode mag de werkgever zelf kiezen en betreft in alle gevallen drie maanden., die vallen tussen 1 maart 2020 en 31 juli 2020. De meetperiode kan dus starten op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020.

De keuze voor de meetperiode moet gemaakt worden bij de aanvraag; bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

Zieke werknemers voor wie een loondoorbetalingsplicht geldt, vallen ook onder het bereik van de NOW. Indien zij ziek waren in de maand januari 2020, maar voor hen wel een loondoorbetalingsplicht bestond, telt hun loon ook mee in de loonsom.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor ZW-uitkeringen voor no riskpolissen en uitkeringen op grond van de Wet Arbeid en Zorg verleend. Deze krijgt de werkgever al door het UWV vergoed. Houd er rekening mee dat deze uitkeringen bij de definitieve vaststelling van de subsidie worden in mindering worden gebracht op de loonsom.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

De NOW is voornamelijk bedoeld om ontslagen te voorkomen en daarom zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden. De eerste voorwaarde is dan ook dat géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aangevraagd kan worden voor de werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Daarnaast dient de werkgever zich in te spannen om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en zijn werknemers dus volledig door te betalen. Tot slot moet de aanvrager ten minste 20% omzetverlies over een aangesloten periode van 3 maanden verwachten.

Informatie bijgewerkt op 15 april 2020

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten moet sprake zijn van ten minste 20% omzetdaling. De hoogte van de tegemoetkoming is vervolgens afhankelijk van het percentage van de omzetdaling.

 

Het uitgangspunt van de regeling is dat omzetdalingen van meer dan 20% in de periode waarvoor de regeling geldt het gevolg zijn van buitengewone omstandigheden die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en maatregelen van openbare orde. Een werkgever hoeft daarbij niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Het omzetbegrip in de NOW moet zo dicht mogelijk aansluiten bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling of het concern. Op grond van de wet wordt daarbij uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. De opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van de onderneming.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het kan zijn dat een werkgever bijvoorbeeld een not-for-profit organisatie is waar in plaats van een winst-en-verliesrekening een exploitatierekening of staat van baten en lasten wordt opgesteld. Deze werkgevers krijgen namelijk financiering vanuit (semi)publieke middelen en dat zorgt natuurlijk ook voor opbrengsten van waaruit de loonkosten worden betaald. Daarom worden baten, opbrengsten en andere voordelen, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars ook als omzet gezien voor deze regeling.

 

Indien sprake is van een (meer-)jaarlijkse subsidie (of andere baten) of langer tijdvak dan het aanvraagtijdvak moeten deze inkomsten naar rato worden verdeeld over die maanden voor zover de grondslagen die worden gehanteerd in de jaarrekening hier niet reeds in voorzien.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Hiervoor dient eerst de referentie-omzet vastgesteld te worden. Dit is de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. De referentie-omzet wordt afgezet tegen de meetperiode. Dit is een periode van drie maanden, waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020, over welke de omzetdaling zich voor moet doen.

 

Het verschil wat uit die vergelijking komt, wordt gedeeld door de referentie-omzet. De uitkomst van die berekening is de omzetdaling, die wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond.

 

Een voorbeeld: Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000,- per maand, oftewel € 1.200.000,- over 2019. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – waarover de werkgever zijn omzetdaling berekend wil hebben, is zijn omzet gemiddeld € 70.000,- per maand oftewel € 210.000,- over deze gehele periode. De omzetdaling is dan 30%.

 

Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling. In dat geval wordt de omzet vanaf de eerste kalendermaand na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie. Dit is in dat geval de referentie-omzet.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het kan zijn dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen. Bewust is echter gekozen om geen correctiemogelijkheid daarvoor op te nemen in de regeling. De reden hiervoor is gelegen in de benodigde eenvoud van de regeling, om op korte termijn zeer veel aanvragen te kunnen behandelen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW sluit voor het concernbegrip aan bij de wettelijke definitie. Daarbij wordt voor de regeling wel uitgegaan van het concern zoals dit op 1 maart 2020 bestond.

 

Indien een onderneming in een moeder-dochtermaatschappijverhouding zit, worden zowel moeder- als dochtermaatschappij voor de werking van de regeling behandeld als waren zij een concern.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het subsidiebedrag is gebaseerd op de loonsom.  De loonsom wordt gedefinieerd als het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer. Dit betekent het volgende.

 

De subsidie wordt eerst verstrekt in de vorm van een voorschot van een subsidie over de loonsom. Bij de berekening hiervan wordt gebruik gemaakt van de loonsom over een referentieperiode van een maand. In beginsel wordt daarvoor januari 2020 genomen. Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon (SV-loon) uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Daarbij worden daarnaast ook aanvullende lasten als werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en opbouw van vakantiebijslag gecompenseerd.

 

Om de uitvoering van de aanvraagprocedure te vergemakkelijken is gekozen voor een opslag van 30% voor alle werkgeverslasten. De precieze werkgeverslasten hoeven dan dus niet per situatie te worden beoordeeld.

 

Indien de werkgever niet per maand, maar per vier weken loon betaalt, dan wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

 

Tot de loonsom worden niet gerekend werkgeversbetalingen voor uitkeringen voor bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg, omdat die immers al door de overheid vergoed worden (via UWV).

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De tegemoetkoming in de loonkosten bedraagt per maand maximaal 90% van de loonsom. De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de periode maart tot en met mei 2020. Dit geldt voor alle aanvragen, dus ook voor de aanvragen die de omzetdaling berekenen op basis van een andere driemaandsperiode.

 

Hierbij geldt dat het loon per werknemer wordt gemaximeerd tot € 9.538,00 bruto, oftewel twee keer het maximumdagloon per maand. Loon boven dit bedrag komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.

 

De subsidie wordt vervolgens gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Dit gaat op basis van een formule: A (verwachte omzetdaling) x B (de loonsom) x 3 x 1.3 x 0.9 = de subsidie.

De hoogte is aldus afhankelijk van de omzetdaling en gemaximeerd op 90% van de loonsom. Hieronder treft u volgende rekenvoorbeelden aan:

  • Indien er een omzetdaling is van 100%, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
  • Indien er een omzetdaling is van 50%, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van de werkgever;
  • Indien er en omzetdaling is van 25%, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het betreft een subsidie voor de loonkosten van alle werknemers die in dienst zijn bij een werkgever. Het gaat daarbij om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd, maar ook om werknemers met een flexibel contract, voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor zover een werkgever werknemers in dienst heeft die niet sociaal verzekerd zijn in Nederland, worden de lonen van die werknemers niet meegerekend voor de berekening van de loonsom. Deze werknemers tellen dus niet mee voor de NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De NOW is ingegeven voor alle werknemers die bij de werkgever in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen. Dit betekent dat ook werknemers met een flexibel contract, zo lang zij gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt, in dienst blijven en loon ontvangen, in aanmerking komen voor de NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Werknemers met een flexibele arbeidsomvang (bijvoorbeeld een min-max overeenkomst of een nuluren-contract) hebben op grond van de wet (voor zover zij geen succesvol beroep kunnen doen op een rechtsvermoeden van arbeidsomvang), alleen recht op loon voor het minimaal aantal uren dat vast is overeengekomen en voor zover de loondoorbetalingsplicht niet is uitgesloten. Een werknemer zonder een vastgelegd minimum aantal uren, heeft dus in beginsel geen recht op loondoorbetaling en komt niet voor subsidiëring in aanmerking.

 

De NOW voorziet ook in een tegemoetkoming in de loonkosten wanneer werkgevers meer loon betalen aan werknemers met een flexibele arbeidsomvang dan waar zij wettelijk toe verplicht zijn. Zo stimuleert de NOW werkgevers om uit coulance ook werknemers met een flexibele arbeidsomvang door te betalen.

 

Het voorschot dat wordt verstrekt is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de meetperiode lager is, wordt de hoogte van de subsidie 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Kiest de werkgever ervoor om de lonen van werknemers met een flexibele arbeidsomvang wél door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de subsidie, en is de subsidie dus hoger.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

DGA’s zijn vaak niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Zij komen niet in aanmerking voor NOW.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Voor werknemers geldt dat zij gedurende de tegemoetkomingsperiode door de werkgever volledig worden doorbetaald. Zij moeten zich inspannen het loon zo veel mogelijk gelijk te houden ten opzichte van januari 2020.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Het is niet toegestaan om bij gebruikmaking van de regeling na 17 maart 2020 de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen. Dit verbod geldt overigens alleen voor de subsidieperiode, waardoor het daarna dus wel weer mogelijk is om te reorganiseren. Indien het genoemde verbod wordt overtreden zal de verkregen loonsom voor de ontslagen werknemer moeten worden terugbetaald, inclusief een boete/ verhoging van 50%.

 

De regeling heeft dit niet expliciet vermeld, maar hieruit kan worden afgeleid dat het sluiten van vaststellingsovereenkomsten wegens andere dan bedrijfseconomische redenen, en proeftijdontslag en het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst wel zijn toegestaan.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De werkgever is verplicht de Ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de NOW en de subsidieverlening.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd en verleend worden over de maanden maart tot en met mei 2020. Voor 1 juni 2020 zal besloten worden of een verlenging van de regeling mogelijk is en onder welke voorwaarden.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

De regeling Werktijd-verkorting (Wtv) is per direct stopgezet. Wtv aanvragen is niet meer mogelijk.

 

Verkregen Wtv

Als een werkgever reeds een vergunning voor werktijdverkorting heeft gekregen, dan blijft deze vergunning van kracht tot het einde van de vergunningsperiode. Verlenging van deze aanvragen is niet mogelijk. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de Wtv wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020.

 

Aangevraagde Wtv waarover nog niet is beslist

Indien de werkgever een wtv-aanvraag heeft gedaan, maar hier nog niet over is beslist, zal deze aanvraag gezien worden als een aanvraag voor de NOW-maatregel. De werkgever zal in de gelegenheid worden gesteld om zijn aanvraag  binnen vier weken aan te vullen met de volgende gegevens:

  • het dossiernummer van de aanvraag, indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend
  • de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven;
  • in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;
  • het loonheffingennummer; en
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De werkgever wordt hierover bericht.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Door middel van gebruikmaking van de NOW geldt in beginsel een verbod om werknemers te ontslaan wegens bedrijfseconomische redenen. Er zijn naast de NOW echter ook nog andere maatregelen te bedenken om in deze tijd van crisis verder te besparen.

 

Ten eerste kunt u hierbij denken aan het maken van afspraken met uw personeel over het opnemen van vakantiedagen of het uitspreiden van betaling van vakantiegelden. Ook het opnemen van ATV/ ADV of andere compensatieuren kunnen een mogelijke oplossing bieden. Echter geldt hierbij wel altijd dat voor de invoering van dergelijke maatregelen overleg en instemming van de werknemer nodig is.

 

Indien uw bedrijf uiteindelijk toch in de situatie komt waarbij ontslagen noodzakelijk worden,  dan is het mogelijk een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen bij UWV. Indien dat gebeurt in de tegemoetkomingsperiode van de NOW, geldt er een boete zal worden opgelegd. Na deze periode geldt deze boete niet. U dient dan wel rekening te houden met strikte regels die hiervoor gelden, waaronder tevens de regels omtrent een collectief ontslag indien u meer dan 20 werknemers gaat ontslaan. In deze gevallen raden we u aan contact op te nemen met onze specialisten Arbeidsrecht die u hierbij kunnen begeleiden en adviseren.

Informatie bijgewerkt op 01 april 2020

Tegemoetkoming ondernemer getroffen sectoren (TOGS)

In beginsel staat de TOGS open voor ondernemers die in der periode van 16 maart t/m 15 juni 2020 een omzetdaling van minimaal € 4.000 verwachten en waarvan de hoofdactiviteit van de onderneming overeenkomt met een van de vastgestelde SBI-codes. Op 28 april heeft de Staatssecretaris echter bekend gemaakt dat de voorwaarden voor toepassing van de TOGS-regeling worden versoepeld. Deze versoepeling houdt in dat ondernemers vanaf 29 april 2020 ook op basis van hun in het Handelsregister geregistreerde nevenactiviteit aanspraak kunnen maken op de tegemoetkoming. Voorwaarde hiervoor is wel dat de ondernemer op basis van de geregistreerde nevenactiviteit voldoet aan de minimumvereisten qua omzetverlies en vaste lasten en dat ook aan alle andere voorwaarden wordt voldaan. Voor een volledig overzicht van de voorwaarden voor de TOGS-regeling verwijzen wij u graag naar onze Q&A: 'Kom ik in aanmerking voor de TOGS?' op deze pagina.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Voor de onderdelen van het brede MKB die het hardst geraakt worden door de crisis doordat ze de effecten voelen van de overheidsmaatregelen komt een regeling, namelijk de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL). Afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten, en de mate van omzetderving krijgen ondernemingen een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van 20.000 euro voor drie maanden. De sectoren die onder de huidige TOGS vallen komen hiervoor in aanmerking. De toegang tot deze regeling begint pas bij een omzetverlies van minstens 30%. Deze tegemoetkoming is vrijgesteld van belastingheffing.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

De TOGS staat open voor ondernemers, ingeschreven in de KvK, die in de periode 16 maart t/m 15 juni 2020 een omzetdaling van minimaal € 4.000 verwachten én waarvan de hoofdactiviteit van de onderneming overeenkomt met een van de vastgestelde SBI-codes.

Sectoren die vanaf het begin in aanmerking komen zijn o.a. (niet limitatief!) eet- en drinkgelegenheden, bioscopen, reisbemiddeling en reisorganisaties, fitnesscentra, musea en muziekscholen. Op 30 maart 2020 is de lijst met ondernemingen die in aanmerking komen voor de TOGS, uitgebreid met o.a. ondernemers die actief zijn binnen de non-foodsector. Vervolgens heeft het kabinet op 7 april 2020 de TOGS-regeling verder uitgebreid en kunnen ook (kleinere) MKB-winkeliers in de food, contactberoepen zoals tattooshops, dienstverlening zoals taxi’s, fysiotherapeuten en tandartsen en toeleveranciers van eet- en drinkgelegenheden en evenementen, een beroep doen op de TOGS-regeling. Overigens kunnen ondernemers die vanaf de uitbreiding op 7 april 2020 in aanmerking komen, pas vanaf 15 april 2020 een aanvraag voor de TOGS indienen.

Via deze zoektool kunt u nagaan of uw onderneming kwalificeert.

Om in aanmerking te komen voor de TOGS moet, naast de vereiste SBI-code, aan de volgende cumulatieve voorwaarden worden voldaan:

  • de onderneming is voor 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven bij de KvK;
  • de onderneming is in Nederland gevestigd;
  • er zijn maximaal 250 werknemers werkzaam in de onderneming (dit moet blijken uit het KvK Handelsregister);
  • er moet sprake zijn van een fysieke vestiging in Nederland, waarbij het vestigingsadres geregistreerd staat in het KvK handelsregister. Let op:
  • bij niet-horecaondernemingen mag het vestigingsadres niet gelijk zijn aan het privé adres van de eigenaar/eigenaren. Op 7 april 2020 is een versoepeling op deze regeling voor sommige sectoren aangekondigd en op 16 april 2020 is een beleidsbesluit gepubliceerd. Hieruit blijkt dat onder voorwaarden in bepaalde situaties toch een beroep kan worden gedaan op de tegemoetkoming, ondanks dat het vestigingsadres gelijk is aan het privé adres van de eigenaar/eigenaren. Wij verwijzen naar de hieronder opgenomen vraag ‘Wanneer komt de onderneming in aanmerking voor TOGS als het vestigingsadres van de onderneming gelijk is aan het privé adres van de eigenaar?’;
  • horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 dienen ten minste één horecagelegenheid te huren, pachten of in eigendom te hebben. Daarnaast mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk zijn aan vestigingsadres.
  • er moet sprake zijn van een verwacht omzetverlies van minimaal € 4.000 in de periode 16 maart t/m 15 juni;
    de ondernemer verwacht minimaal € 4.000 aan vaste lasten in voornoemde periode (ook na gebruik van andere steunmaatregelen);
  • er mag geen sprake zijn van een overheidsbedrijf;
  • het de-minimisplafond mag niet zijn bereikt. Dit houdt in dat de onderneming (inclusief alle andere ondernemingen in het concern) in het huidige belastingjaar én de afgelopen 2 belastingjaren niet meer dan € 200.000 aan overheidssteun heeft ontvangen. Voor ondernemers die actief zijn in het wegvervoer voor rekening van derden, de landbouw en/of de visserij gelden afwijkende plafonds. Mogelijk worden de de-minimisplafonds nog verruimd, nu vanuit de Europese Commissie versoepelende regels inzake staatssteun zijn opgesteld naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus;
  • de onderneming is niet failliet;
  • de onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank. 

Bij het beleidsbesluit van 16 april 2020 is nadere informatie gegeven over door voorwaarden en de uitbreiding van de doelgroepen:

  • voor direct gedupeerde ondernemingen gelden geen aanvullende voorwaarden;
  • voor gedupeerde agrarische recreatieonderneming geldt een aanvullende voorwaarde. Bij agrarische ondernemingen wordt naast de hoofdactiviteit ook naar de nevenactiviteit (recreatie) gekeken. Een aanvullende voorwaarden voor deze ondernemingen is dat een verklaring wordt aangeleverd over het verwachte omzetverlies en de vaste lasten met betrekking tot de nevenactiviteit;
  • voor direct gedupeerde ondernemingen in de toeleveringsketen geldt eveneens een aanvullende voorwaarde. Aangegeven is dat ondernemingen die vrijwel uitsluitend leveren aan direct gedupeerde ondernemingen, de omzet zien teruglopen, doordat direct gedupeerde ondernemingen als gevolg van de maatregelen veel minder producten of diensten bij hen afnemen. Voor de ondernemingen in de toeleveringsketen geldt een aanvullende voorwaarde om in aanmerking te komen voor de TOGS, te weten een verklaring dat de onderneming het omzetverlies van € 4.000 verwacht te lijden doordat de onderneming voor minimaal zeventig procent van zijn omzet afhankelijk is van direct gedupeerde ondernemingen of van activiteiten die als gevolg van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 verboden zijn of onraden worden, zoals het verbod op evenementen en de oproep tot het stoppen van recreatieactiviteiten;
  • voor gedupeerde zorgondernemingen geldt tevens een aanvullende voorwaarde. Een aantal zorgsectoren zien de omzet door de overheidsmaatregelen dalen, bijvoorbeeld de fysiotherapeuten. Voor deze ondernemingen wordt in veel gevallen een tegemoetkoming verstrekt door de zorginkopers. Daarom komen gedupeerde zorgondernemingen alleen in aanmerking voor een tegemoetkoming indien deze ook na aftrek van de tegemoetkoming van zorginkopers (én na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19) verwachten in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 ten minste € 4.000 aan omzetverlies te lijden en ten minste € 4.000 aan vaste lasten te hebben. Hierover dienen gedupeerde zorgondernemingen bij de aanvraag een verklaring in te dienen.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

In beginsel dient het vestigingsadres van de onderneming voor niet-horecaondernemingen af te wijken van het privé adres van de eigenaar/eigenaren. Op 7 april 2020 is echter een versoepeling aangekondigd.

De versoepeling houdt het volgende in. In sommige sectoren is sprake van:

  1. significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning door sommige ondernemingen; of
  2. sprake van grootschalige dienstverlening vanuit een fysieke vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten, terwijl de ondernemer staat ingeschreven op het huisadres.
  3. Het gaat dan bijvoorbeeld om sectoren in de sfeer van persoonlijke dienstverlening zoals haarverzorging en schoonheidsverzorging, maar ook voor de houder van een manege op het eigen erf. Deze ondernemingen komen in tegenstelling tot eerdere berichten nu ook in aanmerking voor TOGS.

Op 16 april 2020 is een aanvullend beleidsbesluit gepubliceerd, waarbij invulling wordt gegeven aan de uitzondering op de eis van een vestiging met een ander adres van het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de onderneming. Aangegeven is dat de tegemoetkoming is bedoeld als tegemoetkoming in omvangrijke vaste lasten, anders dan personeelslasten. De tegemoetkoming werd daarom alleen verstrekt aan ondernemingen met een vestiging buiten de woning waar de eigenaar of eigenaren van de onderneming zelf wonen. Voor horecaondernemingen geldt een uitzondering voor zover ze ten minste één horecagelegenheid huren pachten of in eigendom hebben. Er is echter gebleken dat in andere sectoren ook ondernemingen actief zijn waarbij het vestigingsadres overeenkomt met het woonadres van de ondernemer, terwijl wel sprake is van een fysiek van de woning afgescheiden vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten. Voornoemde ondernemingen kunnen ook aanspraak maken op de TOGS, indien bij de aanvraag een verklaring wordt ingevuld waaruit blijkt dat de onderneming een fysiek van de woning afgescheiden vestiging heeft met een eigen opgang of toegang. Dit moet worden onderbouwd met bijvoorbeeld een kopie van de zakelijke huur- of koopovereenkomst. Mocht het bewijs onvoldoende zijn, dan kunnen aanvullende stukken worden opgevraagd.

Voor ambulante ondernemingen, zoals auto- en motorrijschoolhouders, geldt de vestigingseis niet. Het aantal ambulante ondernemingen is limitatief.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Ja, de vergoeding is belastingvrij. Het uitgangspunt van dergelijke vergoedingen is dat het behoort tot de winst van een onderneming. Echter is aangegeven in het beleidsbesluit fiscale maatregelen coronavirus dat de vergoeding belastingvrij is. In het pakket Belastingplan 2021 zal met terugwerkende kracht worden geregeld dat de tegemoetkoming die op grond van de TOGS wordt verkregen niet tot de belaste winst behoort.

Informatie bijgewerkt op 20 april 2020

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (hierna: TOGS) is een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen om ondernemers die direct geraakt worden door de diverse kabinetsmaatregelen om het coronavirus in te dammen, tegemoet te komen. Voor ondernemers die in de periode 16 maart t/m 15 juni 2020 een omzetdaling van minimaal € 4.000 verwachten, komen in aanmerking voor een éénmalige gift van € 4.000 om hun vaste lasten van te kunnen betalen. De TOGS is aan te vragen op deze website. 

In het nieuwsbericht op de website van Rijksoverheid.nl van 7 april 2020 om 20.30 uur staat vermeld dat het om een netto gift van € 4.000 gaat. Dit impliceert dat de gift niet in de heffing van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betrokken wordt.

Informatie bijgewerkt op 10 april 2020

Ondernemingsbegrip - TOGS

De TOGS kan worden aangevraagd per onderneming, ingeschreven in de KvK. Dat wil zeggen dat per onderneming met een KVK-nummer, de tegemoetkoming kan worden aangevraagd (mits voldaan aan de voorwaarden). Indien deze onderneming meerdere vestigingen op één KvK-nummer heeft ingeschreven, geldt dat maar één keer TOGS aangevraagd kan worden.

Ter illustratie: voor één onderneming (één inschrijving KvK) met vijf vestigingen kan één keer de TOGS worden aangevraagd. Voor vijf ondernemingen met ieder één vestiging (vijf inschrijvingen KvK0, kan vijf keer de TOGS worden aangevraagd, namelijk voor iedere onderneming één keer.


Ondernemingsbegrip - de-minimusverklaring

Een van de voorwaarden om een beroep te doen op de TOGS is de verklaring dat het de-minimusplafond nog niet is bereikt. Voor deze verklaring geldt een ander ondernemingsbegrip dan voor de TOGS zelf.

Voor de de-minimusverklaring kwalificeert als onderneming een entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht de rechtsvorm of wijze van financiering. Meerdere vestigingen of vennootschappen worden voor de toepassing van de de-minimusverklaring als één entiteit gezien als vestigingen of vennootschappen juridisch of feitelijk, onder dezelfde zeggenschap staan. Hiervan is sprake als:

  • één onderneming de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming heeft; of
  • één onderneming het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
  • één onderneming het recht heeft een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van
    • een met die onderneming gesloten overeenkomst of
    • een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
  • één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming.

Gesproken wordt ook wel over de onderneming die samen met andere ondernemingen genoemd wordt in de geconsolideerde jaarrekening.

Per onderneming kan dus de TOGS worden aangevraagd. Onderdeel van de voorwaarden voor de TOGS is de de-minumusverklaring: dit moet worden getoets op geconsolideerd niveau. 

Informatie bijgewerkt op 9 april 2020

Er is sprake van staatssteun indien de overheid geld of een ander voordeel geeft aan een onderneming, betaald met staatsmiddelen, waardoor een economisch voordeel wordt verkregen. Een steunmaatregel is tevens selectief en vervalst de mededinging. Dit zorgt voor een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU. Er zijn echter diverse vrijstellingen en uitzonderingen, waardoor steun niet kwalificeert als staatsteun. Een lokale maatregel, een maatregel voor alle bedrijven en sectoren of wanneer de overheid marktconform handelt, zal niet als staatssteun worden aangemerkt.

Bijvoorbeeld: de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Vamil voldoen in beginsel aan voorwaarden voor staatsteun. Deze steunmaatregelen zijn echter goedgekeurd op basis van de algemene groepsverordening en kwalificeren dus niet als staatsteun. De Energie-investeringsaftrek (EIA) is niet selectief, waardoor dit niet kwalicieert als staatsteun.

Informatie bijgewerkt op 9 april 2020

Als u voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de TOGS maar uw onderneming geregistreerd staat onder een onjuiste SBI-code, dan kunt u dit melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Per melding zal het RVO de registratie beoordelen. Met dit meldingsformulier vraagt u niet de TOGS zelf aan.
RVO verzamelt de informatie over de onjuiste SBI-codes. Vervolgens wordt deze informatie onder de aandacht gebracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De Overheid geeft aan dat als ondernemers door een verkeerde registratie tussen wal en schip dreigen te vallen, dit per geval zal worden bekeken.

Via deze link kunt u uw melding doen. 

Informatie bijgewerkt op 9 april 2020

De TOGS kan vanaf 27 maart 16.30 uur t/m vrijdag 26 juni 17.00 uur worden aangevraagd op deze website. Ondernemers die vanaf de uitbreiding op 7 april 2020 in aanmerking komen voor de TOGS, kunnen pas vanaf 15 april 2020 een aanvraag voor de TOGS indienen.

Wij helpen u graag bij de aanvraag van de TOGS. Wij verzoeken u contact op te nemen met coronadesk@wvdb.nl.

Informatie bijgewerkt op 9 april 2020

De uitbetaling van de gift vindt zo snel als mogelijk plaats nadat de aanvraag is ingediend. Verdere informatie is er op dit moment nog niet.

Informatie bijgewerkt op 9 april 2020

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)

Zelfstandigen kunnen aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal, indien zij vanwege corona inkomsten mislopen. Een aanvraag voor deze tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) moet bij de gemeente worden gedaan waar u woont. De Tozo zal in werking treden van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Wel moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan.

  • u bent een gevestigde zelfstandige, vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
  • u bent woonachtig en regelmatig verblijvend in Nederland;
  • u bent Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • u oefent uw beroep in Nederland uit;
  • u voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • u bent vóór 17 maart 2020, 18:45 uur gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium van 1225 uur per jaar.

De Tozo bestaat uit twee onderdelen, namelijk inkomensondersteuning en een lening. Voor een beperkt aantal ondernemers geldt daarnaast een compensatie. Op deze website van de rijksoverheid kunt u meer informatie vinden over de Tozo. Op deze website kunt u checken of u in aanmerking komt voor de Tozo.

Het kabinet heeft besloten de Tozo met drie maanden te verlengen (van 31 mei 2020 tot 1 september 2020). Om in aanmerking te komen voor deze Tozo 2.0, zal naast de bovengenoemde voorwaarden moeten worden voldaan aan de partnerinkomenstoets. Dit betekent dat huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum geen aanspraak meer kunnen maken op de Tozo.

De mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen zal voor zelfstandig ondernemers beschikbaar blijven in Tozo 2.0. Hierbij zal de ondernemer worden gevraagd om te verklaren dat voor de onderneming geen surseance van betaling is aangevraagd en dat de onderneming niet in staat van faillissement verkeert.

Informatie bijgewerkt op 27 mei 2020

Ja, gedeeltelijk. Op 24 april heeft de Staatssecretaris bekend gemaakt dat u aanspraak kunt maken op een deel van de TOZO - namelijk het recht op ondersteuning in uw levensonderhoud - mits uw bedrijf is gevestigd binnen de EU. Voor ondersteuning voor bedrijfskapitaal bent u aangewezen op het land waar uw bedrijf gevestigd is. De precieze uitwerking van deze tegemoetkoming wordt later bekend gemaakt.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Ja, gedeeltelijk. Op 24 april heeft de Staatssecretaris bekend gemaakt dat u aanspraak kunt maken op een deel van de TOZO - namelijk een lening ter ondersteuning voor bedrijfskapitaal - mits u woonachtig bent in een van de EU lidstaten. Voor ondersteuning in uw levensonderhoud bent u aangewezen op uw woonland. De precieze uitwerking van deze tegemoetkoming wordt later bekend gemaakt.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Ja, gedeeltelijk. In eerste instantie was u uitgesloten van de TOZO, maar op 24 april heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat u aanspraak kunt maken op een lening voor bedrijfskapitaal. De precieze uitwerking van deze tegemoetkoming wordt later bekend gemaakt.

Informatie bijgewerkt op 29 april 2020

Dat is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen uit loondienst. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) biedt een aanvulling tot aan het sociaal minimum. Indien uw inkomen uit uw onderneming compleet wegvalt en uw inkomen uit loondienst lager is dan het sociaal minimum kunt u in aanmerking komen voor de Tozo, mits u aan de overige voorwaarden voldoet.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

In beginsel moet bij de gemeente waar u woont een beroep worden gedaan op de noodmaatregelen. Dit kan anders zijn in grensoverschrijdende situaties. In onderstaande vragen zijn enkele veel voorkomende situaties uitgelicht.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

De inkomensondersteuning voor zelfstandigen bestaat uit een aanvulling tot aan het sociaal minimum. De hoogte hangt af van de samenstelling van uw huishouden en inkomen. Voor gehuwden en samenwonenden wordt het inkomen tot maximaal €1.500,-- per maand aangevuld en voor alleenstaanden tot €1.050,--. Deze ondersteuning hoeft niet terug te worden betaald. Ook bestaat er geen vermogens- en partnertoets. Wel moet worden voldaan aan de voorwaarden (zie “ik ben zelfstandig ondernemer, welke noodmaatregelen gelden voor mij”).

Naast de inkomensondersteuning kunt u een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal €10.507,-- met een rente van 2%. Dit is een lening en moet daarom wel worden terugbetaald. De maximale looptijd is drie jaar waarbij er tot januari 2021 niet hoeft worden afgelost.

Een aanvraag voor de inkomensondersteuning en/of lening wordt naar verluid binnen 4 weken afgerond.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

In deze situatie is de uitwerking afhankelijk van waar u sociaal verzekerd bent. Indien u in Nederland sociaal verzekerd bent zijn de Nederlandse maatregelen in beginsel van toepassing. Echter is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u uw bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland uitoefent. Wel kunt u bijstand aanvragen in de gemeente waar u woont.

Indien u in België sociaal verzekerd bent kunt u mogelijk een beroep doen op een Belgische overbruggingsuitkering. Dit is het geval als u gedwongen bent om uw activiteiten in België te stoppen. Normaliter geldt deze regeling alleen als u in België woont, echter heeft het Ministerie van Zelfstandigen besloten om deze woonplaatsvoorwaarde tijdelijk niet toe te passen. Deze uitkering betreft een maandelijks bedrag van maximaal €1.614,--.

Indien uw bedrijf in Vlaanderen is gevestigd kunt u mogelijk een beroep doen op een ‘Corona hinderpremie’. Bekijk deze website voor meer informatie. Ook kunt u mogelijk bij uw sociaalverzekeringsfonds ‘vermindering van voorafbetaling van sociale bijdragen’ en uitstel of vrijstelling van betaling van sociale bijdragen aanvragen. Bekijk deze website voor meer informatie.

In deze situatie is de uitwerking afhankelijk van waar u sociaal verzekerd bent. Indien u in Nederland sociaal verzekerd bent zijn de Nederlandse maatregelen in beginsel van toepassing. Echter is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u uw bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland uitoefent. Wel kunt u bijstand aanvragen in de gemeente waar u woont.

Indien u in België sociaal verzekerd bent kunt u mogelijk een beroep doen op een Belgische overbruggingsuitkering. Dit is het geval als u gedwongen bent om uw activiteiten in België te stoppen. Normaliter geldt deze regeling alleen als u in België woont, echter heeft het Ministerie van Zelfstandigen besloten om deze woonplaatsvoorwaarde tijdelijk niet toe te passen. Deze uitkering betreft een maandelijks bedrag van maximaal €1.614,--.

Indien uw bedrijf in Vlaanderen is gevestigd kunt u mogelijk een beroep doen op een ‘Corona hinderpremie’. Bekijk deze website voor meer informatie. Ook kunt u mogelijk bij uw sociaalverzekeringsfonds ‘vermindering van voorafbetaling van sociale bijdragen’ en uitstel of vrijstelling van betaling van sociale bijdragen aanvragen. Bekijk deze website voor meer informatie.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

U kunt geen gebruik maken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u in Nederland woont. Wel kunt u mogelijk gebruik maken van de Belgische noodmaatregelen. U kunt bijvoorbeeld leefloon aanvragen bij het Belgische Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) in de gemeente waar u woont.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u uw bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland uitoefent. Wel kunt u bijstand aanvragen in de gemeente waar u woont.

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is niet van toepassing aangezien de voorwaarde wordt gesteld dat u in Nederland woont. In Duitsland hebben verschillende deelstaten extra maatregelen genomen voor zelfstandigen. Hierover is op dit moment nog geen informatie beschikbaar. Wel kunt u mogelijk Arbeitslosengeld II aanvragen bij de Arbeidsagentur. Hiervoor moet u ouder zijn dan 15 jaar en jonger dan de leeftijd voor een Duits ouderdomspensioen, in Duitsland wonen en arbeidsgeschikt zijn (in staat zijn minimaal 3 uur per dag uw werkzaamheden uit te oefenen).

Informatie bijgewerkt op 2 april 2020

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) kunt u in principe ook een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) als u voldoet aan de voorwaarden, waaronder het urencriterium. Ook moet er sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Verder dient u naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat uw B.V. nu geen salaris kan uitbetalen. Dit staat op gespannen voet met de gebruikelijk loonregeling op grond waarvan u verplicht bent een bepaald bedrag aan salaris te genieten. Op 8 mei is gepubliceerd dat het gebruikelijk loon tijdelijk kan worden verlaagd. Zie verwijzing naar de Q&A "Ik ben directeur-grootaandeelhouder (DGA). Kan ik mijn (gebruikelijk) loon verlagen?" voor meer informatie.

Informatie bijgewerkt op 12 mei 2020

Onze adviseurs
mensen met vakkennis

Zoek een adviseur

Gemotiveerde specialisten leveren geïntegreerde dienstverlening. Kennis maken en vooral kennis delen, speelt een centrale rol in alles wat wij doen.